De taal van Franciscus Xaverius


Peio Joseba Monteano Sorbet:
“La lengua de San Francisco de Javier”
In Gara verschijnt op 11 december 2001 een artikel van Peio Joseba Monteano Sorbet, Doctor in de Geschiedenis, over “La lengua de San Francisco de Javier-De taal van Franciscus Xaverius”, van wie de naamdag eerder deze maand gevierd werd.
In Navarra, waarvan hij de patroon is, kan een figuur als Francisco de Javier (1506-1552) niet vrij van controverse zijn. Monteano laat hem, voor de ene het symbool van het katholieke Spanje zijn, en voor de andere de vertegenwoordiger van het “independentismo” (agromontés), de onafhankelijkheidsgedachte.
Sommigen durven zelfs in vraag stellen of het Baskisch wel de moedertaal van Xabier was, hoewel hij dat zélf in één van zijn brieven beweert! Dit, omdat ze in twijfel trekken of het Vizcaína-Biskajes, dat Xaverius zegt te spreken, wel het Euskara zou zijn.
In 1544 schrijft Xavier vanuit China aan zijn broeders in Rome over de problemen die hij ondervindt om zich “bij de inlanders verstaanbaar te maken omdat zijn taal “viscaína” was”. Zijn begeleider, Antonio, verklaart na de dood van Xabier aan zijn overste dat hij, die toch zonder problemen Portugees, Latijn en Spaans begreep, Franciscus Xaverius niet kon volgen als hij zijn taal sprak. Alle biografen van de heilige noemen diens taal eveneens de Baskische Taal. Dit was niet vreemd, aangezien in de 16de eeuw driekwart van de inwoners van het koninkrijk Navarra verschillende dialecten van het Baskisch spraken. Zelfs de Spaanse Inquisitie, die 1575 “ter plaatse afstapte” voor de beruchte heksenprocessen, verklaarde dat de delinquenten uit Navarra niet het Castilliaans spraken, maar een Baskische taal die onbegrijpelijk was (“muy cerrada”, erg gesloten) en verschillend van het algemene Baskisch (“Vascuence”).
Over het verschil in taalgebruik in Euskal Herria wordt voor het eerst geschreven in 1492 door Antonio de Nebrija, die het in zijn “Eerste Grammatica van het Castilliaans” heeft over het aanleren “van onze taal aan Biskajers en Navarrezen”. Hoewel het Euskara niet overal in het huidige CAV (Baskische Autonome Gemeenschap) en Navarra gesproken werd, was het in de ogen van deze Spaanse linguïst toch de taal van het oude koninkrijk en van een deel van Castilië dat in die tijd “Biskaje” genoemd werd, maar in realiteit Alava, Gipuzkoa en Biskaje zelf omvatte. Zelfs volgens Del Burgo waren in die tijd “Basken” enkel de Navarrezen uit de landstreek “Ultrapuertos” (over de bergen) ofwel Basse Navarra (de provincie in Frans- Baskenland). De taal die de meerderheid van de inwoners van deze drie territoria sprak, werd “Biskajaans” genoemd. In Navarra echter noemde men de taal van de drie territoria “Vascongada” of “Vascuence”. Vele reizigers die door het land trekken wijzen op de vreemde taal die deze bewoners van Navarra spreken.
In 1571 zegt een zekere Venturino dat in Vitoria-Gasteiz de burgers (“plebejers”) “vizcaino” of “vascongado” spreken, “een erg moeilijke taal om te begrijpen”, maar de edellieden spreken Castellano (Spaans).
De Vlaming, Jehan Lhermite, die in 1592 aan de zijde van Felipe II Navarra bezoekt, verklaart dat in Estella-Lizarra de eenvoudige mensen “vizcaíno” spreken, een taal die zij zelf “vascongada” noemen, en waar we geen enkel woord van begrijpen.
In 1611, kort na de publicatie van “El Quijote”, bezoekt Jacobo Sobieski, de vader van de latere koning van Polen, Pamplona. Als hij in de herberg een diefstal aangeeft, beginnen de herbergierster en haar dochter tegen elkaar te tieren in “het Biskajaans, een taal die van het Spaans evenveel verschilt als het Pools.”
Deze en vele andere getuigen spreken allemaal over een “andere” taal en niet over “een andere manier van Spaans spreken”. Zij noemen die taal allemaal “Vizcaíno”. Cervantes zegt in zijn komedie “La Gran Sultana”, uit 1600: “In het Vizcaína…waardevolle taal, uniek wegens zijn ouderdom”.
Er bestaat dus geen enkel motief om eraan te twijfelen dat Franciscus Xaverius Baskisch als moedertaal had en zich daarbij niet onderscheidde van de andere Navarrezen van die tijd.
Behalve Baskische sprak deze jezuïet ook Spaans, Latijn, Frans en Portugees.
P.S. Van het “Spaanse” woord “Vascongada” stamt het Franse “Gascogne”, de Franse benaming voor “Baskenland”.
Bron: W. Hensgen
San Francisco de Javier: de tijdsgeest
[url]http://www.pnte.cfnavarra.es/elmundodejavier/C2/contenido_uk.htm[/url]

















