Vrijdag 8 mei 2009 · Blijft bovenaan
HET DOORDACHTE PLEIDOOI... DEEL 4


'Ja, mijn beste senhor Catunda... ik trok naar Juazeiro do Norte en werd verliefd op Celeste en huwde haar. Doch ze werd snel ziek en stierf aan pokken. Later ontmoette ik een oude man genaamd Monteiro. Hij leerde me schrijven en lezen. Ik ging studeren en boeken lezen en was intussen 20 jaar oud. Wat moest er van mij terechtkomen? Ik leerde en leerde en vertrok naar Recife. De stad met de vele bruggen en daar leefde ik 20 jaar van mijn leven senhor. O Plato! Waar zijn de draden der uwer gesponnen woorden... Ik verdiepte me in de leer van Kierkengaard, hij die stelde dat in de keuze de mens zijn eigen Ik vind...dat kiezen niet door de mens maar door God wordt opgedragen... in de keuze staat de mens voor God, dan pas komt naar voren hoe bekrompen wij zijn, hoe nietig, als de nietigste aardworm... Ja, het is God die onze ziel loods... Ja, beste chef, dit is wat Kierkengaard zei: 'Ik kan mij slechts als absoluut kiezen wanneer ik mij als schuldig kiest!"
Nu lijkt mij dat u nooit gehoord zal hebben van Kierkegaard, maar hij was een grote wijsgeer... ik las zijn werk senhor... U gelooft in God mijn vrienden? Is Hij niet universeel, het goede, het slechte... God heeft alles geschapen, de mens, zee, de rio Chico (hier mee bedoeld hij de Sâo Francisco rivier die door de staat Minas Gerais stroomt en afbuigt in Bahia naar de Oceaan.)... De liefde, cactus, droogte? Heeft God de sertâo gemaakt om de mensheid te tonen dat alles betrekkelij is? Waarom moeten we lijden? Creeërde Hij ook niet de Satan? Heeft God deernis? De wildernis van noordoost Brazilië, mijn senhor Catunda, is de wereld, een alles omvattend geheel. Heeft Hij niet gekozen voor de situatie waar ik mij nu in bevind? Waar in in verkeert? Wat denkt u geachte chef? De draad van het leven is dun, heel dun, vrienden."
En valt weer een korte stilte, misschien twintig tellen...
'Ik ging weg uit Recife daar ik de drang kreeg iets te doen voor de veroordeelden in het binnennland en kwam in contact met Josno Tavares, een bandiet die een bank had beroofd in Recife, en hij zag mij als een voorbeeld, een krankzinnige filosoof. Ik ging met hem mee en kwam tercht in Concurso en werd advocaat. Letterlijk de duivel van Tavares. Hij deed in opkopen van goud uit de mijnen van Bahia. Daar werd ik beschuldigd van paardendiefstal zoals ik u al vertelde. De ware paardendief was Tavares geweest, de gadverdomde ploert. Hij had het ros verhandeld en mij erin geluisd en verrraden aan Chico de Ossenkop. Dus... in het bos stonden de paarden te stampen en proesten met schuim op hun muilen, klaar om me uit elkaar te trekken. Dan kwam ik bij bewustzijn. Ik hoorde schoten en dacht wederom in onmacht te vallen. Ja, het was de bende van Padua, die de bende van Ossenkop griefde en vernederde, ze overhoop schoot als waren het pispalen, waarna ze mij bevrijdden en mijn riemen losmaakten. Zo werd ik gered van vierendeling. Was het een God oordeel? Ik geloof in deze dingen mijn achtenwaardige senhor Catunda. Ik geloof in de heilige drie-eenheid en de stemmen van de Orixa's, de heiligen van het Candomblé. Ja, vaak sprak ik met hen en ze gaven mij kracht en wijsheid. Gelooft u mij senhor? Maar toch vroeg ik me steeds af: waarom werd mij het leven teruggegeven? Ja, het leven is een gift, en zo kwam ik terecht bij de bende van Padua en werd zijn raadsheer...' U vraagt mij of het een eer was voor Padua te rijden? 'Tuurlijk, in die tijd moest ik me neerleggen bij de wet van Padua, doch beste senhor Catunda, soms dacht ik, ben ik wel goed bezig? Of ik wilde overlopen? Ja, ik dacht er wel eens aan, om naar u bende over te lopen, want de standpunten van Padua waren niet altijd helder. Ten slotte wat is het belangrijkste? Nu, Padua en de zijnen waren voorstanders van de republiek Brazilië. U, senhor Catunda was tegenstander en is het nog steeds niet zo? Waarom? Wat is er veranderd? De nieuwe republiek is niet veel beter dan de oude monarchie, ziet u?
De rijken van nu halen alles weg bij de armen en de armen van toen waren net zo arm als die van heden. Hier in het noordoosten van Brazilië, zeker in de caatinga (droogste gedeelte van de sertâo met doornige struiken en vlijmscherpe twijgen) kan je niet alleen leven van wat maniokmeel of quixaba (struik met grote doornen en eetbare blaren en vruchten). Begrijpt u senhor? Ze laten de arme mensen meer en meer belasting betalen, de opstanden zijn daarom het gevolg. De revoluties die waren er en Canudos was een voorbeeld. Vele cangaceiros rijden nu senhor Catunda. Het zou en voorbeeld geweest moeten zijn, doch de bendes die vechten tegen de armoede en onderdrukking zijn aan het regulariseren. Snapt u?
Hoorde u ook dat de bende van Sebastiâo Pereira... Alagoas onveilig maakt? Aha, en dat er een jongen meerijdt die de duivel in eigen persoon lijkt te zijn? Hem die ze Lampiâo noemen? En een groot leider zal worden? Het is toch geen encyclopedie? Want waar vechten we voor? Gerechtigheid? Ja! Daar vechten we voor mijn beste senhor Efraim Catunda!'
Er viel weer een korte stilte, misschien tien tellen.
wordt vervolgd....
Geschreven door Storyteller om 21:21
Reageer op dit bericht


