Woensdag 29 april 2009 · Blijft bovenaan
HET DOORDACHTE PLEIDOOI DEEL 2....


illustratie door Alfredo Aquino
"...Nu moet u weten dat Efraim Catunda een zwak had voor vrouwelijk vlees. Diezelfde nacht nog werd hij dan ook verleid door Isabella en alles kwam weer goed, en ze werd beschermd door een medaillon dat Catunda om haar gehavende hals bond met daarin een foto van zijn moeder. Gadverdomme! Voor hem 'was het duidelijk dat ik, Francisco Gato, zijn minnares had verkracht, ik, de man die hij zijn vertrouwen had geschonken als een 'allesweter, en mij toen niet doodde. Nu had die man zijn vertrouwen geschonden en daar stond in de bendewereld maar één straf op; de dood.
Ik zou bij het doorbreken van de dag overgeleverd worden aan de mooie cactus. Ik zou vastgebonden verschrompellen door de zon en de armoedige hongerige sertâo-insecten. De doornen van de cactus zullen mijn lichaam folteren, net als de doornenkroon van Jezus Christus de verlosser. Ja, dat zei Catunda: 'Je zult sterven, velen malen erger dan Christus!' Ik had het niet anders verdiend. Ik was een afgebrokkeld mens, niet meer waardig te leven in deze wereld, en vooral niet in die van zijn sublieme bende.
Hij vroeg mij of ik hierop een antwoord had... of ik nog iets wilde zeggen voor ik stierf. Ja, ik wilde iets zeggen, een betoog houden, want ik was niet wat hij dacht dat ik was. Ik Francisco Gato. Ik had besloten dat mijn pleitrede een goede moest zijn, overtuigend en eerlijk, gefundeerd op mijn intellect en gericht op de zwakke punten van Catunda. Ik deed mijn best.
"Luister... senhor Catunda, grote chef van de wildernis, naar mijn verhaal, dan mag u oordelen. Ik zou u hiervoor ten zeerste erkentelijk voor zijn. Ook de andere mannen mogen luisteren en hun oordeel geven, dit naar hun eigen geweten. Maar dat van u, geachte leider van de bende zal doorslaggevend zijn, want u bent de grote wijze chef. Ziet u, het leven is een dunne draad als die van en gesponnen web, en ik weet dat u vaak gevangen zat in webben en dat u er steeds weer uit wist te ontsnappen... Neen, niet alleen door kracht, doch mede door slimheid. Ja, u bent een waardige man, listig en mentaal geruisloos als een hongerige panter.
Ik zeg u, ooit werd ik veroordeeld daar ik iets gestolen zou hebben, een paard. En wat is er erger dan het stelen van een paard? Het was een mooi ros met lange rode manen, en hoe gaarne ik het ook wilde hebben, ik was niet de schuldige. Ik werd veroordeeld tot invierendeling door paarden. Dat was twaalf jaar geleden senhor, toen u senhor Catunda nog niet samen reed met Padua. Ik was toen een nederige funcionaris in het gehucht Concurso. Ik was een eerlijk man maar het lot bepaalde anders. Ze brachten naar de plek in het woud. Het waren de mannen van de bende van Chico de Ossenkop, herinert u zich die benden senhor Catunda... mijn beste...? Chico de Ossenkop? ja, hij was een beul, een slecht ens. Hij wist ook dat ik het paard dat hém toebehoorde niet had gestolen, maar hij moest een slachtoffer hebben en had een hekel aan mijn schranderheid en daarom werd ik uitgekozen en veroordeeld tot het uiteenrijten van mijn ledenmaten..."
Geschreven door Storyteller om 00:00
Reageer op dit bericht

