Bidprentje gesneuvelden Alken

Bidprentje "Gesneuvelde Soldaten Alken" met G. Vaes

Het soldatenkerkhof van Oeren - Weest fier, geboortegrond en ouders, op uw zoon.
© Herdenkingsproject met verwanten van de gesneuvelden op het Belgisch militair kerkhof te Oeren, onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Alveringem. Met gewaardeerde dank namens allen verwanten van de gesneuvelden.
Eerste initiatiefnemers van "Oeren, 11 november 2008" waren Luc Klaps uit Genk (beheerder, in samenwerking met de Dienst Toerisme, cultuur en informatie, gemeente Alveringem), Leon De Winter uit Zulte (+), Joris Ryckeboer uit Westouter, en Patrick Vancoillie uit Roeselare.
Bidprentje gesneuvelden Alken

Joe English, ontwerper van de 5 heldenhuldezerkjes te OerenHier liggen hun lijken
als zaden in 't zand
Hoop op den oogst
O Vlaanderenland
Joe English stierf op 36-jaringe leeftijd in het veldhospitaal L'Océan te Vinkem aan een slecht verzorgde blindedarmontsteking in de nacht van 31 augustus 1918. Hij werd begraven op de Belgische militaire begraafplaats van Steenkerke. De allereerste IJzerbedevaart vond in 1920 plaats bij zijn graf te Steenkerke. Zijn stoffelijk overschot werd in 1930 bijgezet in een crypte van de IJzertoren.
De 5 overgebleven heldenhuldezerkjes op het kerkhof te Oeren:
Individueel detail over deze 5 gesneuvelden volgt later.
Aandenken 4de IJzerbedevaart te Oeren

Aandenken 4de IJzerbedevaart te Oeren (in bezit van Luc Klaps)
Op 5 september 1920 werd de herdenking en hulde bij het graf van Joe English, op het kerkhof van Steenkerke, de eerste IJzerbedevaart.
In 1923 vond te Oeren de vierde IJzerbedevaart plaats onder het thema "Eerherstel aan de geschonden graven". Men herinnert zich goed dat in de nacht van 9 op 10 februari 1918 grafschenners 38 heldenhuldezerkjes hadden besmeurd met cement (de letters AVV-VVK werden dichtgesmeerd).
Vanaf 1924 vonden alle IJzerbedevaarten te Diksmuide plaats. Helaas werden er in 1925 opnieuw verschillende zerkjes kapotgeslagen om een weg aan te leggen.
Op het kerkhof te Oeren zijn nog slechts 5 heldenhuldezerkjes bewaard gebleven.
Vernelen Jan B.
Graf 209
Nimmer vergeten (gedicht)
Nimmer vergeten
Moedige piotten, gesneuveld voor ’t vaderland
in wel duizend graven, kameraden begraven
hier op het kerkhof, in de Westhoek beland.
Toen ’t niemandsland zijn zonen verslond
in kille grachten, geen brood, met de kogel als dood
geleden, gestreden, aan het verschrikkelijke front.
Vaders en zonen, gevochten aan den Yser
in de Groote Oorlog, en toch
‘t maakt de mensheid nooit wijzer.
Negentig jaren voorbij, in weer en wind
is ’t graf van onze soldaten niet eenzaam verlaten,
nimmer vergeten, door ons immer bemind.
geschreven voor mijn grootoom Jan Vernelen
en zijn gevallen makkers
Luc Klaps, 11 november 2007
Adopteren graven van Belgische militairen
Op de website http://www.grafzerkje.be in Nieuwsbrief Nr. 15 - januari 2004 lezen wij het volgende.
Begin artikel
Via Grafzerkje Philippe Theys bekwam ik volgende informatie:
Op 2 december 2003 hebben wij met een aantal mensen de beslissing genomen - net zoals dat bij de Amerikanen de mogelijkheid geboden wordt - het beheer te willen doen voor het laten adopteren van Belgische militaire graven. We hebben één gemeente gekozen om te beginnen, maar er is blijkbaar vraag en interesse dat we beslist hebben deze zaak voor gans België op ons te gaan nemen.
In Alveringem (Hoogstade en Oeren) liggen samen 1.440 Belgische militairen begraven en van die 1.440, zijn er op 3 weken tijd al 45 graven geadopteerd. Adopteren is gratis, wie ons wenst te helpen met de begraafplaatsen van Hoogstade en Oeren met bloemen te sieren, de periode van 11 november, kan 5 euro per graf (je adopteert dan ook automatisch een graf) overmaken.
