Donderdag 9 januari 2020
SETE CIDADES deel 3


Boek-cover van "RED GOLD' van John Hemming 1978
''... volgens De Mahieu (dit moet men nu zien in de geest van het blanke rasverering gemengd met gegevens uit de historie, en daar hij zover ook de enigste blijkt die deze weg van de noormannen beschrijft) overmeesterde en civiliseerde de Vikingen, dank zij hulp van indianenstammen, eerst de Ayamará en later de Quechuas, een groot gebied. Dit strekte zich uit van de hoogvlaktes tot aan de pacific en van Valparaiso in Chili tot in Bogatá. In 1920 kwam een einde aan deze heerschappij en het eerste rijk in Peru. De oorzaak was de geduchte stam van de Diaguita in het noorden van Chili. De Vikingen werden strijd naar strijd overwonnen waarvan de laatste slag plaatsvond midden in het de Titacacazee, op het zonne-eiland.
Tien jaar nadien trokken enkle overledenen van het strijdgeweld, die zich hadden teruggetrokken in de bergen, naar Cuzco en stichtten daar samen met hun trouw gebleven stammen: het rijk van de Inca's. Het woord INCA betekend, volgens De Mahieu, letterlijk 'nakomelingen', en de eerste leider werd Manko Kápak. Na de verloren slag vluchten de Vikingen, uitgezonderd die naar Cuzco trokken, of wel richting de Pacific, of daalden af naar de wouden van Amazonas. Hierdoor zouden de befaamde Amazonas vrouwen afstammelingen zijn van deze migratie. In zo verre het toch wel, 'fantastische' relaas van De Mahieu.
Doch nu de vraag. Hoe kwamen de Vikingen terecht in het noordoosten van Brazilië? Want het gebied van Sete CIdades ligt linea recta maar liefst 1000 kilometer oostelijk van Amazonas. Buiten dat lag de staat Piauí ver verwijderd van de hoofdverbindingswegen van de Vikingen, in een gebied dat kurkdroog was en met een fauna die niet aanlokkelijk was voor mannen die leefden van de jacht.
De Mahieu (hij neemt dit dan ook aan) meent dat de mannen van Tiahunaco al vóór de strijd op het zonne-eiland zich gevestigd hadden in het noordoosten van Brazilë. Doch hij vraagt zich af (en terecht), waarom? Het moet bijna wel zo geweest zijn dat ze steunpunten hadden aan de noordkust en in het bijzonder bij de inham van Parnaiba, waar de rivier Longa in uitvloeit. Die rivier doorstroomt het gebied van Sete Cidades. Hoe dan ook, volgend de Fransman waren de Vikingen zonder enige twijfel in Sete Cidades en dit bewijst hij dan ook uitvoerig met inschriften en tekens op de rotsen van de capricieuze gebied.
Nu laat ik duidelijk zijn: er zijn veel grondslagen die een gelijk aantal beweringen tegenspreken. Zo is er de versie van John Hemming (op zijn expedities bezocht Hemming in 1971/72 vijfenveertig stammen in Brazilië waaronder de Surui, Parakana, Galera Nambikwara en Asurini, in een tijd dat het eerste gezichtscontact gemaakt werd met Indianen) in zijn schitterend en gedetaillieerd boek Red Gold. Hij verteld over een Portugees Aleixo Garcia, die loodrecht door Zuid-Amerika marcheerde over een afstand van duizenden kilometers, heen en terug, en hij moet, volgens Hemming de eerste blanke zijn geweest die het Inca rijk aanschouwde. Dit was 1524. Ik citeer Hemming: "De eerste expeditie naar het westen in zuidelijk Brazilië kwam opmerkelijk vroeg. Een Portugees Aleixo Garcia leed samen met een handvol Spanjaarden schipbreuk op de kust bij Santa Catarina in het zuiden van Brazilië. Ze sloten vriendschap met de plaatselijke stam, de Guarani en vroegen hun aanhoudend naar goud en zilver. De Indianen vertelden hun over een 'blanke koning', die een lange rok rok droeg en ver naar het westen in de bergen woonde... In 1524 organiseerde Garcia een verbazendwekkende expeditie, bijna een migratie. Hij trok over land naar de Paraná en de Paraquai en vervolgens met 2000 Guarani indianen dwars door de Chaco van Paraquai naar de grenzen van het rijk van de Inca's in het huidige Bolivia.
Garcia's leger plunderde een paar Incasteden en keerden terug met een buit van zilveren en koperen voorwerpen... Maar toen hij trachtte zijn orspronkelijke metgezellen over te halen tot een tweede expeditie, weigerden zij. Tegen het eind van 1525 werd Aleixo Garcia, de eerste grote ontdekkingreiziger van zuid-Amerika, door Indianen of Europese rovers op de oever van de Paraquai vermoordt..."
Dus hier is duidelijk sprake van een latere periode, na het jaar 1500, en in zijn boek 'Red Gold' rept Hemming géén woord over Vikingen. Toch blijf ik geloven in de blanke die er eerder was en dat de 'blanke met lange rok' een afstammeling kan zijn. Een raadsel? Misschien niet, want in alle legendes van de Zuid-Amerikaanse Indianen komt de man voor, met zijn lang wit gewaad en grijze baard, die men Pai Zume (hier kom ik later op terug) noemt, de 'Kon-Tiki' van Heyerdahl. Hoe?
Nu sta ik hier tussen de overblijselen van de 'zeven steden', een gebied van raadsel-achtigheid, waar veel geheimen liggen in opgeslagen, exact zoals in de gangen van mijn gedachten, zoals mijn niet te plaatsen dromen, een sleutel tot de werkelijkheid. Maar bestaat deze wel? Ik bedoel de werkelijkheid? Zijn al deze net geciteerde stellingen hersenschimmen? De gegevens en tijdstippen van De Mahieu, Disselhof, Heyerdahl en Hemming spreken elkaar tegen en zijn in strijd met de logica. En ik denk aan de visie van mijn oom Tum Pieters, die zijn gevoel als waarheid zag, en stelde dat als hij dit kon bewijzen de hele geschiedenis van zuid-amerika herschreven zou moeten worden. Een fantast? Dromer? Neen, hij was een revolutionair tegen de gevestigde geschiedschrijvers, die vaak alles al lang geleden naar hun hand probeerde te zette, Mogelijkerwijs is de waarheid ingeslagen in de rotsen van Brazilië, want er bestaan voldoende aanwijzigingen dat de Indianen lang geleden existeerde met mensen van een andere wereld, in een tijdperk dat het bestaan van het continent Amerika, formeel, in ongeboren kind was.
wordt vervolgd...
Geschreven door Storyteller om 19:39
Reageer op dit bericht















fotos archief Storyteller

























