Naar de inhoud

BRASIL / impressies / reisverhalen

Op zoek naar de Ware Ziel van Brazilië - Het alternatief
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Boeken Wayn Pieters (Storyteller)

Verkrijgbaar bij  home
SURUCUCU - roman
PLOT: Tonho gaat op zoek naar de moordenaar van zijn vader Lirio, omgebracht voor ruwe diamanten. Hij raakt verzeild in een wereld van intriges, moord en komt in bezit van een schatkaart. Het avontuur begint in Rio de Janeiro. Via de Mato Grosso en junglestad Manaus komt hij tenslotte terecht in Novo Mundo, Pará, waar 258 jaar geleden een goudschat begraven werd. Dit is ook het gebied van de Mundurucu-stam, met hun mysterieuze wereld en het woud van de Surucucu slangen, het metafysische van Amazonas. Het verhaal geeft een visie op de Braziliaanse samenleving en vraagt begrip voor het Indianen-vraagstuk. 





2686773-efb84eb829da9ef82b2f96291f9aaebd.jpg

painting Wayn ---- naar een schilderij van Antonio Parreiras (20 January 1860 – 17 October 1937)  Brazilian painter, designer, and illustrator.
2686773-346b70ebf3dff362416db45be3945623.jpg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

TONTO, de Straathond

Tonto was een straathond, die men in Brazilië 'vira lata' noemt hetgeen 'blik omdraaien' betekend

Hij volgde mij overal, trouw, dan op een dag zag ik hem niet meer...



2662281-e8cb88bf97b7c9761946c2e3a6c532ae.jpg

2662281-69dad3f26dc0a036d26c3d14fa4a541e.jpg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Storyteller om 19:02 Reageer op dit bericht

CIRCUS van de CAFUZ -kort verhaal in enkele delen geschreven door WaynP. orig. boek 2002© fim

De volgende dag stroopten Benidicto, Pisgah en de reus het gebied af zonder resultaat. De bandieten waren verdwenen gelijk stofdeeltjes van een arme droge grond. Verdwenen samen met de juwelen van vrouwenharten.''Het leven is hard, maar eens op een dag zullen wij het antidotum vinden, het tegengif dat de wederontmoeting garandeert met de beesten!'' sprak Pisgah toch wel iets te diepzinnig, en hij vouwde zijn kleine dikke vingers samen en knielde in het stof en bazelde woorden die leken op chinees.

De tijd kwam inderdaad.

Vijf maanden nadien toen in een klein dorpje de strottensnijder was gezien. Hij was bezopen en verspreidde angst onder het volk en de politechef scheet dun in zijn broek voor de bendeleider. Maar niet Grandâo die de revolver van de beul wist te grijpen en verboog als een ijzerdraadje. De strottensnijder en zijn drie compagnons werden onder schot gehouden door Benedicto, Pisgah, Antonio de troubadou en Pascoal. De reus nam de bandiet bij zijn keel en tilde hem met één hand de lucht in en de beul snakte naar asem. Hij moest opbiechten waar de vrouwen  zich bevonden en niet veel later zag benedicto hen terug, geboeid in een grot tussen honden en bewaakt door een eenogige man, die als een jakhals de vrouwen bekeek en na zij later zeiden hen aflikte als een anticristenhond. De vrouwen werden bevrijdt. De reus brak de strottensnijder zijn nek toen deze onverwachts een groot mes te voorschijn toverde. De drie andere bandieten werden gedood en de zes anderen vluchten op hun snelle paarden de struiken in. Weg naar hun laatste redding de wildernis, de sertâo. De vrouwen vetelde hun geschiedenis van de laatste maanden en de vele malrn dat ze werden misbruikt door de struikrovers. Benedicto zag dat Tamari mager was geworden, een skelet en haar eens mooie puntige borsten hingen nu als geitenuiers. Lailadrinha was er niet veel beter aan toe en leek een verwelkte prairie roos.

De dag erop stierf Taticus met het tapirhoofd onverwachts aan een vreemde ziekte waarbij hij groene brij spuugde en rond draaide van de pijn op zijn olifantenbenen. Zijn slurfachtige neus stond rechtop en hij huilde, riep om zijn moeder...minha maizinha...te amo... ( mijn kleine moeder... ik houd van u) en om zijn vader de indiaanse diamantzoeker die als kind had vervloekt...o paizinho (O klein vadertje)  Hij riep om vergiffenis. dan kreeg hij stuiptrekkingen der dood en bleef stijf als een plank liggen met ver opengesperde ogen.

'Hij is naar een ander wereld', zei filosoof Pisgah, een wereld waar alleen mensen als taticus leven. Een wereld vol van groen, rivieren, bergen en eenhoorns, elfen en kabouters.

