Naar de inhoud

Fjak@

akke.beakke.be

Image and video hosting by TinyPic

Categorie: Veggie

Waarom je aardappelen niet uit je dieet mag schrappen.

 

 Waarom je aardappelen niet uit je dieet mag schrappen

 

 

Aardappelen hebben lang een slecht imago gehad, en zeker voor wie op dieet ging. Het zijn dikmakers, bevatten te veel calorieën en moeten dus vermeden worden... niet zo volgens onderzoekers. Zij noemen aardappelen zelfs ronduit het nieuwste supervoedsel.

Twee porties aardappelen per dag verlaagt de bloeddruk én doet geen kilo's bijkomen. Voor wie al naar de frieten lonkt: pure, gekookte aardappelen, zonder boter, olie of ketchup, zijn goed voor de gezondheid. Gebakken, gefrituurde of gepureerde aardappelen zijn uit den boze. Idealiter worden ze gekookt in de schil, omdat die vele gezonde stoffen bevat.

6 tot 8 aardappelen
Dat bleek uit een kleinschalige studie van 18 mannen en vrouwen, die dagelijks zes tot acht aardappelen ter grootte van een golfbal moesten eten als onderdeel van hun dieet. De aardappelen telden per stuk ongeveer 12 calorieën De meeste deelnemers hadden overgewicht en namen pillen om hun cholesterol te verlagen.

Aardappelen
Na een maand bleek dat de bloeddruk significant gedaald, wat suggereert dat aardappelen krachtig genoeg zijn om de bloeddrukpillen te vervangen. Omdat de rest van het dieet niet gemonitord werd, is het niet uit te sluiten dat de deelnemers minder aten van andere (slechte) voeding, omdat de aardappelen hun honger stilden.

Wat meer is: niemand van de deelnemers was bijgekomen. Of aardappelen ook helpen om af te vallen, is echter niet helemaal duidelijk.

De belangrijkste voordelen van de aardappel:


- ze bevatten veel vezels
- aardappelen bevatten weinig vet
- ze zitten propvol vitaminen (B1, B6 en C) en mineralen (ijzer en kalium)
- het zijn complexe koolhydraten, wat maakt dat ze trager worden afgebroken en langer een verzadigd gevoel geven.
- ze bevatten voor een groot deel water en relatief weinig calorieën.

 

43 reacties Reageer op dit bericht

Interssessante weetjes over walnootolie.

Interssessante weetjes over walnootolie

 

Walnootolie is een zeer hoogwaardige notenolie met een bijzondere smaak. Door het roosteren van de walnoten voor het persen ontstaan delicate getoaste aroma's waardoor de olie heel karaktervol wordt. Deze walnootolie wordt koudgeperst, m.a.w. niet verwarmd tijdens de productie. Hierdoor worden alle natuurlijke ingrediënten zoals vetoplosbare vitaminen en celbeschermende antioxidanten bewaard, zoals bijvoorbeeld vitamine E. Vitamine E is een verzamelnaam voor verschillende vetoplosbare vitaminen die een heel belangrijke rol spelen in ons lichaam o.a. bij de aanmaak van rode bloedcellen en belangrijk voor de weerstand. Als antioxidant beschermt vitamine E de celmembranen tegen schadelijke invloeden en is eveneens onmisbaar bij de opbouw van spiermassa. Bovendien heeft walnootolie een zeer evenwichtig aandeel onverzadigde vetzuren, namelijk het omega-6 linolzuur en het omega-3 alfa-linoleenzuur. Deze twee vetzuren zijn essentieel, wat wil zeggen dat ons lichaam ze niet zelf kan aanmaken en we ze dus bijgevolg via onze voeding moeten opnemen. Onverzadigde vetzuren zijn vetmoleculen die heel flexibel zijn, dit in tegenstelling tot verzadigde - meestal dierlijke vetzuren. Dit betekent dat het lichaam ze gebruikt om andere moleculen zoals hormonen, enzymen of cellen op te bouwen.Walnootolie mag vanwege zijn gevoelige, onstabiele structuur niet worden verhit. Gebruik walnootolie daarom voor de "koude keuken", zoals bij slaatjes, koude voorgerechten en desserten.

