
Het Spaanse penitentiaire beleid
25 februari 2008
De politieke activiteit in Euskal Herria wordt momenteel beheerst door een Spaanse repressieve tsunami. In de laatste 8 maanden (sinds het mislukken van de vredesonderhandelingen) werden 200 gevallen van incomunicado-opsluiting genoteerd, wat het gevangenenaantal op 730 brengt. De socialist Zapatero is er in geslaagd de vorige president, Aznar, van de troon te stoten. Van die 730 (verspreid over heel Spanje en Frankrijk) zijn er 169 die al ¾ van hun straf hebben uitgezeten (en moesten dus volgens de eigen Spaanse wetgeving al vrijgekomen zijn), en 55 zitten er in totale afzondering.
Achter die cijfers gaan nog andere drama’s schuil: terminale en ongeneeslijk zieke Baskische politieke gevangenen blijven opgesloten, het Hooggerechtshof is zo creatief geweest dat veel straffen uiteindelijk neerkomen op levenslange opsluiting, de gevangenen worden verspreid over het gehele land en liefst zo ver mogelijk van huis (tot meer dan 1.000 km), de ontoereikendheid of zelfs weigering van medische bijstand (gecamoufleerd door valse diagnosen), soms jarenlange afzondering, de verruwing van de behandeling en de familie die nog eens extra gestraft wordt door de afstand (bij 20 doden voor een gevangenenbezoek van 20 minuten).
Spreiding en afzondering
Eén van de functies van een gevangenis is de afzondering van een veroordeelde uit de maatschappij, voor een bepaalde periode. Voor Baskische gevangenen komt daar nog de spreiding bovenop, ver weg van huis (wat in tegenspraak is met internationale rechtregels). Een maatregel die niet alleen de veroordeelde treft, maar ook familie en vrienden. Maar hier houdt het niet op, naast de afzondering uit de maatschappij, wordt ook nog eens de afzondering in de eigen cel toegepast. Om dit duidelijker te maken, halen wij het voorbeeld aan van 55 gevangenen, die maanden en jaren aan één stuk, 24u op 24u hun cel niet mogen verlaten, geen enkele contact mogen hebben met medegevangenen, hun eten toegeworpen krijgen in hun cel (40 in Spanje, 13 in Frankrijk en 2 in Canada). Wij herinneren er aan dat in dit laatste land de gevangene Bittor Tejedor op 9 februari 2008 alle woede van de cipiers over zich heen kreeg, toen in de aanpalende cellen een opstand was uitgebroken.
Zwaar zieke gevangenen en medische wanpraktijken
Askatasuna heeft al meermaals alarm geslagen over de toestand waarin zwaar en ongeneeslijk zieke gevangenen zich bevinden. Askatasuna klaagt aan de er automatisch en systematisch een negatief resultaat wordt gegeven bij mogelijke vrijlating, en dit onder een regering van de PSOE, die zegt progressief te zijn. Het gebrek aan medisch toezicht en soms de weigering ervan, is één van de oorzaken van die ziektes. Levenslange opsluiting is, sinds de tussenkomst van het Hooggerechtshof (onder politieke druk) één van de slagzinnen van de socialistische partij geworden, de partij die zichzelf aanmatigend de partij van de rechtvaardigheid noemt. Momenteel voeren 9 politieke gevangenen de lijst met ongeneeslijke ziektes de lijst aan: Jon Agirre Agiriano, Bautista Barandalla, Angel Figeroa, José Ramón Foruria, Mikel Gil Cervera, Marilo Gorostiaga, Gotzone López de Luzuriaga, Juan José Rego Vidal Josu Uribetxebarria Bolinaga. Voeg daarbij nog 3 gevangenen die psychologische ziekteverschijnselen vertonen. Uit respect voor hun privacy worden geen namen genoemd.
Dat deze gevangenen een bijzondere soort beproeving moeten doorstaan, bewijst het aantal dat uit het leven stapte: 8 in totaal. Ten minste, als we de officiële versie van zelfmoord mogen geloven, wat in sommige gevallen door feitenmateriaal wordt tegengesproken (Igor Miguel Angulo Iturrate).
Askatasuna vraagt zich af: “Wat is toch de oorzaak dat een evenwichtig persoon zich genoodzaakt ziet om zo maar uit het leven te stappen?”
Askatasuna geeft zelf het antwoord: “De gevangenis, de uitermate lange periode van opsluiting en een concrete penitentiaire politiek!”