Nu hadden we graag navolging gekregen. Want het adoptieprogramma is één, maar op andere Belgische militaire begraafplaatsen hetzelfde gedaan krijgen is natuurlijk iets anders. We krijgen hulp aangeboden uit verschillende hoeken, maar het zou best leuk zijn moesten een aantal onder jullie bijvoorbeeld hetzelfde "aanbieden" op een Belgische militaire begraafplaats in jullie directe omgeving. Alle voorstellen, commentaren en raad is welkom. Positief of negatief (hoe kunnen we anders iets leren?). Mag ik jullie dan ook vragen onder jullie vrienden en kennissen, hier zoveel mogelijk reclame over te maken. We zouden graag zien dat vooral kinderen dit doen, of een ouder met zijn kind, we hebben zo trouwens een geval waar de pleegvader en zijn 14-jarige dochter een graf geadopteerd hebben.
Eén ding nog, in Henri-Chapelle zijn een 400 graven geadopteerd; (van de haast 8.000 graven) In Hoogstade liggen bijna 800 mannen begraven en er zijn daar al 40 graven geadopteerd (en in de week dat we Oeren bij de zaak betrokken hebben - daar ook al een vijftal). En ik heb net een Waalse vriend die net een graf te Wandre wenst te adopteren. Met andere woorden, wat de "cijfers" betreft zitten we in amper drie weken niet slecht, maar dit kan beter.
Adopteren is een symbolische daad, een klein onderdeel van wat herdenken kan zijn.
We moeten nu de beslissingen nemen die voor de volgende 50 jaar ervoor gaan zorgen dat herinneren geen folklore wordt.
Informatie is te bekomen bij Rik Scherpenberg, 0475/58 07 83.
Einde artikel
Wij hebben alvast geïnformeerd of dit adoptieproject nog steeds 'leeft'.
Laat het ons hopen.
Negen militaire kerkhoven beschermd
Bescherming Belgische militaire begraafplaatsen
PROVINCIE WEST-VLAANDEREN VERLEENT GUNSTIG ADVIES VOOR BESCHERMING BELGISCHE MILITAIRE BEGRAAFPLAATSEN
PERSBERICHT – 28 september 2007
De deputatie heeft in zitting van 27 september 2007 een positief advies verleend voor de bescherming als monument van negen Belgische militaire begraafplaatsen.
Het gaat om volgende militaire begraafplaatsen:
- Westvleteren: Sint-Maartensstraat
- Hoogstade: Brouwerijstraat
- Oeren: Oerenstraat
- Steenkerke: Steenkerkestraat
- Adinkerke: Heldenweg
- De Panne: Kerkstraat
- Ramskapelle: Ramskapellestraat
- Keiem: Keiemdorpstraat
- Houthulst: Poelkapellestraat
Deze begraafplaatsen zijn opgenomen in de inventaris van oorlogsrelicten van WOI die werd samengesteld in de periode 2002-2006 door provincie West-Vlaanderen in het kader van het project “Oorlog en Vrede in de Westhoek” i.s.m. de Vlaamse overheid. Kenmerkend voor deze begraafplaatsen zijn een imposante voormuur in rode baksteen, een vlaggenmast met de Belgische driekleur, een strakke symmetrische aanleg met grasperken die afgewisseld worden met paden met steenslag en aanplanting met bomen, hagen of struiken. Ferdinand Symons ontwierp in 1924 de arduinen grafsteen, waaronder de doden meestal individueel begraven liggen.
Gedeputeerde Pertry hoopt dat dit positief advies een volgende stap is in de erkenning van de oorlogsrelicten uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek als Werelderfgoed. Hij roept minister
van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen op om verder werk te maken van deze erkenning. Dit advies ligt bovendien in de lijn van het provinciale beleid inzake omgang met oorlogserfgoed.