 

33 reacties Reageer op dit bericht

Vergeten groenten Paksoi.

Vergeten groente

Paksoi, veelzijdige bron van vitamine c

Paksoi een Aziatische koolsoort, evenwel niet te verwarren met de 'Chinese kool', die sluitend en volledig wit is. Paksoi is een niet sluitende bladkool met knapperige witte stelen en dondergroen blad.
Paksoi, caloriearm en rijk aan vitamine C, heeft geen typische koolsmaak, het smaakt eerder pittig. Je kan paksoi roerbakken, als rauwkostsalade gebruiken met een sojadressing of in stamppot verwerken met ui en look. Paksoi is ook lekker in groentesoepen.

 

30 reacties Reageer op dit bericht

Vergeten groenten Zeekraal.

Vergeten groenten Zeekraal.

 

Zilte zeelucht op je bord

 

 

Flirten met de waterlijn
Langs de Europese en Noord-Amerikaanse kustlijnen groeit sinds eeuwen de zeekraal, levend op het ritme van de getijen. Het is een zeegroente die veel weg heeft van een mini-cactus: sterk vertakte, vlezige stengels, maar dan zonder de stekels, die maximum zo'n 20 cm hoog worden. Zeekraal is verwant aan biet en spinazie, en er bestaan verschillende soorten van. Ze kan best wat zout verdragen en gedijt in het zeewater in zogenaamde schorren: begroeide, buitendijkse gebieden die onder invloed staan van eb en vloed. Zeekraal wordt ook door verschillende dieren erg gesmaakt, op begraasde schorren niet in het minst door vee. Ook vogels zijn er dol op. De zeekraalkokermot is een piepklein vlindertje dat haar eitjes op de zeekraalplant legt. Voor het zich tot een vlinder ontpopt zal het jonge rupsje zich tegoed doen aan jonge zeekraaltakjes, om vervolgens de zeekraalstengel als koker gebruiken.

Van armenvoedsel tot delicatesse
Om één of andere reden kreeg de Griekse held Theseus zeekraal voorgeschoteld voor hij Ariadne uit de klauwen van de monsterlijke Minotaurus redde. Ook in Europa is de zeekraal (Salicornia europea) blijkbaar niet van gisteren: zij duikt al op in de kroniek van Zeeland uit 1751 als de "vrucht deezes Land". Vandaag maakt zeekraal samen met haar broertje lamsoor opgang in supermarkten als een nieuwe delicatesse. Lange tijd werden deze zeegroenten beschouwd als voedsel voor arme mensen, die het naar hartelust konden plukken. Dat is niet langer zo: momenteel zijn het specialiteiten waarvan je maximum vijf kilogram per dag mag oogsten voor eigen gebruik.
Zeekraal en lamsoor hebben trouwens een mooie toekomst voor zich. Met de groei van de wereldbevolking en het schaarser worden van zoetwater, onderzoeken wetenschappers welke gewassen geïrrigeerd kunnen worden met zeewater. Geen van de top vijf gewassen die door mensen gegeten worden (tarwe, maïs, rijst, aardappelen of sojabonen) kan zout verdragen. Zeekraal is als zogenaamde halofyt (zoutminnende plant) toleranter, en kan om die reden vlotter ingeschakeld worden in de "zoute landbouw". De groente is geschikt als veevoer en uit haar zaad kan een nootachtige olie gewonnen worden.
Ook duurdere restaurants hebben zeekraal en lamsoor ontdekt. De vraag is groter dan het aanbod, waardoor veel zeekraal uit Bretagne moet worden aangevoerd. Goedkoop is zeekraal niet. Het plantje wordt met de hand geoogst, want wegens de glibberig zachte ondergrond van de schorren is het niet mogelijk om machines in te zetten.

