De stad Sâo Joâo Del Rey (+- 85.000 inwoners) ligt in de staat Minas Gerais op een 330 kilometer, zevental busuren van Rio de Janeiro. Het is een zogenaamde 'historische stad', gesticht in 18de eeuw en bezit vele koloniale gebouwen en zo'n 70 kerken. Het is tevens de stad waar Tiradentes werd geboren in 1746. De man die de leider was van de 'Inconfidencia Mineiro', de samenzwering tegen de Portugese overheersing. Ik kom hier in het volgend hoofdstuk op terug als ik het stadje Tiradentes bezoek. Ik bezoch de stad SJ velen malen, daar het een uitstraling heeft die mij enigzins rust brengt.
fotos Wayn, november 2009.
Het oude koloniale hotel BRASIL in het centro, goedkoop en simpel
Moacir die zijn spulletjes verkoopt voor de kerk van Franciscus v. Assis. Ik ontmoette hem aldaar en hij was een vriendelijke en vertellende man, die overleeft met de verkoop van fotos en zelf gemaakte schilderijtjes. Een van zijn uitspraken was dat racisme nog veel voorkomt in Brazil en de slavenarbeid nog geen verleden is.
Souvenierwinkelje in het centro
repetitie ruimte van orkest en banda Ramalho
Foto genomen vanuit het hotel 'Aparecida', typish straatje met op de achtergrond één van velen kerken
straathond 'vira lata' (bet. blik omdraaien) in het centro. Ik noemde hem 'olhos azul' (blauwe ogen)
straatje op weg naar hotel, links om de hoek
Storyteller voor de kerk van Sâo Francisco de Assis, foto gemaakt door Moacir, die mij instruerend er een mooi werkstuk van maakte
Homage beeld van Tiradentes, (tandentrekker) in de stad waar hij werd geboren. Hij was de eerste opstandeling tegen het Portugese regiem en werd opgehangen en vierengedeeld, de martelaar der vrijheid
HET VERHAAL VAN DE NOODLOTTIGE ONTMOETING TUSSEN DE WOESTIJNROVER EN DE BEROUWVOLLE DICHTER
Hij was de overlevende. Firmino, oude meester in de kunst van het roven. Vluchtte naar de onherbergzaamheid van Pernambuco (deelstaat in het noordoosten van Brazil, noot Wayn). Legerkogels hadden een eind gemaakt aan het leven van zijn vrouw en van al zijn vrienden, in een hinderlaag aan de voet van een steile helling. Zonder hen, verminkt, stapt hij in zijn eenzaamheid droevig voort. Die nacht stortregende het in de woestijn, een ongehoord verschijnsel, en de bliksemflitsen verlichtten een aantal in de lucht trappelende skeletten in uniform en met de militaire pet op het doodshoofd. De slachtoffers van vele jaren vuige schandaden kwamen de tijd innen die Firmino hun schuldig was, omdat hij hen uit de wereld had verjaagd voor hun uur gekomen was. Hun afgrijselijke kreten schreeuwden om wraak. Met messteken en kolfstoten vocht Firmino tegen het in de storm omhoog gerezen gebeente. Tenslotte stopte de regen even plotseling als hij was gekomen. En in een oogwenk was al het nat verdampt en hadden de doden hun slaap onder de droge aarde hervat. Firmino, de grootste booswicht van het rijk, kon zijn vlucht voortzetten. Maar na vele uren lopen, toen hij wat takken afsneed om een vuur te maken, kwam er bloed uit de struiken. En Firmino begreep het. Maar hij liep verder.
De verlorenen zullen de gevondenen zijn, zong de dichter Sabino, en aan de aarde zullen sterren ontspruiten die de sterren aan de hemel zullen vernederen. De stommen zullen omroepers zijn en er zullen ziekenhuizen zonder zieken zijn waar nu allen maar zieken zonder ziekenhuizen zijn. Sabino, zanger van het levenslied op de markten van afgelegen dorpen langs de kust, zong de voorspellingen van de rode koe. De koe, die in zijn dromen vloog, had hem verkondigd dat de woestijnzee en de dorre vlakten groen zullen zijn, en wie het weten kon wist dat er geboorte zonder dood zal zijn en dat het alle dagen zondag zal zijn. Dat zong hij, tot hij er genoeg van kreeg. De dichter Sabino kreeg er genoeg van zingend te wachten. En hij had er spijt van zijn leven te hebben verdaan met het in deze stenige hel rondzwerven onder armen en vertrapten, en ontdekte dat de dingen zijn zoals ze zijn omdat ze altijd zijn geweest en zullen zijn zoals God wil dat ze zijn. En hij verjoeg de zotte koe, die haar dwaasheden in hem droomde, uit zijn nachten. En hij trad bij de regering in dienst. Zijn houten zwaard werd niet meer verheven om de slang van de droefenis te onthoofden, maar om de vijand van de openbare orde te straffen.
