Naar de inhoud

Djumbodicht

Doorway to my soul
akke.beakke.be
Werd ontworpen voor een schermresolutie van 1440 x 900
De keuze van gedichten is uiteraard heel persoonlijk. Als kind verzamelde ik al gedichten die ik mooi vond.
Indien door het publiceren de rechten op "je" gedicht geschonden worden, laat het mij even weten, dan verwijder ik het onmiddellijk.
Voor de foto's heb ik zoveel als mogelijk de toelating gevraagd van de fotograaf,
maar hier ook geldt hetzelfde als voor de gedichten.

35 - Johan Daisne - Goudvis





Goudvis


Ons kleine goudvisje is dood.
Slechts sinds een maand onze genoot,
en toch - 't laat een gevoel van nood.

Omdat, mijn kind, ook een pink groot
een vis een sprankel Leven is.

Dag, huissardijn.
Groet aan de grote mandarijn.

(Johan Daisne 1912 - 1978)
(Foto Fredo met Plons - Mich De Mey)

34 - Karel van de Woestijne - Wijding aan mijn vader




Wijding aan mijn vader


o Gij, die kommrend sterven moest, en Vader waart,
en mij liet leven, en me teeder leerde leven
met uw zacht spreken, en uw streelend hande-beven,
en, toen ge stierft, wat late zon op uwen baard;

- ik, die thans ben als een die in den avond vaart,
en moe de riemen rusten laat, alleen gedreven
door zoele zomer-winden in de lage reven,
en die soms avond-zoete water-bloemen gaart,

en zingt soms, onverschillig; en zijn zangen glijden
wijd-suizend over 't matte water, en de weiden
zijn luistrend, als naar eigen adem, naar zijn lied....

Zoo vaart mijn leve' in vrede en waan van dood begeeren,
tot, wijlend in de spiegel-rust van dieper meren,
neigend, mijn aangezicht uw aangezichte ziet.

(Karel van de Woestijne 1878 - 1929)
(Foto Middelheimweerspiegeling - Mich De Mey)

33 - Remco Campert - iemand stelt de vraag 1

iemand stelt de vraag 1

het was een geweldig feest
er stierven drie mensen
een van ouderdom
een door alcohol
een omdat hij vocht met de slang

O maar er werd gezongen
gedanst en gedronken !
de pijp ging rond en de pruim
oude verhalen werden nieuw
opa's stonden in hoog aanzien
die zeiden dat het zo altijd was geweest
en altijd zo zou blijven
en de kinderen bleven erbij
tot ze niet meer konden.
O maar er werd gedanst
en gevrijd bij het leven
een dag een nacht en een dag !

tot het zout op was
de kruiken leeg
en de schelpen door de kroegbaas
weer afgepakt
toen wankelden ze lachend de berghelling op
sliepen hun roes uit in het lange gras
een nacht een een lange dag

terwijl ze sliepen
reden
beladen met het werk van hun handen
in kratten en balen verpakt
in bewaakte colonnes
de vrachtwagens naar de stad

de stad van de banken en congressen
de stad van de krotten en open riolen
de stad van de mooie dames met chauffeur
de stad van de hoeren voor een knaak
de stad waar iedereen het zout in de pap verdient
iedereen die een vinger in de pap heeft
de stad waar ze altijd van droomden
de stad die ze nooit zouden zien

(Remco Campert 1929 -       )

32 - Remco Campert - Iemand stelt de vraag 2


iemand stelt de vraag 2


Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z'n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen

(Remco Campert 1929 -      )

31 - Remco Campert - Iemand stelt de vraag 3

iemand stelt de vraag 3

iemand weigert de schelp
iemand houdt op met dansen
iemand smijt de kroegbaas de kruik in 't gezicht
iemand zegt opa de pest met je oude verhalen
iemand wil het alfabet leren

iemand pakt de opzichter z'n zweep af
iemand steelt een geweer
iemand zegt dit is mijn grond
iemand staat zijn dochter niet af aan de landheer
iemand antwoordt niet met twee woorden

iemand houdt zijn graan verborgen
iemand viert geen feest als de vrachtwagens komen
iemand spuugt op de grond als hij de soldaten ziet
iemand snijdt de banden door
iemand verschuilt zich in het woud

iemand droomt niet meer
iemand richt zich op
iemand is voor altijd wakker
iemand stelt de vraag
iemand verzet zich

en dan nog iemand
en nog iemand
en nog

(Remco Campert - 1929  -        )
(Foto - Lisa Van Damme - Worldpress)