Wederom trok het circus verder. Het circus van de Cafuz.

fim

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 21:25 Reageer op dit bericht

CIRCUS van de CAFUZ -kort verhaal in enkele delen geschreven door WaynP. orig. boek 2002© deel 3

Het circus ging verder zonder de Cafuz. De jap Saikaku werd de leider. Liever gezegd hij eiste dit op. Hij werd tevens gedreven door jaloezie, want hij was al langer belust op de mooie lailadrinha en daagde op een gegeven moment Benedicto uit voor een twee-duel. iedereen probeerde dit te verhinderen het meest Lailadrinha zelf. Maar de jap was een 'samoerai' en die hield zijn woord, want zijn verre voorvader was een 'Sjogoen' geweest, een militaire dictator en de keizer alleen maar een lamzak. Hij moest vechten en wilde tenslotte met de mooie zigeunerin de liefde bedrijven. Doch benedicto was niet bevreesd, wel jong en onervaren en het grote mes was niet geboren in zijn hand. Het gevecht liep uit de hand en de kleine dikke jap zette het mes op Benedicto's keel. Alleen het ingrijpen van de reus Grandâo redde hem het leven wanneer deze de arm van de jap greep en hem omhoog trok als een speelpop, nam de jap zijn linkerbeen, draaide in het rond en slingerde hem wel tien meter verder tussen de cactusstruiken. Saikaku werd nu zoe woedend dat hij Japans vloekend op de reus afstormde. Deze ving hem op als een gebroken marionet en stond even later met zijn grote voet op de kleine dikke jappen-nek. Deze vroeg om vergiffenis en zo liep alles met een sisser af. Saikaku verliet het circus, te voet zuidwaarts iets mompelend over zijn vrienden de Xingu indianen. Een lange barre tocht, maar hij herhaalde steeds: '...ik ben een 'samoerai', van krijgsadel... verre zoon van de Sogoen Sajuro, ik ben een strijder!'

Enkele dagen later vond men hem naast een reuzencactus. Hij had zijn hart doorboord met zijn zwaard. Benidicto werd de nieuwe leider, hoewel hij dit eerst weigerde, doch Tamari, de weduwe van de Cafuz stond erop. Zodoende. Ze trokken verder en toen men wederom Benedicto's geboorteplaats Cajari aandeed bleek zijn grootvader Deuszinho overleden. Benedicto huilde en was droevig. Dezelfde dag trokken ze verder naar het oosten, riching de staat Ceará.

'Het leven is een schimmenspel. Ik geloof in kosmologie, de mens is een met de sterren!' Deze woorden sprak Pisgah, een negerman die zich een jaar later bij de groep voegde. Hij was filosoof, maar kon tevens vijf minuten onder water blijven. Hij werd een actractie en Benedicto was ingenomen met de kleine man, zijn kromme benen, korte armen, platte neus en oren als van een kleine olifant. Pisgah zei dat hij geboren was in het land Columbia en dat zijn vader een gevluchte negerslaaf was en zijn moeder een slavin. Ondertussen had Tamira de vrouw met het ovaal tahitiaans gezicht de jonge Benedicto verleid en ze nam hem mee in haar wagen. De jongen had een onverbloed respect voor de dertigjaar ouder vrouw. Zij, de gewezen vrouw van de Cafuz, zijn meesteres. Nu noemde hij haar lieve Tamarinha. Ja, ze was klein en vurig als een merkwaardige duistere merrie en Benedicto genoot met volle teugen van het liefdesspel en ze vleidde zich teder naast hem neer, terwijl Lailadrinha op dat moment buiten stond en de wellustklanken hoorde. Ze was verward, kwaad en berustend te gelijk. Het was Tamari die haar later uitleg gaf en de kleine zigeunerin aanvaarde de deling. En zo had Benedicto nu twee vrouwen.

Het circus trad op in het binnenland van het arme Ceará en ze hadden succes tot de dag kwam dat de bende van de strottensnijder, een zekere Jorge Pedro hun kampement overviel wat ze langs de Candinda rivier hadden opgebouwd, gelegen bij het kleine dorp Pentecosta. De bende bestond uit tien man, mannen met geplooide gezichten, ruige leren napoleonshoeden, leren vesten en beenkappen tegen de doornen en net als hun chef behangen met patroontassen en crucifixen. Ze ontvoerden de mooie zigeunerin Lailadrinha en de oude mooie Tamari en niemand kon op dat moment iets doen. Niet Pisgah met zijn intelligensia en zelfs de reus Grandâo stond nu onmachtig tegenover de geweren en revolvers. Lachend op hun kleine woestijnpaarden met schitterende leibanden en met goud beslagen tuig en glanzende zadels verdwenen ze de nacht in. Woedend en met tranen in zijn ogen zat Benedicto naast het vuur en de grote hand van de reaus op zijn schouder kon hem niet troosten.

word vervolgd door laatste deel

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 17:07 Reageer op dit bericht

CIRCUS van de CAFUZ -kort verhaal in enkele delen geschreven door WaynP. orig. boek 2002© deel 2

...Benedicto stond stil en zocht het moment om het zigeunermeisje te zien die in haar armen een kleine jongen hield, haar zoontje Zumbizinho, kleine Zumbi. De karavaan stond stil bij het pleintje naast de kerk waar ze hun plek markeerden. De aap vloog krijsend over het kerkplein en de mensen lachten en klapten in hun handen. Het circus zou één week blijven, een week en Benedicto was vastberaden met hen verder te gaan. Hij had zijn grootvader al gewaarschuwd en de oude man had gehuild, maar gaf Benedicto zijn zegen.