Firmino zette zijn tocht voort naar de onherbergzaamheid van Pernambuco of naar waar zijn benen hem maar konden brengen. Op een ochtend, niet ver van een gehucht, werd hij wakker van het geluid van voetstappen. Firmino dook weg en trok zijn mes. Maar toen hij Sabino, een gekookte kip in een net pak en met een stropdas om tussen de struiken zag staan, haalde de bandiet rustig zijn tabakszak te voorschijn. De dichter stelde zich voor: Sabino, eenvoudige volkszanger, om u te dienen, en hij zei dat hij altijd de hoop had gekoesterd de wrede gesel van de woestijn, de heer van het kwaad, te leren kennen, en nu berreidt het lot mij deze verrassing, die ik zonder twijfel onwaardig ben en die voor mij meer, veel meer dan... Traag, ongeïnteresseerd, rolde Firmino een sigaret en stak hem aan. 'Een grote eer betekent,' fluisterde Sabino en slikte. Er was geen ander publiek dan wat vliegen. De struikrover blies een paar rookkringentjes de lucht in en keek even naar de nietige woordkunstenaar om hem met één ademstoot omver te blazen. Sabino, met het hoofd naar de grond, telde de mieren, maar plotseling trok hij zijn zwaard. Het houten zwaard trilde in zijn hand. Zijn stem trilde nog meer: 'Ik wil u een gunst vragen,' kwam er als een zucht uit. Met zijn zakdoek wreef hij over zijn voorhoofd en zijn ogen en stamelend bracht hij zijn verzoek naar voren: 'Dat u mij toe staat... u het hoofd af te slaan.' Firmino schaterde het uit. Hij lachte, tot alle lach op was die hij sinds de laatste, lang vervlogen keer had opgespaard. Toen strekte hij zijn nek: 'Gaat uw gang, geleerde heer.' De dichter Sabino greep het houten zwaard met beide handen vast en ging er vol overtuiging stevig voor staan. De rover Firmino stond op en streelde zijn hals. De dichter knipperde met de ogen. Hij liet een konijnengepiep horen en wist eindelijk uit te brengen: 'Zeg nee.' De struikrover was hem ter wille. Nee? Waarom niet. Zoiets kun je niemand weigeren. Dus zei de schrik van het noordoosten: 'Nee.' Maar de dichter fluisterde: 'Zeg nee met het hoofd.' En toen de bandiet nee schudde, liet zijn hoofd los en rolde het over de grond.
De overwinning van de Beschaving op de Barbaarsheid haalde de voorpagina's van de plaatselijke, regionale, landelijke, continentale en mondiale kranten. Sabino ontving de uitgeloofde beloning en schonk deze in een door de BBC live uitgezonden openbare plechtigheid aan de werken van barmhartigheid. Het boek dat zijn heldendaad beschreef werd in het Engels, het Frans, het Duits en het Esperanto vertaald en de dichter Sabino werd door het weekblad TIME tot Man van het jaar gekozen.
De ziel van Firmino steeg ten hemel. Op aarde bleef zijn in tweeën gedeelde lijk achter. Het lichaam werd door de gieren en het hoofd werd de geleerden toegeworpen. Alvorens het hoofd, dat een plaats in een vitrine van het Museum van Cangaceiros (outlaws van het woesteland, noot Wayn) zou krijgen, te mummificeren, stelden de wetenschappers vast dat Firmino een hoger zoogdier van het ectomorfische type en behorend tot de xantodermo-brasiliano groep was geweest. Het onderzoek wees uit dat het hier om een psychopatische persoonlijkheid ging, die werd bepaald door zekere verdikkingen van het schedeldak, zoals deze kenmerkend zijn voor de uit de bergen en verborgen landen afkomstige kille moordenaars. Het misdadige levenslot van de man werd eveneens bepaald door een verschil van negen millimeter tussen beide oren, door een punthoofd en door buitensporige grote kaken met lange snijtanden, die ook na de dood bleven kauwen.
Firmino ging naar de hemel omdat zijn vrouw daar was en omdat iemand hem had gezegd dat er boven ook plaats was voor in de edele krijgskunde gesneuvelde dolende ridders. Hij was een ridder zonder paard. Te voet ging hij naar de hemel, de hele lange, hoge weg van de gelukzaligheid, met zijn geweer als stok en met een zilveren dolk in zijn riem gestoken. Trage gang, staatsiewapenrusting, parfum en brillantine. Op Firmino's borst prijkt een groot kruis van glimmende kogels, zijn Napoleonshoed hangt vol medailles en ponden sterling en andere versierselen, en aan elke vinger van beide handen schittert een ring. En na een lange, lange klim komt Firmino aan de hemelpoort. Maar Petrus doet niet open. God heeft persoonlijk bevolen hem niet toe te laten. De Schepper kon zich niet doof houden voor de unanieme protesten van engelen, aarts-engelen en heiligen. Want Firmino's vrouw, die de hemel bij vergissing was binnengekomen, slaapt met iedereen. Zij is het enige brandende vuur in her eeuwige leven en alleen wanneer zij liefheeft en met vlammende navel danst wordt de onvergankelijke verveling van de hemelse vrede opgeheven.
Daarom deed Petrus niet open. En Firmino vraagt niets, zegt niets. Hij bleef rustig zitten wachten. Lange tijd is voorbijgegaan en Firmino staat nog steeds met de hoed in de hand voor de drempel van het paradijs te wachten. Vanuit zijn heelwacht bekijkt Lucifer bezorgd de situatie. Lucifer ziet hem naar zich toekomen en gromt: 'Ik krijg altijd het uitschot.'
