Dinsdag 17 juni 2025
LEPRA KOLONIE TAVARES DE MACEDO deel 2


Damiaan
Broeder Nereu Benvenutti zei me dat het momenteel zeer slecht ging in de kolonie. Er was geen geld, de gemeente deed niets en de regering sloot haar ogen. Het ontbrak aan alles, vooral medicamenten, bandage en menselijke hulp. De mannen en vrouwen die hier werkten deden hun best, maar kregen, letterlijk, het 'bloed niet meer uit de bandages gewassen'.
Ze werkten hard en met overtuiging en sommige keken me vragend aan, met een glimlach, anderen uitdrukkingsloos.
Ik dacht aan Damiaan de Veuster, de Belg uit Tremelo, die intrad bij de paters van Picpus, en in 1873 aankwam in Molekaï bij de Hawaï-eilanden, om daar de melaatsen te helpen. Hij verbleef en leefde 16 jaar tusssen hen, die gedoemd waren te sterven, en hij met hun.
Toen was lepra een ziekte die bijna niet te bestrijden was.
Het was ook in dat jaar dat een Noorse arts Armauer Hansen de ziekte 'ontdekte', die veroorzaakt werd door de leprabacil. Naar hem werd de ziekte genoemd 'bacil van Hansen'.Doch melaatsheid was de verdoemde naam en al in het nieuwe testament werd het aangeduid met 'huidvraat', de melaatsen werden afgezonderd.
Er bestaat nu, sinds de jaren '80, een degelijk medicijn tegen lepra, de ziekte kan in tweeën ingedeeld worden.
De eerste is de Pauci-Bacillaire lepra, die niet besmettelijk is.
De tweede de Multi-Bacillaire lepra, de zeer besmettelijke vorm, die word overgebracht door luchtwegen, hoesten en niezen. Het is een bedriegelijke ziekte daar de incubatietijd kan oplopen tot 7 jaar.
De ziekte kan in ernstige vorm leiden tot wegtering van lichaamsdelen en blindheid. In Brazilië komen nog steeds de meeste gevallen voor in Zuid-Amerika, en het beleid van stichtingen is er opgericht de ziekte snel op te sporen, alhoewel dit in de binnenlanden een helse taak is, vooral in Amazonas.
Ook broeder Benvenutti is een soort Lazarus en met hem duizenden anderen die vechten voor deze mensen.
Samen met hem liep ik de vrouwenbarak uit en de hete zon deerde mij niet. Hier in de kolonie woonden meer als duizend mensen, die leefden in een communiteit. Er zijn kerkjes, cafeetjes, bloemenparkjes, ja het is een dorpje. Vele leefden hier en kwamen niet meer buiten de muren van het dorp.
We liepen langs de imitatiegrot van Lourdes. Het geloof is zo diep ingeworteld in de mens zijn ziel dat er bijna alles om draaide.
Maar ik stelde mij vragen.
Terecht?
Ik zag ook de politiemensen rondzwalkten als waren ze ingehuurd, daar toch geen andere optie voor hen was.
Kunt u zich dat voorstellen?
In Rio de Janeiro?
Wat ze hier uitbroedde bleef me een raadsel, alhoewel er geruchten gingen dat ze hier waren om de 'maconha', mariuhana, handel tegen te gaan.
Hier, waar meer verplegende hulp nodig is dan deze zwaar bewapende narren.
Maar overal in Brazilië kan men deze ongerijmdheid zien.
Puta que pariu!
...Verdomme!
En als Benvenutti me die woorden had horen opperen dan was ik ten strengste aangesproken door de man met zijn blauwe wijnneus, die toch een 'vroom' mens was, en de schuld van dit alles niet bij God deponeerde.
We liepen door de hitte naar de mannenbarak.
Benvenutti keek me aan als ik hem vraag waarom de barakken van mannen en vrouwen gescheiden zijn en zei met enig cynisme: '... ja, we moeten ze gescheiden houden... Anton... mannen zijn nou eenmaal mannen...'
Onder de veranda zat een man in een rolstoel, ten minste als dit zo te noemen was. Zijn handen en voeten waren ingewikkeld in lappen. Hij was blind en geestelijk zwaar verward. De broeder sprak met hem, schijnbaar woorden die deze man dagelijks nodig had.
Ja, zoals voedsel.
Wat was het leven van die man geweest?
Wat waren zijn herinneringen aan een liefde, een familie?
Binnen bezochten we een kamertje waar enkel mannen verbleven. De broeder ging naar het bed van een van hun, de man lag verstopt onder de deken.
Hij begon met de man te praten en even later kwam een gehavend gezicht, zonder neus vanonder de deken vandaan.
Ook zijn voeten en handen waren zwaar aangetast.
Het was een kleine man, een mulat, en hij begon te praten tegen de broeder als was hij een 'preek' aan het verkondigen.
Hij sprak over zijn ziekte, de teloorgang, de pijn en 'Deus'.
Benvenutti luisterde geduldig.
Ik keek naar de kleine, iets gedrongen kalende broeder in zijn flanellen broek, wit t-shirt waar een houten kruisje op bengelde en sandalen.
Dan liep hij naar de andere hoek, daar waar een man bewegenloos op bed lag.
Ik hoorde de broeder woorden fluisteren, die ik niet kon verstaan, en hij maakte een kruis boven het hoofd van de man, een stervende.
slot
Bij mijn volgende bezoek aan de kolonie was Nereu Benvenutti er niet meer. Hij was opgevolgd door een jongere broeder Jamie.
Benvenutti, zei men, was in een rustoord van de orde in de stad Curitiba in het zuiden.
dank voor lezen en begrip, Wayn
Geschreven door Storyteller om 18:05
Reageer op dit bericht








































fotos archief Storyteller