In de keuken
Zeekraal smaakt naar de zee, hoe kan het ook anders. Zowel de blaadjes als de stengel zijn krokant, aromatisch, en doen denken aan een zilte zeebries. De groente is erg zout en als je ze gebruikt in gerechten hoef je geen zout meer toe te voegen. Om eventueel de ergste zoutsmaak weg te nemen, kan je de groente een paar uur in ijskoud water laten staan.
In restaurants zal je deze delicatesse vaak vinden als garnering bij visschotels, maar de veggie-minnende fijnproevers kunnen ze aan vele andere gerechten toevoegen. Je kan zeekraal koken in water voor een kleine tien minuutjes, of je kan de groente rauw verwerken. Gebruik ze bijvoorbeeld overal waar je normaal algen zou gebruiken, met dat verschil dat zeekraal een aangenamere textuur heeft en lekker crunchy is. Je kan ze combineren met andere groene groenten, of zelfs met gebakken of gegratineerde aardappeltjes. Zeekraal laat zich ook toevoegen aan soep als garnituur, en vooral aan salades. Of gebruik ze als aperitiefhapje: gewoon heel kort opkoken, verfrissen en dan op een schaaltje plaatsen voor bij een glaasje witte wijn of champagne.

Voor je de zeekraal gebruikt, was je ze even en controleer je best vooral de onderste vertakkingen, waar wel eens een harde stam kan inzitten. Je kan de groente vier à vijf dagen bewaren in de koelkast.

 

28 reacties Reageer op dit bericht

Vergeten groenten. Warmoes.

Warmoes vergeten groente

 

Waarom eens geen warmoes eten? Mei is een uitstekende maand om deze groente te leren kennen die het verdient om uit de vergeethoek te geraken. Warmoes kun je ook voor spinaziegerechten gebruiken. En kijk: ook spinazie is deze maand zeer lekker.

Rondom grote steden vind je vaak een Warmoesstraat. In Schaarbeek bijvoorbeeld, of in Koolkerke bij Brugge. Daar zaten de 'warmoezeniers': de tuinders die de stad van groente voorzagen.

Warmoes was in gebruik als verzamelnaam voor allerlei groenten: groene groente, bladgroente, peulvruchten, kool en wortelen. Het woord zou komen van warm moes: warm klaar te maken groente. Maar warmoes is ook gewoon zélf een groente, al kent Van Dale die enkel met het synoniem: snijbiet. Warmoes is het zusje van suikerbiet, rode biet en voederbiet maar dit exemplaar smaakt beter. Je gebruikt blad en stelen.

Er zijn trouwens heel wat prachtige variëteiten, waar menig moestuinier zowel voor oog als bord plezier aan heeft beleefd.

In de gewone winkels vind je niet zo vaak warmoes. Wél bij boeren met thuisverkoop, in de natuurvoedingswinkel of in Spaanse winkeltjes. In het Middellandse Zeegebied is de groente immers erg populair.

Het jonge blad smaakt wat naar spinazie en je kan het dan ook gebruiken voor àl je spinaziegerechten (spinazie is nu ook van het seizoen!). De Britten spreken trouwens van spinach beet . Je kan het ook rauw eten, in een gemengde sla. De bladstelen kan je in stukjes snijden, gaarkoken en daarna nog even stoven. Zowel blad als steel kunnen fijngesneden in de wok.

En waarom zou je warmoes eten? Omdat het een vergeten groente is. Omdat je nog eens een nieuw smaakje proeft. Omdat ze veel ijzer bevat, vitamine C en calcium. Omdat ze een stiefkind is in de familie van de ganzenvoetachtigen, al is dat niet terecht. Ook hier geldt: onbekend is onbemind.

Probeer warmoes eens in lasagne, in groentetaart of in puree. Ook lekker met een witte (kaas)saus of, jawel, met tomatensaus!

Warmoes combineert erg goed met nootmuskaat, mosterdzaadjes en sesamzaad.

 

31 reacties Reageer op dit bericht

Vergeten groenten : Tuinboon.

Vergeten groenten Tuinboon.