HET VERHAAL VAN DE DOLFIJN DIE ZONDER HARPOEN EN ZONDER HAAK DOOR SATAN WERD GEVANGEN
De Volle maan zette het water van de Amazone in gloed. Een dolfijn sprong door de fonkelende golven en maakte vrolijke circuscapriolen. Er was feest in het dorp, veel opwinding en dansplezier, en het lawaai van de muzikanten riep de dolfijn vanaf de oever. En voor het eerst gaf de maan, die zich nooit iets van hem had aangetrokken, hem toestemming: voor deze nacht en zolang de nacht duurde mocht hij aan land gaan. De dolfijn richtte zich naakt op het zand op en de maan gaf hem een nieuw lichaam en nieuwe kleren. Hij stortte zich in het feest. Hij danste met zijn hoed op, zodat het gaatje waardoor zijn hoofd adenhaalde, niet zichtbaar zou zijn. En hij liet de mensen versteld staan: iedereen was verbaasd over zijn rossige huid, waarover een blauwe glans lag, en over de blik van zijn wijd uiteen staande oegen, en over zijn dorst die door liters en nog meer liters rum niet werd gelest; en zijn manier van dansen zonder de grond aan te raken, onderduikend in de muziek en zich asl een vis in het water van de muziek bewegend, wekte hij ieders bewondering. Golvend danste hij op de muziek in de armen van een vrouw en later dansten ze beiden door, zonder kleren en zonder iemand anders, op de muziek die uit hun armen voortkwam. Hij was eraan gewend in het water te spelen, maar hij had nog nooit in het binnenste van een vrouw gezwommen. Hij lag op haar, toen hij een klopje voelde, tok, dat op zijn rug brandde. Hij draaide zich om en zag hoe een fosforachtig licht in de lucht groeide en vorm kreeg en klauwen en horens en een baard had. De zeer rode figuur wiegde en schitterde in het duister: 'Sta op, indringer,' zei hij. De verbouwereerde dolfijn begreep er niets van. De op deze vreemde manier verschenen man was schor, hoewel een zijden halsdoek zijn keel tegen de tropische kou beschermde. Op het horloge aan zijn pols wizend zei hij: 'Ga terug naar de rivier, mormel, het is tijd.' En de dolfijn herinnerde zich wat hij vergeten was. Spoedig zou de nacht ten einde lopen en met de nacht zou zijn tijd aan land ten einde lopen. Hij keek naar de vrouw, die opgerold naast hem lag, naar de lagenslingers van haar lange, zwarte haar, en de schorre stem streelde zijn oor: 'Niet gek.' En hij lachtte zijn tanden bloot: 'Een mooi cadeautje. En dat nog wel vandaag. Goede vrijdag, mijn dag.' En hij strekte een klauw naar dat lichaam uit, dat klopte op het ritme van de slaap. De dolfijn gaf hem een klap, maar sloeg in lege lucht. Zij voelde de beweging van de lucht, knipperde met haar ogen en sliep verder.
De duivel die in deze wereld de kwellingen van de hel oefent, fluisterde een raadsel: 'Met wie zal deze vrouw morgen slapen?' En hij gloeide op en verdween in het donker. Het laatste donker: de askleurige nevel van de dageraad kwam al opzetten. geleende nacht, geleend lichaam. Hij vervloekte de zon voor alles wat de zon hem ging afnemen. Zij mompelde iets, nog steeds in haar slaap, en drukte hem tegen zich aan. En hij wilde haar met zich meenemen, maar kon het niet, en hij wilde bij haar blijven, maar dat kon ook niet.
De ochtenbries rimpelt de rivier. Op een paar passen van de waterlijn ligt en dolfijn te sterven. De zon stijgt en vanuit de hemel brengt de zon de kleuren en de geuren van de wereld tot leven.
Ik wil graag 3 korte verhalen weergeven van Eduardo Galeano uit zijn boek 'Dolende Woorden' oorsprokelijke titel 'Las Palavras Andantes' uit 1993. De vertaling is van Dick Bloemraad en uitgegeven door Van Gennep bv, isbn 90-5515-025-8 / nugi / cip
Eduardo Galeano (Montevideo 1940) reisde naar een klein dorpje in het noordoosten van Brazilië om daar houtgraveur José Francisco Borges (Bezerro, Pernambuco 1935) te ontmoeten en hem te vragen om met hem samen te werken. Hij wilde een boek maken en Borges zou de houtsneden leveren. De mannen gingen akkoord en zo ontstond een schitterend boek waarvan ik drie verhalen wil publiceren.
Het verhaal van de wederopstanding van de papegaai
De papegaai viel in de dampende pan. Hij vloog er na toe, werd duizelig en viel. Hij viel uit nieuwsgierigheid en verdronk in de hete soep. Het meisje, dat zijn vriendinnetje was, huilde. De sinaasappel trok zijn schil uit en bood zich tot troost aan haar aan. Het vuur dat onder de pan brandde kreeg spijt en ging uit. Uit de muur maakte zich een steen los. De boom, die zich over de muur boog, huiverde van verdriet en al zijn bladeren vielen op de grond. Zoals iedere dag kwam de wind de lommerrijke boom kammen, maar trof hem kaal aan. Toen de wind hoorde wat er was gebeurd, verloor hij een vlaag. De vlaag maakte het raam open, trok doelloos door de wereld en ging naar de hemel. Toen de hemel het slechte nieuws hoorde, werd hij bleek. En toen de man de witte hemel zag, werd hij sprakeloos. De pottenbakker van Ceara wilde het weten. Eindelijk kreeg de man zijn spraak terug en vertelde dat de papegaai was verdronken en het meisje had gehuild. en de sinaasappel zijn schil hat uitgetrokken en het vuur was uitgegaan ende muur een steen had verloren en de boom zijn bladeren had verloren en de wind een vlaag had verloren en het raam was opengegaan en de hemel zijn kleur had verloren en de man zijn spraak had verloren.
