PADRE CICERO


'.....Hij schijnt net zo van belang te zijn, de god vrezende man, en net zo beroemd als de bandiet Lampiâo, thans hier in het noordoosten van Brazilië. Doch wie was deze eigenaardige persoon dan wel? Aha, dit is een uitleg waardig. In de plaats Juazeiro de Norte in de staat Ceará is hij een soort heilige. Een gegeven dat hier snel door het volk wordt opgepakt, door armoede gedreven en het geloof in wonderen. In Juazeiro leeft namelijk de mythe van het mirakel. Het was in 1898 toen er iets wonderbaarlijks gebeurde, ten minste volgens enkele vrouwen, die suggereerden dat de wijn die de jonge pater Cicero hun liet drinken in hun mond in bloed veranderde. Zou het Christus het bloed van Christus zijn geweest? Een regelrechte belevenis van het bovenmensenlijke zou ik zeggen.
Het duurde dan ook niet lang alvorens de bevolking van de sertâo het als een wonder beschouwde. Anderzijds had de katholieke kerk er natuurlijk moeite mee en wilde er niet van weten. Ze konden het niet controleren dat enkele vrouwen uit het achtergebleven noordoosten van Brazilië een wonder suggereerden.
De paus (en het schijnheilig instituut) ontbood Cicero naar Rome, hij moest op het matje komen en, hij werd meteen weer terug gestuurd met de mededeling dat hij tijdelijk ontheven was uit zijn ambt. Maar door de mensen uit het gebied was hij al reeds verheven tot heilig.
De stad werd een pelgrimsoord en uit alle windstreken kwamen de bedevaarders. Zelfs Lampiâo is een van de bezoekers geweest zijn, maar dat had ook andere redenen. De volksbandiet moest ook geestelijke kracht opdoen, want hij was toch een devoot mens, en had een gevoelige band met Cicero. Op latere leeftijd kreeg Cicero ook een machtspositie en wist in 1913 de gouverneur van Ceará af te zetten, toen hij met zwaar bewapende mannen naar de stad Forteleza trok en daar vastberaden een plaatsvervanger aanwees, die meer naar hem luisterde.
Padre Cicero was een banaal conservatieve kerkgezinde persoon, die zijn volgelingen ervan weerhield in hun progressieve houding. Eens gebeurde het dat hij, toen zijn revolutionaire volgelingen probeerden een geloofsgemeenschap op touw te zetten in het naburige Calderâo, hij het leger er niet van weerhield de luchmacht in te zetten. Volgens de boeken was dit een van de eerste bombardementen op burgers in Brazilië.
In 1926, de priester Cicero was toen al 82, ontmoette hij de outlaw Lampiâo. Dit gebeurde op verzoek van Cicero zelf. Doch er werd niet veel gerucht aangegeven daar het een gevoelige kwestie was; een priester die danige contacten onderhield met een bandiet. Cicero had tevens de politie van Juazeiro aangeraden niets te ondernemen tegen de bende van Lampiâo. Bij die occasie schijnt Lampiâo Cicero beloofd te hebben zijn bandieten leven te beëindigen en zich terug te trekken uit het noordoosten. Doch een andere reden was van meer belang voor de 'lampion', want Cicero had er persoonlijk voor gezorgd dat hij een soort vrijbrief kreeg in naam van de regering van 'De Verenigde Staten van Brazilië', waarbij Lampiâo werd benoemd tot kapitein van het bataljon van de patriotten.
Hoe dan ook het 'paspoort' bevatte dat Lampiâo en zijn bende vrij konden trekken van staat naar staat, met het patriotisch bataljon, op jacht naar 'opstandelingen'. Ja o ironie, lampiâo en zijn bende ontvingen zelfs uniformen en... voor de bandiet het meest interessante: nieuw automatische mauser wapens van het leger. Met vreugde wierp de bende haar oude winchester geweren tussen de cactussen, want ze waren nu goed bewapend om verder te trekken voor de strijd.
Na de 8ste maart 1926, toen Lampiâo padre Cicero de afscheid hand schudde, dacht hij vaak aan de belofte die hij gemaakt had om het 'bandietenleven' vaarwel te zeggen. Het liep allemaal anders.
En Padre Cicero?
Die leefde nog 8 jaar en stierf in 1934. Niemand aanvaarde dit en geloofde dat hij werkelijk dood was. Duizenden mensen liepen langs zijn huis, waar men zijn lijk aan de deur had vastgebonden, om de massa te laten zien dat het geen hersenschim was, en dat padre Cicero morsdood was.
Doch de mythe leeft voort.
Zeker in Brazilië.
Ik had besloten morgen de bus te nemen naar Forteleza, en gezeten op een moto-taxi rijdt ik naar het rodoviaria enkele kilometers buiten de stad. De motor boys brengen je voor 1 real naar alle uithoeken van Mossoró. Ik koop mijn ticket en ga terug naar het hotel waar het een vredigheid was, net als op het plein waar ik me neergezet had op een houten bank terwijl de zon verstopt was achter wolken. Er viel een druilerige regen. Ik zie niemand en stelde me weer de vraag waar de bewoners van de stad waren. Alleen een schuchter verward meisje, zwart als een parel, die een manga schilde en die met een glimlach opzoog en het leek of wij de enige levende zielen waren op deze wereld.
Zij een mens, ver weg staand in tijd en persoon van de geschiedenis, die haar eigen historie zal hebben. Ik? Een ongecompliceerde autodidactisch schrijver op zoek naar een verhaal.
Terug in het hotel neem ik een glas koud water uit de grote plastiek fles die de oude gast vrouw altijd klaar had staan voor haar weinige gasten.
Ik houd haar gezelschap, als zij eenzaam in een hoek zit te kijken naar een Braziliaanse soap, iets over rijke liefde en kitsch-achtigheid. Ik vraag haar of zij iets af weet van de geschiedenis van Lampiâo. Doch ze kijkt bedenkelijk en zegt me er wel eens van gehoord te hebben: 'Lampiâo? De... Bandito? Ik kom eigenlijk uit Recife, dus... maar Lampiâo... daar heb ik wel van gehoord... ' doch verder gaat ze niet in op mijn vraag. De vrouw die geboren moet zijn toen Lampiâo zijn rovers leven begon heeft meer interesse in de novela op de televisie, die haar een onwerkelijk wereld voorspiegelt, ver weg van haar eigen leven, of problemen.
Als ik in de avond me terugtrekt op uit kamertje bedank ik haar voor de gastvrijheid en beloof haar ooit terug te keren naar Mossoró aan de Apodi rivier. De stad die eigenlijk door de canganceiros beroemd werd gemaakt en er op teert, of... waren het eigenlijk de gewone mensen geweest? De volgende morgen maakt ze mij vroeg wakker, een vrouw van woord, en als ik haar een half uur later de sleutel wil overhandigen voor vertrek, ligt ze alweer verzonken in diepe dromen in haar klein duister kamertje, en laat ik de sleutel maar achter op het tafeltje, gesierd met een fles water en plastiek rode rozen...'












fotos archief Storyteller




























