Buizerd een prachtige roofvogel.


Opmerkelijke opmars van de buizerd
De buizerd heeft zijn trek naar het westen voltooid. Van een schuwe, zeldzame bosbewoner uit het oosten van het land veranderde deze middelgrote roofvogel in een alledaagse verschijning in heel Nederland. Het aantal broedgevallen steeg van 1650 eind jaren zeventig, tot momenteel naar schatting acht- tot tienduizend paren. Dat deze roofvogel het hier naar zijn zin heeft, is echter onmiskenbaar. Zeker in de winter valt op hoeveel buizerds er in Nederland vertoeven. Langs de snelwegen of in weilanden: overal zijn deze karakteristieke roofvogels te zien - ruim vijftig centimeter hoog, overwegend donkerbruin met lichte vlekken op de borst. Hoewel de dieren met hun brede vleugels uitmuntend kunnen zweven op de luchtstromen, zitten ze meestal op een paaltje of tak om vandaar de omgeving in de gaten te houden, op zoek naar een maaltijd. Buizerds zijn niet kieskeurig, en dat verklaart deels hun huidige succes. De vogels zijn dol op veldmuizen, maar als die schaars zijn, willen ze ook best door het weiland struinen om een maaltje wormen op te pikken of wat larven te verorberen. Verder staan slangen, hazen, konijnen, kikkers maar ook dode vis en vooral veel aas, bijvoorbeeld verkeersslachtoffers, op het menu. Volgens D. Jonkers van het onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen heeft de enorme uitbreiding van het wegennet de buizerd dan ook geen windeieren gelegd.