30 - Charles Baudelaire - L'Etranger








L' Etranger


"Qui aimes-tu le mieux, homme énigmatique, dis?
ton père, ta mère, ta soeur ou ton frère?
    - Je n'ai ni père, ni mère, ni soeur, ni frère.
    - Tes amis?
    - Vous vous servez là d'une parole dont le sens
m'est resté jusqu'à ce jour inconnu.
    - Ta patrie?
    - J'ignore sous quelle latitude elle est située.
    - La beauté?
    - Je l'aimerais volontier, déesse et immortelle.
    - L'or?
    - Je le hais comme vous haïssez Dieu.
    - Eh ! qu'aimes tu donc, extraordinaire étranger?
    - J'aime les nuages... les nuages qui passent... là-bas...
là-bas... les merveilleux nuages!"









De Vreemdeling


"Zeg eens, mysteriuze man, van wie houd je het meest? Van je
vader, je moeder, je zus of je broer?"
    'Ik heb geen vader, geen moeder, geen zus en geen broer.'
    "Van je vrienden?"
    'Daar gebruikt u een woord waarvan ik de betekenis tot
op heden niet ken.'
    "Houd je dan van je vaderland?"
    'Ik weet niet waar dat op aarde zou kunnen liggen.'
    "Van de schoonheid?"
    'Van haar zou ik graag willen houden, Ze is immers
goddelijk en onsterfelijk.'
    "Van geld?"
    'Ik haat het zoals u God haat.'
    "Maar waar houd je dan van, zonderlinge vreemdeling?"
    'Ik houd van de wolken... de wolken die voorbijgaan...
daarginds... daarginds... die wondermooie wolken!"

(Charles Baudelaire 1821 - 1867)

29 - Bertus Aafjes - Thebe

Thebe

Met leven toegerust voor beiden,
liep ik vannacht de gangen in,
die naar u leiden.
Het ondergronds geburchte droeg
een stilte, die met tegenzin
mijn tred verdroeg.

De muren stonden als verzadigd
van ruige schimmel; lucht en licht,
voorgoed beschadigd,
beten mij uit; de wil alleen
bij u te zijn in 't jongst gericht,
hield mij ter been.

Het labyrinth verliep in schroeven
van eender, blinder cirkeling.
U ten behoeve?
Ik weet niet meer hoe lang ik ging.
Hoe brachten zij, die u begroeven,
zover een ding?

Totdat mijn voeten op u stuitten:
uit een volgslagen duisternis
zag ik uw ogen opensplijten;
uw handen, die ik niet kon tillen,
voelde ik langs het leven strelen,
dat in mij sloeg;
uw mond, in dood verholen, vroeg.

Een taal waarvoor geen teken is
in dit heelal,
verstond ik voor de laatste maal.

Maar had geen adem meer genoeg
en ben gevlucht in dit gedicht:
noodtrappen naar het morgenlicht
vervaald en veel te vroeg.

(Bertus Aafjes 1914 - 1993)
(foto Inner sarcophagus of Merit   by Ji Ka)

28 - Hans Andreus - Boombeschrijving



Boombeschrijving


Bomen zijn werkelijk.
Hun bladeren praten werkelijk...,
met woorden veelzeggend en letterloos.

Hun toppen zingen.
Hun stammen zwijgen
hoorbaar.

Hun wortels houden
van de aarde.

Bij een boom
staande moet ik wel
ademen als een boom.

Naar een boom
ziende zie ik
hemel en aarde in elkanders
armen.

Want de boom,
Een boom is een bruiloft.

