Zondag 14 mei 2017 · Blijft bovenaan
... naar RIO BRANCO, ACRE deel 6


Op mijn terugweg van de rivier ontmoet ik een vijftal jongentjes waarvan er twee getekend zijn door een huidziekte. Ze gaan naar een waadbare plek om te zwemmen en kijken me nieuwsgierig aan, de kleine caboclos van de Mato Grosso. Ze zijn vriendelijk en druk pratend met elkaar draaien ze zich nu en dan om naar de verdwaalde 'gringo' langs de Paraquay rivier.
Ik breng een kort bezoek aan het kleine lepra-hospitaal 'Bom Samaritano', waar ik weer Beatriz ontmoet. Het kleine jonge meisje met Boliviaanse trekken kent me nog van de eerdere bezoeken en leidt me door het gebouw. Er blijken niet zoveel patiënten te zijn als 2 jaar voordien. Doch ze zegt me dat de problemen nog steeds urgent zijn en de controle is nu frequenter en noodzakelijk.
Het is de taak de ziekte in het begin stadium op te sporen. Er is ook een gebrek aan artsen uit de regio en soms moeten artsen uit het verre Sâo Paulo komen om te helpen. (Het hospitaal ziet er, in vergelijking met het beschrevene van Tavares de Macedo, welke ik bezocht in Itaborai, keurig uit. Het is goed georganiseerd en schoon.
Men krijgt tevens veel steun uit Duitsland en Nederland en dat is een gunst.)
Als de wolken openbarsten, wat hier dagelijks gebeurd, zit ik samen met Beatriz te slurpen aan een cafezinho, omgeven door de geur van zelf gebrande koffie.
De dag erop aan de lange tafel gezeten bij het middageten, bekijk ik de broeders: broeder Jan, maakt vele reizen in de omtrek om bijeenkomsten te bezoeken, Vitorio is een Amsterdammer, een behouden man die af en toe de gevangenis op zoekt om daar de 'inmates' steun te geven, Mauricio een echte Brabander runt de creche, Jamaru is meer de organisator en secretaris, Martinho heeft een timmerwerkplaats waar hij jongeren opleidt, Mattheus is de jongste, en moet ik zeggen 'rebelste', met hem had ik vele goede gesprekken over de streek en Indianen. Hij geeft les op de school en draagt zorg voor de tuin en aanplant en natuurlijk zijn hond Rambo, die aan zijn voeten ligt en stiekem af en toe wat krijgt toegeworpen onder de tafel. Ooit zei hij met dat toen hij hier arriveerde Cáceres niets was, alleen een weg, en het liefst zou hij rechtsomkeer gemaakt hebben, maar hij bleef, heeft hier nu zijn tehuis, en denk er niet aan ooit nog terug te keren naar Nederland. Op de hoek rechts van mij zit een broeder wiens naam mij ontschoten is. Het is de eerste maal dat ik hem ontmoet, want bij mijn vorig bezoek was hij nog niet aanwezig. De magere man heeft lang gewerkt in het Amazone gebied en is hier op ruste, doet wat huishoudelijk werk en zorgt voor de het ophalen van de post.
Dan is er Bertrant, de bouwman van Cáceres. Hij kwam in 1957 naar hier: 'Er was hier niets... niets... alleen stof en neerdalende 'urubus', aasgieren, die zich op de dooie koeien en runderen stortte,' zegt de kleine pezige man. '... daar bij die boom is het allemaal begonnen... daar werd toen haastig een hutje neergezet om de eerste zieken te verzorgen,' en hij verteld erover met een soort heimwee.
Hij bouwde veel in Cáceres, hoewel géén bouwvakker, maakte hij zich het vak eigen, bouwde het woonhuis, hospitaal en vele andere gebouwen. Met hem bezocht ik het tehuis waar meer als 100 verstandelijk gehandicapten kinderen werden verzorgd en waar alles eveneens ordelijk verliep. Ja, de broeders hebben alles goed georganiseerd, een degelijke inkijk vanuit een Hollands gezichtspunt. Want na al die jaren zijn ze toch Nederlander gebleven.
Dan is er nog de pater Grigrion, een magere man, ingetogen en behulpzaam. Ik zie hem nog die dag dat het flink regende en hij op een Hollandse fiets, gekleed in een soort geel regenpak door de stad fietste. Ja, het prototype van een echte pater in de tropen van midden-Brazil. Een goeie man, die mij bij het vertrek zei: '...Twajn...(zo noemden zij me) neem nog wat boterhammen mee voor 'onderweg'.
Dat zijn de kleine dingen die een reiziger waardeerd.
Cáceres is een plaats in progressie en wil zich manifesteren. In september zijn hier grote hengelwedstrijden en worden enorme vissen gevangen en kan men van hieruit de Pantanal intrekken. Ja, de stad heeft grootse plannen, maar rondom ligt de armoe op de loer, de vraag naar genegenheid, en die wordt hoofdzakelijk gegeven door de broeders van Huybergen.
Het is 27 januari en ik zit op het kleine busstation te wachten op de bus naar Porto Velho.
Tot ziens broeders!
wordt vervolgd...
Huis waar verstandelijke gehandicapten en andere kinderen worden opgevangen foto storyteller
Geschreven door Storyteller om 07:13
Reageer op dit bericht