Toen bracht de pottenbakker al het verdriet bijeen. En met dat materiaal konden zijn handen de dode weer geboren laten worden. De papegaai die aan het verdriet ontsproot had rode veren van het vuur en blauwe veren van de hemel en groene veren van de bladeren van de boom en een snavel zo hard als steen en zo goudgeel als de sinaasappel en hij had menselijke woorden om te praten en water van tranen om te drinken en zich te verfrissen en hij had een open raam om te ontsnappen en in de windvlaag vloog hij weg.
'Noticias Triste' (droevige berichten) schilderij van Antonio Parreiras
Na jarenlange discussie heeft de Braziliaanse regering de toestemming gegeven tot voor de bouw van de omstreden dam de Belo-Monte aan de Xingu rivier, een zij-arm van de Amazone. Er zijn wel vele voorwaarden verbonden aan de licentie volgens de Braziliaanse milieu dienst IBAMA. Die houden in dat de toekomstige exploitanten in totaal 1,5 miljard reais (576 euro) aan milieu en sociale projecten moeten uitgeven. Dit volgens de IBAMA voorzitter Pedro Bignelli, die verder zei 'dat alle voorwaarden bindend zijn'.
De uiteindelijke aanbesteding voor de bouw van de op twee na grootste waterkrachtcentrale, die al 40 jaar gepland staat, zal aanvang nemen in april. Er wordt een oppervlakte van 500 km2 onder water gezet. 20.000 mensen moeten hun huizen verlaten en tegenstanders spreken zelfs van 40.000.
Een van de grootste tegenstanders is de van Oostenrijkse afkomstige bisschop Erwin Kräutler, die sprak van een niet overziene ramp voor de omwonenden en het milieu. Hij noemde het gedrag van de regering van president Luiz Inancio Lula da Silva, 'dictatoriaal en arrogant'.
Waar bevindt zich Marc van Roosmalen? Volgens een bericht, sinds november 2009 ergens in Amsterdam. Op de vlucht, paspoort ingetrokken, ver weg van zijn geliefd Amazonas. Bij mijn terugkeer uit Brazilië kwam ik weer op zijn spoor, daar ik een herhaaluitzending zag van het programma 'netwerk', van november 2009. Marc leefde zijn leven in zijn geliefd Amazone woud, als bioloog van belang voor de wetenschap en aapjes. Deze aapjes werden zijn schavot. Neen! Niet die aapjes, maar Marc zijn idealisme, zijn openheid omtrent de vergaande vernietiging van het woud, waarvoor in de plaats grootschalige soja-plantages worden aangelegd en waar Brazilië miljarden aan verdient. Nederland? ja, die doen alsof hun neus bloed, want zij hebben immers grote belangen hierbij. Helaas te groot voor Marc te helpen. Want het gevaar loert als een schobbejak, als een vuile moordenaar. De grootgrondbezitters, die samen met projectontwikkelaars zich door zijn uitspraken en gegevens onder de gordel getrapt voelen. In de Braziliaanse Amazonia regio kun je rustig functioneren, als je maar geen interesse heb in duistere aangelegenheden van anderen. Ze tegen de schenen schoppen, tegenspreken, kan je dood betekenen, overgesneden keel of een kogel.
De Braziliaanse rechter vooroordeelde hem, na danig opgedrongen wijze voor ' het illegaal opvangen en verhandelen van apen uit het Amazone'. Ze eisten 14 jaar cel, dit was twee jaar geleden. Hij zat daar als een groot crimineel in een gevangenis van Manaus, daar waar de ratten dansen en moorden worden uitgevoerd met toestemming van corrupte funcionarissen. Hij kwam tijdig uit de cel, wist voorlopig vrij te komen en vluchtte uit Amazonas op het moment dat zijn Nederlands paspoort nog geldig was. Hij had tevens een Braziliaans paspoort en werd daarom niet meer beschouwd als Nederlander. Dit is nu ingetrokken en nu verder? De Nederlandese regering wist zelfs druk op hem uit te oefenen, door te oordelen dat hij in Brazilië zijn Nederlands paspoort moest inleveren. Er is een hogerberoep ingdiend en wacht nog op de beslissing. Ondertussen leeft hij ergens waar? Wat is de toekomst van Marc, zal hij ooit terugkeren naar Amazonas? Zal hij uitgeleverd worden aan Brazilië? Zal hij terug kunnen keren naar het oerwoud en zijn werk? Of zal de moordenaar hem weten te vinden. De dood-eskaders van het woud, want in Amazonas is geen recht. Hoe open kan een mens zijn, en net als mijzelf is het soms moeilijk je mond te houden als men de onverbiddelijke teloorgang ziet van de natuur. Waar ligt het lot. Ik weet dat Van Roosmalen een psychish moeilijk tijd doormaakt, een periode dat overpeinzing een vraag is. Marc moet de blues hebben, een eenheid die gerelateerd is aan muziek en gevoel, een triestheid. Het 'saudade' het onzegbaar verlangen naar Amazonas. Doch het belangrijke voor een mens is zijn standvastigheid. Ik wens Marc van Roosmalen sterkte. Tegen de betreffende politici, die altijd de belangen van kapitaal voorop stellen ten aanzien van menselijke gevoelens, zeg ik dat niemand gediend is met deze situatie, alleen degene die angst hebben voor uitspraken van mensen die zich in zetten voor de natuur. Wij mogen niet verkwanselen dat het amazonewoud, mens en dier verdwijnt en de soja-velden, die veelal dienen als veevoer, een drijfveer zijn voor politieke beslissingen.