 

Geprezen en gemeden

Tuinbonen, labbonen, Roomse bonen, paardebonen, wollewantjes… Deze éénjarige peulgewassen luisteren naar vele namen en hebben een lange geschiedenis achter de rug. Je zou ze zelfs de pioniers onder de geteelde groenten kunnen noemen. De oorspronkelijke Latijnse naam is Vicia faba, wat vrij vertaald betekent dat het een boon van de soort Wikke betreft. De naam Wikke is afgeleid van wikkelen: deze planten houden zich namelijk met hun ranken vast aan naburige planten.

Aanbeden en veracht.
Wanneer deze bonen voor het eerst uit de grond sproten is een groot vraagteken, maar hun wortels zouden tot in de prehistorie verankerd zitten. In het Oude Egypte offerde het gewone volk de bonen aan de goden. Op deze manier zou men immers contact kunnen maken met de onzichtbare wereld. De Egyptische priesters waren dan weer niet zo happig op de boon en beschouwden ze als onrein en taboe. Volgens hen probeerden de zielen van overledenen naar de aardse wereld terug te keren door zich te huisvesten in de tuinboon. Ook de Griekse wiskundige Pythagoras liep niet hoog op met deze peulvruchten. Nadat hij minstens twaalf jaar bij Egyptische priesters had gestudeerd, nam hij hun afkeer voor labbonen over. Er zijn enkele mogelijke verklaringen. Mensen die lijden aan een erfelijke aandoening die favisme heet, zijn extra gevoelig voor bonen en mogen ze niet eten. Misschien was Pythagoras zo iemand. Een tweede, nogal vergezochte verklaring is de volgende: bonen zijn erom bekend dat ze winderigheid veroorzaken en in het Grieks zijn wind en ziel één en hetzelfde woord (aremos)…
Bij de Romeinen genoten de Vicia faba en andere Vlinderbloemigen wel heel wat aanzien. Vele welstellende lieden lieten zelfs hun achternaam veranderen in Fabius (tuinboon) of Cicero (kikkererwt). In de Middeleeuwen was de boon de hoofdprijs in de ‘driekoningentaart’, destijds een wijdverspreid gebruik in onze streken. Men bakte een cake met bloem, eieren, rozijnen en honing, op smaak gebracht met gember en peper. Wie de boon in zijn stuk van de ronde, platte cake aantrof, werd koning of koningin voor één dag - binnen het gezin welteverstaan.

In alle kleuren
Niemand is er totnogtoe in geslaagd te achterhalen van welke wilde plant tuinbonen afstammen. Ofwel is ze nog niet ontdekt, ofwel heeft ze reeds het loodje gelegd. Hoewel het nog steeds een wijdverspreide en makkelijk te bereiden groente is, dreigt onze boon in het vergeethoekje te belanden.
Toen de bonen dertig- tot veertigduizend jaar geleden geplukt werden in Centraal-Azië, waren ze niet groter dan een vingernagel. Tegenwoordig kunnen ze 60 tot 100 cm hoog groeien. De klassieke lange labbonen (cultivar Aquadulce) komen bij ons het meest voor en hebben zes tot acht blanke boontjes. De klassieke soort heeft nog enkele broertjes en zusjes, namelijk Violetta, Red Epicure en Sevilla - varianten met prachtige paars- of roodgekleurde bloemen en rode of beige bonen. In sommige landen zijn de bonen korter of zelfs bruin, zoals in Egypte. Eén van de bekendste varianten is de Green Windsor, genoemd naar de Engelse streek waar Nederlandse tuiniers ze voor het eerst kweekten.