Een ander heikel punt is het gebrek aan medische verzorging. Het gaat hier niet om de verzorging van een kleine snijwonde. Door gebrek aan medische verzorging zijn al 6 Baskische politieke gevangenen overleden: Juan José Crespo Galende, Joseba Asensio, Juan Karlos Alberdi, Mikel Zalakain, Pello Mariñelarena en Roberto Saiz Olmos (*).
(*) Roberto Saiz Olmos, "Baru", overleed in de gevangenis van Aranjuez, als gevolg van een hartaanval. Hij klaagde al geruime tijd over pijn in de borststreek, werd op 12 februari 2006 onderzocht op de cardiologische dienst van het “Hospital Gregorio Marañón”, waar hij een elektrocardiogram kreeg en goed bevonden werd voor verdere gevangenisdienst.
En dan zijn er nog diegenen die het geluk van de vrijlating mochten proeven, maar die een paar dagen later (hooguit een week), als gevolg van het gebrek aan medische verzorging, overleden: Josu Retolaza, Jabi Gorostiza, Santi Díez Uriarte, Esteban Esteban Nieto, Kepa Miner, Jean Louis Maitia en Juan José Etxabe.
Houding van de politie bij verplaatsingen
Los van het feit dat verplaatsingen heen en terug naar het hospitaal (afhankelijk van het feit of er voldoende politie voorhanden is, anders blijven ze waar ze zijn) de ziekte nog verergeren, is het schrijnend te moeten vaststellen dat die ongeneeslijk zieke gevangenen allemaal met de handen op de rug geboeid het traject moeten afleggen. Een typisch voorbeeld hiervan overkwam de Catalaanse gevangene Laura Riera. Zes maanden zwanger, en een risicovolle zwangerschap volgens de artsen van het hospitaal. De artsen drongen er steeds op aan dat ze met een ambulance zou vervoerd worden (wegens het risico), maar ze stopten haar in een politiecombi met de handen op de rug geboeid. Bovendien werd ze nog van de gevangenis van Valencia versleept naar die van Tarrasa, en nu verblijft ze in Soto del Real, zwaar ziek en constant misselijk.
Deze denigrerende houding van de Guardia Civil is nog meer uitgesproken bij vrouwelijke gevangenen, en in het bijzonder bij de consulten op de Gynaecologie. Drie gevangen vrouwen van de Parijse gevangenis Fleury-Merogis, namelijk Mertxe Chivite, Marilo Gorostiaga en Aitziber Sagarminaga moesten de aanwezigheid van de politie tijdens het gynaecologische onderzoek dulden, beledigingen en beschimpingen inbegrepen. De Baskische politieke gevangene Idoia Martínez, op haar beurt, moest in een Madrileens ziekenhuis bevallen (maart 2007) terwijl de deuren van de verloskamer open moesten staan en de Guardia Civiles, onder de kenmerkende commentaar, de hele geboorte stonden gade te slaan.
De doctrine van het Spaanse Hooggerechtshof
De stapel van vernederingen en pesterijen is voor de “rechtvaardige socialisten” nog niet hoog genoeg. Willekeurig worden wetten aangepast, vooral als er verkiezingen op komst zijn. De maximum straf van 30 jaar werd in 2006 opgetrokken naar 40 jaar. De straffen moeten volledig uitgezeten worden (geen strafvermindering meer), en als de betrokkene voor verschillende feiten veroordeeld werd, worden deze niet meer als één geheel beschouwd, maar als afzonderlijk. In sommige gevallen gaat men zelfs zo ver om na een eerste veroordeling er een tweede aan toe te voegen (30 jaar volgens het oude regime + 40 jaar in het nieuwe regime voor een tweede feit + 40 jaar…), levenslang dus! Tweeëntwintig politieke gevangenen (waarvan er nu al 18 volledig hun straf hebben uitgezeten, maar niet vrijgelaten worden) komen onder dit huiveringwekkende zwaar van Damocles terecht: José Ignacio Gaztañaga, Txomin Troitiño, Joseba Artola, Jesús Bollada, Patxi Gómez, Antxon López, Txerra Martínez, Koldo Hermosa, Peio Etxeberria, Kandido Zubikarai, Jon Agirre Agiriano, Andoni Alza, Kepa Rezabal, Fernando de Luis, Jon Ander Urkizu, Luis Mari Azkargorta, Juan Mari Gabirondo, Pakito Lujanbio, Jose Mari Beristain, Unai Parot, Jabier Zabaleta en Santi Arrospide. Intussen zijn de nodige stappen gezet om nummer 23, José Félix Zabarte, dezelfde smerige loer te draaien.
(Bron: Gari MUJIKA, vrij vertaald en bewerkt naar artikel in Gara)