In 1984 reisde reporter Washington Novaes, van de Sâo Paulo Tv Cultura, naar Mato Grosso en maakte aldaar de documentaire XINGU- A TERRA MÁGICA, over de Indianen en hun cultuur. Buiten de video resulteerde dit in het boek Xingu- Uma flecha no coraçâo (Xingu- een pijl in het hart). In de tekst zegt Novaes dat zijn toenadering tot de stammen van de Xingu begon in 1980, toen hij ter plaatste was om een programma te maken voor de REDE Globo tv. Het idee was om te laten zien hoe het leven was in het park Xingu, waar zich onder de Indianen geen hart en vaatziektes voordeden. "Er was geen overgewicht, alcoholisme, lichamelijk inactiviteit, en gebruikte geen zout met natriumchloride, dus de indianen waren gezond,'' zegt Novaes. Na de jaren 1980 bleef Novaes het park bezoeken en noteerde de veranderingen: "Momenteel, de heeft de Xingu te maken met problemen van buitenaf, maar ook van binnen," bevestigd hij. Volgens Novaes heeft de Xingu te maken met de opmars van de landbouw. "Het park is een eiland omgeven door weidenland en de soja-cultuur, hetgeen velen problemen veroorzaken, buiten het feit van de periodieke invasies van houtkappers en goudzoekers." Novaes verklaart dat de rivieren die de Xingu vormen buiten het park ontstaan, en lood en bestrijdingsmiddelen in het millieu brengen, en sedimentatie, hetgeen een verhoogde temperatuur teweeg brengt en schade tot de belangrijkste voedingsbron, de vis. "Tevens worden er waterkracht centrales gebouwd in de belanrijkste rivieren in het Xingu gebied. Volgens specialisten, kunnen de vissen niet meer de rivier opkomen en in sommige waterkracht centrales, zoals die van de Kuluene rivier, zal het reservoir een gebied doen overstromen, dit belangrijks voor de lokale cultuur, " verklaart Novaes. In de Xingu werden wegen geopend om het gemakkelijker te maken voor het verkeer tussen de dorpen en steden in de buurt van het park. "Deze situatie heeft het contact met de blanke cultuur intensiefer gemaakt. Dat heeft verschillende consequenties, op de eerste plaats de jongeren, die deze cultuur bezien, ze willen de blanken hun kleding hebben, DVD'S, opname apparatuur, en de Forro (muziekstijl uit het noordoosten) dansen. Daarom maken ze handwerk, zoals armbanden, halskettingen en hangmatten, om ten slotte te verkopen en geld te verkrijgen om dit alles te consumeren, " zegt Novaes. Maar het probleem is, volgens de journalist, dat de jonge Xingunezen geen interesse hebben om de agri-cultuur te verdedigen en verder verliezen ze de interesse voor hun tradities. "In bijn alle dorpen is er geen enkel die 'Pajé' (sjamaan) wil zijn, omdat het een lange weg is vol van opofferingen," zegt hij. De Pajé is de intermediar van de menselijke wereld met de wereld der geesten. "Als er dit niet meer is, zullen de culturen verdwijnen. Alles in hun leven heeft deze relatie. Ieder boom heeft een geest en alle dansen en liederen zijn in dit universum. De cultuur wordt vanuit deze hoek bedreigd, net als de sociale en politieke organisatie, " bevestigd Novaes. Volgens de journalist, ziet de blanke maarschappij de Indianen door hetgeen zij niet hebben en zij niet de waarde van die cultuur kan herkennen. "Op een legale manier hebben ze geen afgevaardiging van macht. Diegene die meer weet en meer ervaring heeft, wordt het meest gerespecteerd. Ieder is vrij en ze hebben hun grenzen, in de vrijheid van de ander. Dit is een buitengewoon voorrecht," zegt hij. "Zij weten hun eigen huis te bouwen, het land te bewerken, jagen, ambachten en het vastellen van de soorten der natuur. Wanneer Brazilië de helderheid van geest had, zou ze het park transformeren in een historisch en cultureel erfgoed, en ecologische aspecten voor de mensheid. Milieu gezien is de Xingu een eiland vol van biodiversiteit," zegt Novaes. Over het werk van de broers Villas-Bôas zegt de journalist: " Er waren velen die bekritiseerden dat de broers verschillende etnische groepen samen brachten, maar in hún tijd kon niemand anders dit beter doen. Vele stammen zouden nu zijn uitgeroeid, zoals de Paranás, die toen werden overgeplaats binnen het Xingu park (nu hebben zij een eigen reservaat)." In 2007, nam Novaes een nieuwe documentaire op in het park: "XINGU- A TERRA AMEAÇADA (Xingu- Een bedreigd land), welke de werkelijkheid laat zien van het huidige Xingu.