(Hans Andreus - 1926 - 1977)


27 - Bart Moeyaert - Eeuwigheid

Eeuwigheid

Er zijn plekken
waar ik zonder glimlach
niet meer langs kan.
Ooit is daar een grap
verteld, een kus geroofd,
iets voor het eerst gedacht.
Ter hoogte van mijn oor,
bijvoorbeeld,
heb jij me op een nacht
beloofd dat eeuwigheid
een leugen is, maar dat het
daarom tussen ons niet
minder lang gaat duren.
Meer woorden waren er
niet nodig - een mond
spreekt van zichzelf al mooi
en huid heeft een geheugen.
Jij blijft mijn hals, mijn navel,
mijn holte van mijn knie
voor altijd bij.
Zonder glimlach kan ik
aan geen plek voorbij.

(Bart Moeyaert - 1964 -        )

26 - Martinus Nijhoff - Het derde land




Het Derde Land


Zingend en zonder herinnering
Ging ik uit het eerste land vandaan,
Zingend en zonder herinnering

Ben ik het tweede land ingegaan.
O God, ik wist niet waarheen ik ging
Toen ik dit land ben ingegaan.

O God, ik wist niet waarheen ik ging
Maar laat mij uit dit land vandaan
O, laat mij zonder herinnering

En zingend het derde land ingaan.

(Martinus Nijhoff 1894 - 1953)


25 - Tomas Transtromer - Romanska Bagar




Romanska Bagar

Inne i den valdiga romanska kyrkan
trangdes turisterna i halvmorkret.
Valv gapande bakom valv och ingen overblick.
Nagra ljuslagor fladdrade.
En angel utan ansikte omfamnade mig
och viskade genom hela kroppen:
"Skams inte for att du ar manniska, var stolt!
Inne i dig oppnar sig valv bakom valv oandligt.
Du blir aldrig fardig, och det ar som det skall."
Jag var blind av tarar
och fostes ut pa den solsjudande piazzan
tillsammans med Mr och Mrs Jones,
Her Tanaka och Signora Sabatini
och inne i dem alla oppnade sig valv bakom valv oandligt.



Romaanse Bogen

Binnen in de geweldige Romaanse kerk
verdrongen toeristen zich in het halfduister.
Gewelf na gapend gewelf en geen overzicht.
Enkele kaarsvlammetjes flakkerden.
Een engel zonder gezicht omhelsde me
en fluisterde door heel mijn lichaam:
"Wees niet beschaamd om mens te zijn, wees trots!
Binnen in jou opent zich gewelf na gewelf oneindig.
Nooit zul je klaar zijn en zo moet het zijn"
Ik was blind van tranen
en werd gedreven naar het zonnig bruisende plein
samen met Mr en Mrs Jones,
Herr Tanaka en Signora Sabatini
en in hen allen opende zich in oneindigheid gewelf na gewelf.

(Tomas Transtromer 1931 -       )






24 - Willem Kloos - De Zee


De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zichzelf weerspiegeld ziet,
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend schoon en kent zich-zelve niet.

Zij wist zich-zelven af in eeuwige verreining
En wendt zich altijd om en keert weer waar zij vliedt,
Zij drukt zich-zelven uit in duizenderlij lijning
En zingt een eeuwig blij en eeuwig klagend lied.

O Zee, was ik als gij in al uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst geheel en groot gelukkig zijn,
Dan had ik eerst geen lust naar menselijke belustheid,

Op menselijke vreugd en menselijke pijn,
Dan was mijn Ziel een zee, en hare zelf-gerustheid
Zou, wijl zij groter is dan gij, nog groter zijn.

(Willem Kloos 1859 - 1938)

23 - Max Croiset - Zacht Gesprek





Zacht Gesprek


je leert mij wennen aan mijn ledematen
je neemt mijn hand en wandelt naast mij voort
je leert mij wennen aan mijn eindeloos praten
omdat je ook nog naar mijn zwijgen hoort
en als wij 's avonds saam de dag verlaten
dan zeg je slapend haast een laatste woord
om mij zelf niet met mijzelf alleen te laten
zo ga je door de slaap nog naast mij voort.

