Dinsdag 17 juni 2025
LEPRA KOLONIE 'TAVARES DE MACEDO' deel 1


p.s dit schreef ik in 2008. Heden 2025 bestaat de kolonie nod steeds, doch de ziekte en verzorging is verbeterd.
Ik maakte in de kolonie geen fotos, daar ik de courage niet kon vinden
Deze foto, die ik bewerkte, komt uit het boek 'Geschonden Eldorado' van Anth. v. Kampen.
Ik bezocht de kolonie enkele malen, gelegen in Vendas das Pedras, Itaborai, op 55 kilometer van Rio.De ingang lag tussen de vuilwitte muur van het 'hospital', langs de br101 weg. Vandaar liep een weg stijl naar boven, waar een soort dwarsboom je deed stoppen en in een hokje een bewaker zat, die de nodige informatie moest hebben.
De eerste maal bezocht ik de kolonie in 1992 samen met mijn oom padre Thomas, over dit bezoek zal ik verhalen.
Mijn oom was een kennis van de broeder die daar werkzaam was, een Franciscaner met de naam Nereu Benvenutti.
Toen we aankwamen was de broeder schijnbaar net wakker en vroeg prompt of we een glas wijn wilde drinken, zijn paarse neus duidde erop dat de drank cruciaal was en zijn toeverlaat in dit oord.
Het leven was hier dan ook diepgaand.
Keihard.
Brazilië heeft de meeste leprapatiënten in Zuid-Amerika en is wereldwijd het tweede land met de aan deze ziekte lijdende mensen.
Mijn oom had een afspraak elders, (ik weet nu dat hij dit opzettelijk deed, daar ik me kon sterken in de omgeving en taal) en ik was op mijn eigen aangewezen met mijn toen nog primitief Portugees, maar sufficiënt om me te redden in conversaties.
In het woonkamertje van Benvenutti stond ook een kleine accordeon, die hij bespeelde en een oude gitaar. Alles was ordelijk, een keukentje waar ze zelf kookten, met zijn twee medebroeders, en zijn slaapkamertje.
Hij was van Italiaanse afkomst, in de zestig, klein, iets kalend en trok met zijn been, als gevolg van een heupoperatie.
Hij vroeg me of ik de 'barakken' wilde zien en we liepen naar buiten de warme zon in.
Het was maart en hij liet mij de aanplant zien naast zijn huisje, vele groenten, klaar voor de pan.
Langs de weg zag ik de mensen zitten onder de veranda van de witte huizen. Ze wuifden naar ons en ik voelde me een vreemdeling, een soort outsider, die ik ook was, maar toch was een verbintenis speurbaar in mijn gevoelens.
Hij wees naar de andere kant waar zich het 'dodenhuis' bevond. Daar waar de mensen lagen die de ziekte teveel had aangevreten, zij die de 'heiland' gingen ontmoetten. Hij zei dat het beter was dit gebouw niet te bezoeken.
We gingen de barak binnen waar de vrouwen op de veranda zaten. Daar vertelde een van hun mij dat ze hier al meer als 20 jaar was en nooit meer de kolonie verlaten had, daar ze erbuiten toch niet meer geaccepteerd zou worden.
Toen we huis betraden zag ik links en rechts de kleine kamertjes van 3 bij 3 meter.
Daar bevonden zich 4 bedden en een Jesus kruisbeeld aan de muur.
Hij die leed, wie die lijdt?
Ik zag de vrouwen die erop lagen of zaten met eronder grote witte metalen potten.
Ze waren schuw en in de kamer hing een penetrante reuk van urine, poep, zalven en andere niet te definiëren geuren.
Hun handen, voeten en delen van hun lichaam waren omwikkeld met vuilverband. Dit lag niet aan de verzorging, maar aan het gebrek van dit alles.
Een vrouw schaamde zich voor haar zieke handen waarvan vingers ontbraken en probeerde, toen ik haar aankeek, deze te verstoppen onder de deken. Bij een oudere vrouw was het gezicht aangetast en haar neus zo goed als verdwenen.
Een andere vrouw gaf ik een hand en zij aanvaarde die met een glimlach terwijl ze mompelde dat ik 'mooi' was.
Verdomme, hoe moet ik dat omschrijven?
Ik voelde me onbehulpzaam, weelderig ten opzichte van deze mensen. Een indringer, een buitenstaander in een afgesloten wereld.
Ik zou hier om een andere redenen moeten zijn, niet als een soort journalist in wording, of die hierover wilde berichten in een boek, neen!
Ik zou hier moeten kunnen werken.
Ja, dat dacht ik, dat was het!
Wat was het dat mij dit wilde, of moest, laten zien?
Mijn ander leven, dat ik geleefd had in een bar, zuipend en zingend over de ellende in de wereld?
Er moest iets veranderen.
Doch ik voelde me goed dat ik daar was, dat ik deze mensen kon bezoeken. Ook zij waren blij, in hoeverre je dit woord kan omschrijven, dat deze 'gringo' hier hun ziel streelde, of zoals Benvenutti zei: "Anton... mensen, is van heel ver gekomen... alleen om jullie te bezoeken..."
En ik schaamde me toen de vrouwen zeiden: 'obrigada... senhor...'
wordt vervolgd...
Geschreven door Storyteller om 17:58
Reageer op dit bericht







































fotos archief Storyteller