Einde van de verhandeling over het XINGU gebied en de VILLAS-BÔAS gebroeders vertaling Wayn Pieters
Washington Novaes bereidt zich voor om de documentaire XINGU-A TERRA AMEAÇADA, IN 2007 op te nemen
Orlando en Claudio waren de voorgangers van het parque Indígena do Xingu tot 1975. Buiten dat de broers in de hele wereld werden gewaardeerd voor hun werk, waardoor ze tweemaal de Nobelprijs ontvingen, kregen zij ook veel kritiek. Op hetzelfde moment dat de broers werden geprezen voor hun werk ten behoefte van het Indiaanse volk en het nemen van een initiatief voor een gezondsheids programma, zoals vaccinaties en medische hulp voor de Indianen, die veelal stierven aan griep, dysenterie en het uitbreken van mazelen in het decenium 1950, door het contact met blanken, werden de broers zwaar bekritiseerd daar zij materialen en goederen aan de Indianen zouden verstrekten en zich hierdoor bemoeiden met de interne macht in de dorpen. Volgens de FUNAI (het insituut dat in 1967 werd opgericht, als vervanging van het voormalige SPI, om de indianen te beschermen, zou dit hebben bijgedragen tot vermindering van de traditionele ambachtelijk handwerk en afbraak van de Indiaanse cultuur. In de jaren 1960 was het leven van de broers zo verbonden met de Xingu, dat toen Orlando zijn vrouw leerde kennen, die momenteel 71 jaar is, dit al snel leidde dat zij naar het park vertrok, om aan zijn zijde te staan. In 1963, ging Marina naar het park en was de eerste verpleegzuster in de lokale gezondheid aldaar. "De Xingu was de uitbreiding van mijn huis. De gemeenschap en de overheid moeten beoordelen hoeveel de indianen ons leren, de sociale structuur en wereldvisie, ' zegt zij. Marina woonde 12 jaar in het park waar zij haar kinderen opvoedde. 'De Indianen hebben een groot respect ten aan zien van levende wezens, met name kinderen, ouderen en 'de natuur',' zegt ze. Van haar zijde laat ze haar respect zien ten aanzien van de Pajés (sjamanen): 'Zij zijn de spirituele verwijzing in de Indiaanse cultuur. De glorie der genezing is van hen'. Noel Villas Bôas, 33 jaar, zoon van Orlando, verteld dat zijn vader 6 dagboeken bewaarde (postuum geconserveerd), die hij in 1943 begon te schrijven, het jaar van de eerste expeditie naar de Xingu. Delen van de optekeningen werden uitgebracht in boeken, inclusief het postume 'Orlando Villas Bôas - Expedições, reflexções e registros' georganiseerd door Orlando Villas Bôas, in 2006. Het erfgoed bewaard door de familie behoudt relikwiën zoals correspondenties van Orlando met Marechal Rondon, en met de antropologen Darcy Ribeiro en Claudio Levi-Strauss, tevens honderden fotos en optekeningen. 'We zijn bezig met proces om het 'Instituto Orlando Villas Bôas' te creëren, om het materiaal voor het publiek toegankelijk te maken. Betreffende de Roncador-Xingu expeditie is het praktisch geen vergelijkbaar materiaal in Brazilië, het is een kloof van 20 jaar in de Braziliaanse geschiedenis,' bevestigd Noel, die jaarlijks het Indiaans park van Xingu bezoekt.
wordt vervolgd door het slot : "En dit alles kan afgelopen zijn..." over journalist en filmmaker Washinton Novaes
wayn
Marina Villas Bôas, weduwe van Orlando, bij haar eerste reis naar Xingu, in 1963, met een Kalapalo jongentje aan haar zijde
Orlando omhelst een Txi"kão (Ikpeng) Indian, in 1967
.... Deze groep zijn de Kamaiurá en Kaiabi (familie Tupi-Guarani); Juruna (taalstam Tupi); Aweti (taalstam Tupi); Mehinako, Wauja en Yawalapiti (familie Aruak); Kalapalo, Ikpeng, Kuikuro, Matipu en Nahukwá (familie Karib); Suyá (familie Jê); Trumai (geisoleerde taal). Volgens de 'site Povos Indígenas no Brasil, van het 'Sociaal-milieu Instituut' (ISA), leven er meer dan 4.000 Indianen in de Xingu regio, (gegevens 2002).
Toen de broers Villas Bôas arriveerden in het noorden van de staat Mato Grosso, waren de Indianen die een deel van centraal Brazilië bewoonden gedecimeerd door diverse ziekten zoals griep, dysenterie en uitbraken van epidemieën, dit door de interventie van blanken in hun gebied sinds de 19de eeuw. Toen de broers zich geconfronteerd zagen met deze situatie besloten ze een campagne te starten voor behoud van de stammen, welke voor tientallen jaren doorging, volgens een een 'protectief-model'. De broers overtroffen het officiële doel van de federale expeditie. Ik het boek A Marcha para o Oeste - A epopeia da expediçâo Roncador-Xingu,(De mars naar het westen- Een epos van de Roncador-Xingu expeditie) geschreven door Orlando en Claudio, de broers beschrijven hoe het eerste contact van de blanke Sertanistas werd gelegd met de Xavante Indianen. Dit gebeurde op 25 juli 1945. Volgens hun, was die context tamelijk onvriendelijk, omdat leden van de expeditie schoten afvuurden in de lucht, hetgeen een reactie veroorzaakte bij de Xavantes, maar er vieln geen slachtoffers. Ze ontmoeten meer etnische groepen als de sertanistas verder het bos in gaan, allereerst de Kalapalo stam, in de regio van de Kuluene rivier, een zijrivier van de Xingu. In maart 1948 werd de expeditie opgeheven door de regering van Vargas, doch de Villas Bôas broers hadden op dit moment al de nominatie ontvangen als afgezanten van de SPI (Stichting ter protectie van de indianen) van de boven-Xingu, door Marechal Cândido Rondon (grondlegger van de Indianen pacificatie, noot Wayn). De broers begonnen een nieuwe onderneming met de expeditie Xingu-Tapajós, toen ze contact wisten te maken met de Juruna Indianen. In deze periode, voegde zich de Oekrainiër Noel Nutels (1913-1973), een wetenschapper bij de groep. Tenzelfde tijd, begonnen de eerste ideeën om het park te verwezelijken werkelijkheid te worden, door de sertanistas met steun van de brigadier Raymundo Vasconcelos Aboim (1898-1990) en de antropoloog Eduardo Galvâo.