Om zes uur, na het vallen van de duisternis werd de voorstelling gegeven en de oude lama knielde voor het publiek terwijl de pekari's door zijn benen renden. De reuzenman Grandâo nam de twee dwergen in zijn grote handen en tilde hen hoog in de lucht en met verbazing keken de mensen naar het heerschap met een mond zo groot dat je er een watermeloen in kon stoppen. Dan kwam de zigeunerin Tamari en ze danste rond het vuur en de Cafuz zelf spuugde vuur en boog dikke ijzerstaven. De Jappaner Saikakku slikte zijn degens en maakte vreemde sprongen. Dan kwam de vrouw met vierborsten en sommigen mochten eraan voelen of ze wel echt waren. Dan deed het volk een stapje terug als de man met het tapirhoofd verscheen: Taticus. Daar waar zijn neus moest zitten bevond zich een slurfachtig uitsteeksel en zijn haren waren hoog en stekelig als dat van een stekelvarken. In zijn armen hield hij de romp van Chico Bobo die een op een tabakspruim sabbelde waardoor het zwarte sap uit zijn mond droop als hij lachte, terwijl de mensen gierden als hij begon te zingen voor Taticus die dan danspastjes maakte met zijn gruwelijke benen.

Dan kwam Lailadrinha gezeten op een kleine pony een 'passarella', zij ging op zijn rug staan en de mensen juichten en klapten en dan, als een vliegende engel sprong ze van de pony en danste wild en driftig in de schaduw van de tamarindeboom bij het vuur waardoor haar rok naar boven vlamde en twee kunstzinnige bruine benen te voorschijn kwamen. En de gek geworden mannen wilde haar aanraken, maar de Japanner verdedigde haar als was ze zijn goudschat, zij de bloem van de Braziliaanse woestijn, de sertâo.

En zo gebeurde het op een hete morgen dat Benedicto vertrok met het circus vande Cafuz. Deze had hem na overreding van de ouwe opa meegenomen. Ja, hij kon de beesten verzorgen en andere klusjes opknappen. Alles verliep voorspoedig en vier jaren verstreken en Benedicto vierde zijn zestiende verjaardag, de dag dat hij Lailadrinha eindelijk een kus mocht geven. Zij had nu drie kinderen van de Cafuz: Zumbinho, Tita en Casmira, twee meisjes. Op haar vijftiende had de Cafuz haar ontmaagd: 'ze moet eens vrouw worden!' had hij tegen zijn vrouw Tamari gezegd. Benidicto had er voor al seksueel debuut gemaakt met Catarina een instinctief minutieus hoertje, ook daar het de Cafuz tijd vond dat hij maar eens man moest worden. Doch, al een jaar eerder was het Lailadrinha geweest die hem in zijn dromen zijn onbezoedelde lid deed zwellen en een bepaalde reuk liet afstoten. Nu had hij Lailadrinha een kusje mogen geven, onschuldig onder de palmboom achter de oude schuur tussen kippen en magere runderen. Hij was toen verlegen weggeloen met een blos op zijn wangen. De dag erop werd het een mondhoek zoen en een tedere aanraking en al snel werd het een tongzoen en de samenvloeing een gegeven. Hij zoch haar borsten mooier dan die van Catarina en alle andere vrouwen die had gekend. De liefde met Lailadrinha werd intens en een jaar later werd Yali geboren, dit alles met genegenheid van de cafuz.

Het jaar daarop werd de Cafuz gedood bij een messengevecht. Tijdens dit gevecht dacht hij aan de zwarte huilende madonna. Zijn tegenstander had zich willen vergrijpen aan zijn vrouw Tamari die al bewusteloos op de grond lag met bebloed hoofd. Hij verdedigde zich, maar de bloedtranen van de Madonna deden hem twijfelen om wederom te doden, want hij was de sterkere. Juist toen hij de verkrachter de keel wilde doorsnijden zag hij de vrouwe in een flits met rode tranen hetgeen zijn dood betekende. Waarom had de Madonna hem niet in bescherming genomen, na zijn eerzaam leven? Het zou altijd een raadsel blijven beste lezers en madonna's? Die zijn nu eenmaal bovenaardse exentrieke wezens.

word vervolgd

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 18:06 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van BRASIL / impressies / reisverhalen

↑ Terug naar de berichten