Voor meer informatie of een reactie, neem gerust contact op met :
Gunter Pertry, gedeputeerde Kunst, Cultuur en Onderwijs en voorzitter netwerk “Oorlog en Vrede in de Westhoek” op het telefoonnummer 050-407350 of via gunter.pertry@west-vlaanderen.be
Dit bericht wordt verspreid door de dienst Communicatie van het Provinciebestuur West-Vlaanderen. De dienst Communicatie is te bereiken op het telefoonnummer 050-407407 of via kurt.maene@west-vlaanderen.be
Bron: http://www.west-vlaanderen.be/nieuws/persberichten/2007/PB-2007-301.pdf
Monument Alveringem

Monument Alveringem
ALVERINGEM - Op vraag van An Dewaele (PRO) zal het oorlogsmonument aan de ingang van het kerkhof van Alveringem nog voor 11 november een opknapbeurt krijgen. De soldaat is in slechte conditie. (mma)
Bron: Nieuwsblad.be van 18 mei 2007
http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?articleID=ur1ce8hl_1
Zie ook http://www.forumeerstewereldoorlog.be/viewtopic.php?t=9358
Foto's B.M.B. Oeren
|
![]() |
Minister Van Mechelen beschermt 15 Belgische militaire begraafplaatsen

Vlaamse minister bevoegd voor het onroerende erfgoed, Dirk Van Mechelen, pleit reeds enkele jaren voor een vernieuwde aanpak op het vlak van beschermingen. Inmiddels zijn in Vlaanderen ongeveer 10.000 objecten als monument beschermd, wat ons kwantitatief op een aanvaardbaar niveau brengt in vergelijking met de ons omringende gewesten en landen. Deze beschermingen zijn meestal tot stand gekomen op basis van de zogenaamde ‘geografische beschermingen’. Die hebben het voordeel dat op korte termijn na het afronden van de inventarisatie van een gemeente, een omvangrijk aantal beschermingen kan worden gerealiseerd. Echter, in hun nadeel speelt het feit dat op deze wijze de intrinsieke waarde van het erfgoed op Vlaams niveiau te weinig kan vergeleken worden met andere gelijkaardige erfgoedobjecten.
Minister Dirk Van Mechelen heeft daarom samen met zijn administratie een legislatuuroverschrijdend plan voor thematische bescherming uitgewerkt. 2006 was een overgangsjaar waarin vooral gewerkt werd aan de inventaris van de verschillende thema’s.
Momenteel komt de beschermingsaanpak, dankzij de inzet van de administratie en inzonderheid de erfgoedconsulenten van het Agentschap R-O Vlaanderen, op kruissnelheid.
Eén van de thema’s die op korte termijn volledig worden uitgewerkt, is dat van het erfgoed van de Eerste Wereldoorlog en bij uitbreiding alle oorlogserfgoed in Vlaanderen. Vorig jaar kondigde minister Van Mechelen de ‘Inventaris 1914-2014′ aan, een grootschalig inventarisatie- en beschermingsproject van het WO I-erfgoed in Vlaanderen dat uiteindelijk moet leiden tot de erkenning van de slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog als Unesco-werelderfgoed.
Uiteraard is oorlogserfgoed een zeer ruim begrip en daarom worden achtereenvolgens verschillende deelthema’s geëvalueerd. Voor 2007 staan de militaire begraafplaatsen op het programma. Het pakket van Belgische militaire begraafplaatsen is dan ook het eerste in de rij, later op het jaar volgen nog pakketten rond de begraafplaatsen van het Gemenebest, en die van de Franse en Duitse militaire begraafplaatsen.
Militaire begraafplaatsen zijn een recent fenomeen, waarvan het ontstaan nauw verbonden is met de Eerste Wereldoorlog. Tot in de 19e eeuw werden gesneuvelde soldaten doorgaans in massagraven verzameld op de plaats waar ze sneuvelden. Alleen officieren werden gerepatrieerd en individueel begraven. Door de lange duur van de krijgsverrichtingen en de stellingenoorlog waardoor soldaten erg verspreid sneuvelden en bijvoorbeeld ter plaatse werden begraven, veranderde deze praktijk en kreeg iedereen een individueel graf. Zo ontstonden er her en der, bijvoorbeeld bij individuele hulpposten, kleine begraafplaatsen.
Na de oorlog werden de gesneuvelden gegroepeerd herbegraven op speciaal aangelegde begraafplaatsen, die getuigen van de eigenheid en visie van de verschillende betrokken partijen. Vaak werd aan de nabestaanden de keuze gelaten om hun overleden familielid te repatriëren naar het land of plaats van herkomst. Het is bovendien veelzeggend dat de meeste betrokken landen ervoor opteerden om hun overledenen zonder onderscheid van rang of stand te begraven door het gebruik van eenvormige zerken.
In ieder geval getuigt de zorg die besteed werd en wordt aan de aanleg en de instandhouding van de militaire begraafplaatsen aan de maatschappelijke wens om de herinnering aan beide wereldoorlogen nog levendig te houden.
