Ik had er al zoveel over gefantaseerd en gepraat met mijn Mét Adrienne, over Lourdes Frankrijk.
Nu was het voor mij moeilijk om door de plaatselijke pastoor aanvaard te worden als lid van zijn gemeenschap omdat ik in Brussel verbleef, maar Mét kende hij wel.
En er was een nieuwe onderpastoor gekomen van de missies: EH D'Hooghe.
Hij vond blijkbaar iedereen gelijk voor de wet en maakte het mogelijk dat ik met ziekenzorg mee kon met Mét naar Lourdes Frankrijk met de Witte trein, zoals die trein in de volksmond heette.
Samen met een nicht langs moeders kant "Maria" en haar zoon Paul, die ginder zijn communie zou doen. Maria was een stoeferig mens en paul een kleurloze tiener "een echt moederskindje".
Het was voor Maria en Paul de zoveelste maal dat zij naar Lourdes gingen.
We vertokken met de "wittte" groene nachttrein, en zaten in coupé's van 6 personen.
Onze coupé bleef echter voor ons alleen, er hadden 2 mensen afgezegd en daardoor konden ik en paul toch een beetje vrijer bewegen. We vertrokken in Dendermonde en al rijdend hoorden we de pastoor door de luidsprekers bidden;
Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u ...
tot halfweg het gebed en dan moesten wij overnemen..
Heilige Maria Moeder Gods bidt voor ons ...
Zo een ganse rozenkrans tot het eten van ons lunchpakket.
's Avonds konden Paul en ik redelijk goed slapen omdat we konden ligggen.
Tegen de morgen werden we wakker en het eerste wat ik wou zien waren de bergen.
Men zong immers: Te Lourdes op de bergen ...
Het landschap was al wel veranderd maar er waren nog geen bergen te zien.
veel weiden met koeien en koren en af en toe een paar huisjes waar de mensen buiten stonden te kijken en wij maar wuiven.
Toen er dan toch een beetje meer reliëf in het landschap kwam hoorden we plots in de microfoon:
"Te Lourdes op de bergen
Verscheen er in een grot
Vol glans en vol luister
De Moeder van God
Avé, Avé, Avé,Maria
Avé Avé ...."
Nog een half uurtje sporen en we waren op onze bestemming.
En dan plots vanachter de laatste bocht zien we de grot en horen we zachtjes zingen.
Het zijn de mensen die aan de grot staan.
De trein vertraagt als uit respect voor de menigte die ginder staat te zingen en waarvan de tonen langszaam maar zeker luider worden.
We zien de Gave glinsteren in de avondzon en we worden er stil van.
We zijn in Lourdes.
Mét en Maria verblijven in een hotel ik en Paul gaan naar het hopital St Pierre.
Doordat wij als zieken meegaan worden wij in een soort van grote zaal ondergebracht met bedden en stoelen. We krijgen geen kans meer om te praten want Paul moet aan de andere kant van de zaal gaan slapen. Wij liggen met 30 kinderen naast elkaar, alle nationaliteiten ondereen.
Gelukkig praat ik frans en kan ik mij verstaanbaar maken; En Paul , tja maar die kent het hier al wel, het is immers niet de eerste keer voor hem.
Bij het eten zit ik wel naast Paul, bij de kinderen die een dieet menu hebben. Paul mag geen vet eten, dus geen friet, geen vet vlees enz.
En soms denken ze dat ik ook geen friet mag hebben, maar dat help ik wel uit de lucht.
Maria doet nogal stoeferig tegen Mét vanwege die communie morgen van Paul.
En soms laat ze mét staan wachten en komt niet opdagen.
Maar zo ben ik dan het slachtoffer want Mét verstaat geen frans en weet ook de weg niet alleen naar mij toe.
Maar ik trek mijn plan wel en ik heb het naar mijn zin. Ze verstaan mij en ik versta hen; meer moet dat niet zijn! En ik ben het immers gewoon dat ik er alleen voor sta.