(Max Croiset - 13 augustus 1912 - 7 april 1993)
(foto Curves   by Ozyman)

22 - Luc De Mey - Waar mijn ogen ....



waar mijn ogen niets vermogen

achter mooie regenbogen
ligt wellicht in 't zonnelicht
geheel een rijk verscholen

als het dag is, alles zacht is
draait misschien een molen
in de winter als de wind er
wieken waaien doet

en de koning in zijn woning
wordt wellicht begroet
door die zich wanen onderdanen
juichend aan zijn deur

sprookjesgloed die ik vermoed
stel me niet teleur
het kan zijn dat zonneschijn
alles er verbrandt

Vallen dromen van de bomen
in dat land aan d'anderen kant
sterven mensen zonder wensen
hand in hand aan 't strand

waar mijn ogen niets vermogen
achter droeve regenbogen
is gewis slechts duisternis
en mijn onvermogen

(Luc De Mey - 1943 -       )
(foto Rainbow Series 1   by mick y)

21 - Ahmed Khaled - Ik ben hier ...



Ik ben hier.

Ik zie jou en je ziet mij.

Ik kom met 22 jaar
22 jaar voor de chaos.
22 jaar van missen.

Kom niet te snel naar mij.
Kom traag, nog trager.
Ik wil mijn ogen in jouw licht wassen.

Ik ben aangekomen.

Vrij met mij
nee
verkracht mij
nee
laat mij ontploffen

zodat mijn levensadem kan vliegen.
Mijn levensadem kent jou.
Ik ben aangekomen
voor jou.

Jaag mijn vrees weg.
Jaag mijn pijn weg.

Ik wil het uitschreeuwen.
Ik heb jou gevonden.
Ik heb jou hier gevonden.

Ik wil dat iedereen en alles stopt
en luistert naar mij.
Elke stap die ik heb gezet
was voor deze ontmoeting.
Een ontmoeting tussen mij en de vrijheid.

Ik ben aangekomen.

(Ahmed Khaled (uit Het vreemde gedicht 2009)
(foto Speak up for peace   by Sofie)

20 - Paul van Ostaijen - Avondgeluiden







Avondgeluiden.


Er moeten witte hoeven achter de zoom staan
van de blauwe velden langs de maan
's avonds hoort gij aan de verre steenwegen
paardehoeven.
dan hoort gij alles stille waan.
Van verre maanfonteinen zijpelt plots water
- gij hoort plots het zijpelen
van avondlijk water -
de paarden drinken haastig
en hinniken
dan hoort men weer hun draven stalwaarts.

(Paul van Ostaijen 1896 -1928)
(foto the weekend   tim72)

18 - Jan Boerstoel - Groeten uit Bergerac



Groeten uit Bergerac

Onder de grote groene parasol
van een plataan blijkt zelfs de middaghitte
geen reden om met het klimaat te zitten.
Een ober schenkt de glazen weer eens vol.

Ondanks de veertig graden nog actief
begin jij ansichtkaarten te beschrijven,
maar ik ben lui en wil dat even blijven,
dus kijk ik rustig toe en vind je lief.

De droge, witte wijn is jong en koel
en leven is een lekker warm gevoel

(Jan Boerstoel 1944 -     )
(foto Klein Pleintje onder de Platanen...   Hinskens)

16 - Herman De Coninck - Zes jaar heeft ze ...




Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was:

wat ouders deden, en wat alles dus ging doen
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.

Sindsdien heeft ze geleerd wat enkelvoud is.
Zij. Nu weer half van jou, morgen half van mij.

Toen ze acht was was ze tien.
Een helft van haar gezicht lief,
de andere liever. Bang om te kiezen
tussen verliezen en verliezen.

Vandaag is ze gewoon twaalf.
Vier ouders, twee echt, twee stief.
Slapen gaan moet met eindeloos gezoen.
Ze wint altijd. Ze heeft geleerd wat blijven is.
Wat ouders niet en kinderen wel doen.

(Herman De Coninck 1944 - 1997)
(foto Sunny winterstreet   Qbit)

Meer van Djumbodicht

↑ Terug naar de berichten