Als eerste deelpakket beschermt Vlaams minister Van Mechelen nu 15 Belgische militaire begraafplaatsen als monument, met name de begraafplaatsen van Lier in de provincie Antwerpen, van Halen en Leopoldsburg in de provincie Limburg, van Eppegem, Veltem-Beisem en Sint-Margriete-Houtem in Vlaams-Brabant en van Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke, De Panne, Ramskapelle, Keiem en Houthulst in de provincie West-Vlaanderen. De minister heeft nu de besluiten tot voorlopige bescherming getekend. Dit wil zeggen dat de procedure tot definitieve bescherming wordt opgestart, met inbegrip van een openbaar onderzoek en het inwinnen van de nodige adviezen, zoals het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Binnen het jaar moet de definitieve beslissing genomen worden.
Enkele jaren na het einde van de Eerste Wereldoorlog startte de Belgische overheid met de aanleg van de militaire begraafplaatsen. Na enkele omzwervingen is het dagelijkse beheer en het onderhoud sinds 2004 opnieuw een verantwoordelijkheid van het ministerie van defensie.
Ongeveer de helft van de Belgische gesneuvelden werd gerepatrieerd naar de plaats van herkomst en werd daar herbegraven op het erepark van de kerkhoven of burgerlijke begraafplaatsen. Deze ereperken werden overigens bij de beoordeling buiten beschouwing gelaten en worden pas in een later stadium of bij de globale beoordeling van een begraafplaats mee gewaardeerd. Daarom ook dat de militaire begraafplaats van Brugge, omdat ze deel uitmaakt van de gemeentelijke begraafplaats die als geheel zeer waardevol is, niet werd opgenomen. Maar voor de ganse Brugse begraafplaats wordt een afzonderlijk beschermingsdossier opgestart.
Belgische militaire begraafplaatsen hebben doorgaans een strak symmetrisch aanlegpatroon, met een bakstenen voormuur afgewerkt met natuursteen en sierelementen, een vlaggenmast met driekleur, (meestal) een gedenkkruis of religieus symbool en een houten schuilhuisje waarin zich ook het grondplan, het register en het bezoekersboek bevindt. Vanaf 1925 werd een standaard grafsteen, naar ontwerp van architect Fernand Symons, veralgemeend: arduinen stenen versierd met krullen met een bronzen grafplaat met de gegevens van de overledene. Tenzij de nabestaanden dit niet wensten, werden de oorspronkelijke graftekens zoals houten kruisen of de zgn. heldenhuldezerkjes, door het standaardtype vervangen. Van de ongeveer 800 heldenhuldezerkjes blijven er vandaag nog circa 75 bewaard.
De plaats waar de verschillende militaire begraafplaatsen zijn ontstaan verwijzen doorgaans naar de krijgsverrichtingen, zoals Halen, Lier, Sint-Margriete-Houtem, Veltem-Beisem, Eppegem, Ramskapelle, Keiem en Houthulst, of naar de plaats waar medische posten of hospitalen werden uitgebouwd, zoals Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke en De Panne. In het geval van Leopoldsburg betreft het vooral graven van krijgsgevangen, politieke gevangenen, gefusilleerden,… die hier werden gegroepeerd.
“Negentig jaar na de Eerste Wereldoorlog is de herinnering aan deze gruwelijke loopgravenoorlog en aan de Tweede Wereldoorlog nog altijd levendig en actueel. Het is dan ook belangrijk dat de begraafplaatsen en hun graven van een ganse generatie jonge mensen blijvend symbool kunnen staan voor de gruwelen en de zinloosheid van de oorlog. Niet alleen om niet te vergeten, maar ook om lessen te trekken naar de toekomst. De bescherming van de Belgische militaire begraafplaatsen – en later van de militaire begraafplaatsen van de andere mogendheden – bevestigt de enorme maatschappelijke relevantie ervan. Ik hoop dat deze bescherming meer dan ooit een aanzet mag zijn, voor de blijvende en niet aflatende inzet voor het behoud van ons oorlogserfgoed. Dat het tevens een uitgangspunt kan vormen voor nieuwe initiatieven, die bijvoorbeeld jongeren bewust maken van het voorrecht om te leven in een vrij en welvarend Vlaanderen”, aldus nog de minister.
Bron: http://www.dirkvanmechelen.be/2007/minister-van-mechelen-beschermt-15-belgische-militaire-begraafplaatsen/ - 2 augustus 2007
Member of WebRing