UM PARQUE PARA OS INDIOS Een belangrijk punt voor de conceptie van het park kwam in 1952. Dit jaar, presenteerden Orlando Villas Bôas, de antropoloog Darcy Ribeiro, Heloísa Alberto Torres (1895-1977) en brigadier Raymundo Vasconcellos Aboim, een voorontwerp van de wet aan de vice-president in die tijd, Café Filho, om het Xingu-park te creëren, met steun van Marechal Rondom. Het voorstel van het project gebeurde op 19 april 1961, door het federale decreet n0 50.455, gesancioneerd door president Jânio Quadros. Hetzelfde jaar overleed Leonardo, de jongste van de Villas Bôas broers aan hartproblemen. De uitdagingen voor de oprichting van het park waren velen, te beginnen met de afmetingen van het grondgebied en de diversiteit van de verschillende taalkundige stammen, reeds omschreven als Aruak, Jê, Karib en Tupi. Het land werd afgebakend voor een uitgestrektheid van land en rivieren, met de Xingu rivier als voornaamste. Het gebied is 27 duizend km2 en is gelokaliseerd in de noord-oostelijke regio van de staat Mato Grosso. Het gebied toont een rijke bio-diversiteit, met een vegatatie die reikt tot aan het Amazone regenwoud. De demarcatielijn reikt tot een gedeelte van de gemeemnten Canarana, Paranatinga, Sâo Felix de Araguaia, Sâo José do Xingu, Gaúcha do Norte, Feliz Natal, Querência, Uniâo do Sul, Nova Ubiratâ en Marcelândia. Vanwege de bijzondere geografie is het grongebied verdeeld in een hoog, midden en laag Xingu, in de richting van zuid naar noord. Met de opzet van het park, kwamen sommige stammen nader tot elkaar en er onstond een rassenvermenging. Maar andere volken, op hun beurt, hadden weinig contact, door de afstanden en de diversiteit van taalstammen. Orlando en Claudio werden benoemd tot de eerste leiders van het park, die tevens onder bevoegdheid viel van SPI, het nationale museum in Rio, het instituut Oswaldo Cruz, en andere organasaties. De Villas Bôas bevorderde de toetreding van enkel etnishe groepen tot het park, 'zodat ze beschermd zouden zijn in dit gebied'. Volgens de de 'site van de Indiaanse volken van Brazilië' gebeurde dit met de Kaiabi, Ikpeng en Tapayuna, die werden getransformeerd naar het noorden. Twee andere volken, Tapayuna en Paraná ( van de familietaalgroep Jê) traden ook in contact met de Villas Bôas broers en werden in het park ondergebracht tijdens het deccenium 1960, doch enkele jaren later besloten zij weer te vertrekken. In het geval van de Paraná, bereikten ze de bevestiging van hun oud terrotorium in Paraná. In 1987 waren de Tapayuna al vertrokken naar de dorpen Metyktire en Kremoro, van het Metyktire volk, op het reservaat Capoto/Jarina.
DE INDIAANSE STRIJD GAAT DOOR Tientallen jaren verstreken en de 14 etnische goepen in het Xingu park, beschermd voor te overleven, worden momenteel geconfronteerd met een voortdurende strijd om het behoud van cultureel erfgoed en eigen natuurlijke omgeving. De nieuwe generatie van velen stammen hebben de blanken cultuur al aanvaard, met tweetalig onderwijs en kleding van de blanken in de dorpen. Hierdoor, vrezen de ouderen dat de wortels van hun voorouders verloren gaan. De strijd om te overleven en ruimte gaat eveneens door, mede door de druk van de grootgrondbezitters met de uitbreiding van agri-cultuur - speciaal soja en de winning van rubber en hout, dit rond het park verhandeld wordt. De constructie van waterkrachtcentrales in rivieren die uitmonden in de Xingu is te meer een bedreiging met het oogpunt op milieu en zeker de duurzaamheid van de Indiaanse mensen. Volgens de site Povos Indígenas no Brasil, is de roofzuchtige bezetting zorgwekkend. De soja cultuur is een van de meest gevaarlijke die vordert in de richting van het park. Een ander voorzichtigheid met betrekking tot behoud van het park betreft de autowegen Cuiabá-Santarém (BR-163) en de BR-158, die in de buurt van het Xingu-park circuleren.
wordt vervolgd door 'EEN LEVEN GEWIJD AAN DE INDIANEN' over de broers Villas Bôas
bijlagen: Darcy Ribeiro Een jonge Marechal Rondon Dokter en Indiankenner Noel Nutels, met aan zijn zijde Marina Villas Bôas, de weduwe van Orlando, links Ikpeng vrouw 1968
In 1973 bracht Orlando Villas Bôas het boek 'Xingu: Os Indios, Seus mitos' uit. In de 2008 vertaalde ik alleen de mythes, van het boek, in het Nederlands en gaf dit uit in boekvorm. Voor meer info hierover zie linkerbalk - boven
Links boven in de balk vindt u VIDEOS OVER DE KUIKURO stam en HUN CULTUUR - XINGU Data 10-01-2010 globo rural
Deze reportage heb ik vrij vertaald uit het Portugees artikel 'XINGU- EEN PARADIJS ONDER BEDREIGING' van Sucena Shkrada Resk bron het blad 'Leituras da Historia', Brasil wetenschap&leven (c) 2009
In de jaren 1940 reisden de broers vermomd als 'Sertanejos' (inlanders, ook soort 'kenners der wildernis') naar de Mato Grosso om daar de lokale inheemse bevolking te bestuderen. Velen jaren later, namen zij het intiatief om het 'Parque Indígena do Xingu' te bewerkstelligen, dit om de entnische waarde te bewaren, en ontvangen twee maal de Nobelprijs der vrede. Vandaag, ondanks dat de Xingu een bijna onaangeroerde oase blijkt, wordt de regio bedreigd door landbouw, aanleg van wegen en hydro-elektrische centrales op het land van de indianen.