Stoere binken
Labbonen hebben een streepje voor op andere boonsoorten doordat ze tegen een stootje kunnen: van een beetje vorst zijn ze niet bang. Aangezien ze best in een koel klimaat groeien, kan je ze al vanaf eind september tot begin maart planten. Het best plant je ze op verschillende tijdstippen van het jaar: zelfs als er dan toch enkele sneuvelen door de vorst, blijven andere gespaard van dit lot. Als je de bonen in potaarde laat overwinteren, bescherm je ze best tegen muizen. Die weten zich immers een weg te graven naar de voedselvoorraad..
Tuinbonen moet je jong oogsten, anders krijg je een bitter velletje rond de bonen. Dan moet je ze zowel pellen als doppen. Als ze niet langer zijn dan 11cm, kan je ze in hun peul koken. Ze zijn een delicatesse als je ze beetgaar kookt en nastooft in wat margarine met peterselie. Voeg tijdens het koken bonenkruid toe - zo worden de bonen beter verteerbaar. De fragiele blaadjes zijn eveneens eetbaar. Een goede manier om ze te bereiden is ze stoven als spinazie.
Labbonen zijn trouwens erg voedzaam; ze bevatten massa’s eiwitten en zijn een rijke bron van mineralen zoals kalium, ijzer, vitamine A, B1, B2, C en E. Niets dan goeds!

 

33 reacties Reageer op dit bericht

Vergeten groenten Schorseneer.

Vergeten groenten Schorseneer

 

Armeluisasperge

Oudere lezers kennen die goeie ouwe schorseneer nog wel, maar bij de jongere generatie is deze langwerpige wortel langzaam maar zeker in de vergetelheid geraakt. De oorzaak van die tanende populariteit ligt misschien in het kleverig melksap dat vrijkomt bij het schillen. Schoonmaken is een hele klus, en handschoenen zijn hierbij geen overbodige luxe. Niet verwonderlijk dus dat deze groente in de volksmond soms ook wel “keukenmeidenverdriet” genoemd werd.

Adders en oesterplanten
Het woord "schorseneer" zou kunnen afstammen van het Latijnse "curtio" of het Spaanse "escurço", wat adder betekent. De gelijkenis van deze dunne, lange, zwarte wortel met het bijbelse serpent had tot gevolg dat vroeger wel eens werd gedacht dat het sap kon worden gebruikt als antidotum tegen slangengif. Een andere verklaring van de naam doet dan weer een beroep op het Italiaans: schorseneer zou kunnen komen van "scorza nero" of zwarte schil.
De bekendste schorseneervariant heeft inderdaad een bruinzwarte schil en is afkomstig uit Zuid-Europa. Vlaanderen is vandaag één van de belangrijkste producenten ter wereld van deze groente. Daarnaast wordt in grote delen van Europa vaak ook de blauwe of Paarse morgenster geteeld, een witte groente met blanke wortels, spitse bladeren en paarse bloemen, die doorgaat voor schorseneer en er ook aan verwant is, maar plantkundig gezien tot een andere soort behoort. Hoezeer deze witte variant geapprecieerd wordt door kenners blijkt uit haar bijnaam: oesterplant. Met enige verbeelding zou de smaak blijkbaar aan deze tweekleppige weekdieren doen denken. Misschien was dat ooit het geval, maar in de moderne rassen is een oestersmaak alvast ver te zoeken, en ook de geur van de zoutzilte zee krijg je er hoe dan ook nooit bijgeleverd. Anderen vinden dat deze witte soort teveel op een pastinaak lijkt, en verkiezen om die reden de zwarte schorseneer. Deze groente is echter veel vaster en minder zoet dan de pastinaak. Nee, schorseneren smaken gewoon naar zichzelf.
Beide soorten, de witte en de zwarte, kunnen tot dertig centimeter lang worden. Ook de witte kleur na het schillen hebben ze gemeen. De wortels zijn over het algemeen sappiger dan die van de meeste andere groenten. Schorseneren zijn rijk aan vezels, kalium, vitamine B6, C, foliumzuur, magnesium en fosfor.

In de tuin…
De schorseneer is een typische wintergroente, die tegen heel wat vorst kan en van eind oktober tot begin april beschikbaar is. Haar grootste aanvoer kent ze in februari. Om die reden krijgt dit gewas soms de naam 'winterasperge' of 'armeluizenasperge'. In Engelssprekende landen hoort men soms de populaire naam 'Jack-go-to-bed-at-noon', omdat de bloemblaadjes van de plant zich al sluiten rond de middag, en dit tot de volgende ochtend.
Je kan schorseneren erg lang bewaren. In een kist onder een
laag aarde of op een koele plek blijven ze een maand of twee goed. Je kan ze ook in een grote plastic zak wikkelen en bewaren in de groentelade van de koelkast. In dat geval eet je de schorseneren best binnen de vier weken.