De creatie van het eertse Indiaanse park in Brazilië in 1961 in de Mato Grosso, begon eigenlijk 2 decenias eerder door de gebroeders Leonardo, Claudio en Orlando Villas Bôas. Anoniem als 'Sertanejos', gingen de 'paulistas' (inwoners van Sâo Paulo), ze kwamen uit een middenklasse, zich aansluiten bij de expeditie Roncador-Xingu, georganiseerd door de regering van Getúlio Vargas. De campagne was ook bekend onder de naam 'De mars naar het westen' en had het doel om het binnenland van Brazilië open te leggen. In eerste instantie hadden de broers zich aangemeld voor de expeditie, maar werden gewijgerd door de organasitoren, daar zij niet als onderzoekers gingen en ook niet mannen waren, die een nieuw leven wilde beginnen in de binnenlanden. Hierdoor, lieten de broers hun baard groeien, kleedde zich eenvoudig en deden zich voor als analfabeten, om de toestemming te krijgen met de expeditie mee te kunnen reizen. Zo begon de expeditie van de broers Villas Bôas, wat later, met de steun en medewerking van antropoloog Darcy Ribeiro (1922-1997) resulteerde in de demarcatie van het Indiaans park.
DE KOMST VAN DE BLANKEN Vóór de broers Villas Bôas het avontuur naar het interieur maakten met de expeditie in 1940, had het gebied al reeds kennis gemaakt met interventies van blanken. Een van de eersten blanken die deze gebieden betrad was de Duitse tekenaar en ondekkingsreiziger Karl von den Steinen (1885-1929) die, in 1884, vergezeld door geograaf Otto Claus, vanuit Cuiabá vertrok en de Xingu rivier afvoer. Hij bestudeerde de Indianen en classificeerde de stam Bakairi, als afstammelingen der Caraíbas en niet de Tupi-Guarani, zoals men in de 19de eeuw veronderstelde. Volgens Orlando Villas Bôas, in het boek Orlando Villas Bôas: expedições e registros, waren de volkeren waar men contact mee legde in de tijd van Steinen, de Bakairi, Juruna, Suyá, Waurá en Trumai. Al in 1887 ging Steinen naar het gebied in gezelschap van antropoloog Paul Ehrenreich (1885-1914) en de geograaf Peter Vogel. Ditmaal, benaderde de Europeanen de stammen van de Aweti, Kalpalo, Kaymayurá, Mehináku en Yawalapiti. Andere expeditie vonden pas plaats vanaf 1896, zoals die van ondekkingreizigers Hermann Meyer en Henri-Anatole Coudreau (1859-1899), in opdracht van de regring van Pará. In 1920 begint de generaal Ramiro Noronha een expeditie over de Kuluene rivier- zij-rivier van de Xingu, waarna hij de indianen-post 'Simôes Lopes (Bakairi) stichtt aan de Paranatinga rivier. In de periode tussen het eind van de 19de eeuw en begin van de 20ste, is er een duidelijke aanwezigheid te zien van vreemdelingen: Duitsers, Fransen, Amerikanen en Italianen, waarvan velen werden gedood in conflicten met Indianen. In 1944, met de expeditie Roncador-Xingu, aan welke de broers Villas-Bôas deelnam, wordt het een keerpunt voor de goedkeuring van een 'politiek inheems beleid', hetgeen jaren later een feit wordt.
HET AVONTUUR VAN DE DRIE BROERS De expeditie Roncador-Xingu had zijn begin in Uberlândia, in Minas Gerais, en werd gestuurd door de 'Fundaçâo Brasil Central' (Centrale Stichting Brazilië) tijdends het bewind van de 'Estado Novo', (nieuwe staat, een autoritair regime dat duurde van 1937 tot 1945) onder dictator Vargas, gericht op het consolideren van de nationale soevereiniteit door het koppelen van centraal Brazilië aan Amazonas. De broers Leonardo, Claudio en Orlando waren doordrongen in dit avontuur in de bossen om te helpen bij de afbakening en vorming van populaire ' blanke' nederzettingen, terwijl ze zich dus voordeden als sertanejos. Op de reis werden de broers geconfronteerd met een 'inheems' Brazilië dat voor hun onbekend was. Als eerste ontmoeten ze de Xavante stam, en door de jaren heen, veertien andere stammen, die een van de meest gerespecteerde taalkundige diversiteit in de wereld vertegenwoordigden, volgens de organisatie der Verenigde Naties voor educatie, wetenschap en cultuur (Unesco): de taal der Aruak of Arawak, Jê, Karib en Tupi.
WORDT VERVOLGD...
Claudio en Orlando met een Indio van de boven-Xingu in de jaren '60
bijlagen: Karl von den Steinen met twee mede-avonturiers in Brazilië Suyá Indiaan (achetudoeregiao.com.br)