…en in de keuken
Kies geen lentemaand uit om een schorseneer voor de eerste keer te proeven. De groente heeft dan namelijk al veel van haar smaak verloren, omdat haar lekkere sappen in nieuwe bladvorming zijn opgegaan. Deze jonge blaadjes zijn wel lekker in sla.
Wie niet tot een adellijk geslacht behoort, derhalve geen keukenmeid heeft en de schorseneren zelf moet bereiden, kan ervoor opteren de wortels af te borstelen, te koken, en pas dan te schillen. Daarvoor zijn biologische schorseneren het best geschikt, aangezien deze niet met chemische bestrijdingsmiddelen zijn behandeld. Kies wortels uit die zo glad mogelijk zijn, én stevig: slappe wortels laat je best liggen.
Wil je verkleuring tegengaan, vergeet dan niet ze onmiddellijk na het schillen in een bodempje water met een scheutje azijn te leggen.
De wortels zijn zeer lekker als je ze gaarkookt in water of (soja)melk. Met het sap maak je dan een dikke bechamelsaus met (soja)room, of je bakt ze eenvoudig in een beetje margarine. Zelfs in soep doen schorseneren het goed. Ook rauw geraspt zijn ze niet te versmaden. Wie zijn of haar gasten wil verrassen, kan de schorseneren in flinterdunne schijfjes snijden, ze frituren op 170° en serveren als aperitiefhapje.

 

33 reacties Reageer op dit bericht

Vergeten groenten Rode biet.

 Vergeten groenten Rode biet

de kleur van zoet

De biet is niet onmiddellijk de groente die het meest tot onze verbeelding spreekt. Ze staat zo een beetje synoniem voor armoedigheid, en in haar klassieke Groentenkookboek noemt Jane Grigson haar weinig inspirerend, ‘tenzij u een voorliefde heeft voor sterk gekleurd eten’. Ongeschild is de biet zeker niet moeders mooiste – wat wellicht haar geringe populariteit helpt te verklaren – maar neem de schil weg en je hebt een fantastische groente die eender welk bord opfleurt. We halen de rode biet dus met veel plezier weer uit de kast… 

Laatbloeier
 De wilde voorouder van de bieten die we vandaag kennen, was een ‘zeebiet’, de Beta maritima, die in lang vervlogen tijden langs de kusten van Zuid-Europa en West-Azië groeide. Hoewel de bladeren al gegeten werden ten tijde van de Grieken, drie eeuwen voor Christus, gebruikte men de wortelknol lang vooral als medicijn. De meest populaire afstammeling van deze wilde variant is de suikerbiet, die in de 19de eeuw een serieuze concurrent werd voor het suikerriet. De dikke ronde biet zoals wij hem kennen, verscheen voor het eerst in de keukens van onze streken rond 1550. Ondanks haar zoete smaak werd de groente pas populair in de 17de eeuw, in Frankrijk. De rode biet wordt nog het meest van al gegeten, maar daarnaast bestaan er ook goudgele en witte varianten.

Soorten
Van juni tot september vind je in de winkel kleine ronde zomerbietjes die erg zacht smaken. Als je ze kookt zijn ze na zo’n twintig minuten gaar, wanneer het vel loskomt. Het loof, dat helder en groen moet zijn, kan je bereiden als spinazie. Dergelijke zomerbieten zijn in de koelkast één week houdbaar.
Van oktober tot april vind je de grotere, soms ovaalvormige winterbieten. Ingegraven in droog wit zand op een koele plaats, kan je ze tot wel drie maanden bewaren. Deze hardere soort vraagt een kooktijd van één tot drie uur. Ze worden daarom ook gekookt verkocht. Je kan ze dan als groente in salades en in soep verwerken.

Gekookt, gebakken, gemarineerd of rauw
Bietjes kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. Rauw kan je ze raspen en mengen met een geraspt appeltje, rauw witloof, mandarijn… eventueel met een dipje. Om verkleuring te vermijden kan je de biet best raspen net voor het opdienen. Bij een bietensalade hoort traditioneel mierikswortel, maar ook geraspte sinaasappelschil met amandelen doet het uitstekend.
Als je ze niet rauw lust, kan je bietjes ook koken of stomen. Schillen hoeft niet. Zo blijven de voedingswaarde en de kleur beter behouden. Laat ook wat loof aan de biet om “bloeden” te voorkomen. De smaak is echter altijd beter als je de bieten gaar stooft.
Je kan bietjes ook bakken in de pan, bijvoorbeeld met ui, appels, azijn, kruidnagel, laurier, zout en suiker, en wat water om aanbakken te voorkomen. Of probeer het eens met ui, kaneel, muskaatnoot, zout en peper, in droge rode wijn aangelengd met water.
Bieten kan je ook bakken in de oven of op een houtvuur. Dol op chutney? Marineer rode biet met mierikswortel, anijs, koriander en wat karwijzaad in half om half wijnazijn. Laat inkoken, zoet het eventueel wat extra en verras je gasten met een erg originele smaak. De mogelijkheden zijn eindeloos…

Kanker & stress
‘Van bietjes rood worden kindertjes groot’. Zou onze oma al aan de grote hoeveelheid vitamine C en koolhydraten gedacht hebben toen ze ons als kleine uk verplichtte de bieten naar binnen te proppen? Dat de rode biet een gezonde groente is staat buiten kijf. Ze bevat onder meer ook magnesium, ijzer en foliumzuur. In de groene bladeren zit ook calcium en bètacaroteen. Mooi meegenomen is dat bieten arm zijn aan vet en calorieën. Het rode pigment betacyanin zou bovendien anti-kankereigenschappen bezitten, en bieten zouden ook de zuurstofopname opmerkelijk verbeteren.
En misschien kan rode biet je zelfs helpen om opgewekt te zijn. Meer onderzoek is nodig, maar geweten is in elk geval dat rode bieten de stof uridine bevatten, die zou helpen bij het behouden van het emotionele evenwicht. Rode biet tegen de blues…

 

36 reacties Reageer op dit bericht

Vergeten groenten Rammenas

Vergeten groenten Rammenas

 

Zwarte winterwortel

 

 

Oude geschriften en afbeeldingen tonen ons dat de rammenas of Raphanus sativus al in het oude Egypte bekend was. De rammenas was ooit het basisvoedsel voor de Egyptische boeren en slaven die de piramiden bouwden. Dit wortelgewas bleek bovendien een echt cultuurgoed te zijn tijdens de Oudheid. Zo staan in de tempel van Apollo in Delphi een zilveren wortel, een loden koolraap en een gouden rammenas afgebeeld. Vandaag lijkt hij wat in de vergeethoek geraakt. Tijd dus om deze oude knol van onder het stof te halen...

Variëteiten
De rammenas is een wortelgewas, wat betekent dat enkel het ondergrondse deel, de wortel dus, wordt gebruikt voor consumptie. Dat er zomer- en wintervariëteiten bestaan, merk je al aan de benamingen: de rammenas of zwarte radijs is de wintervariëteit. De Fransen spreken over radis d’hiver et d’automne en de Engelsen noemen hem winter radish. Er zijn rassen met een ronde wortel en er zijn er met langwerpige wortels. Wanneer er geteeld wordt op grond die slecht doorlaatbaar is, worden best ronde rassen gebruikt omdat de langwerpige te snel vertakken. De zwarte rammenas heeft een erg scherpe smaak. Hij is vooral verkrijgbaar in oktober, november, december en februari.
Rettich is de Duitse benaming voor de witte zomerrammenas. Rettich komt van het Latijnse woord radix, wat wortel betekent. Rettichwortels kunnen wit, rood, roze, paars of bruin zijn, maar onder de schil zijn ze altijd wit. Ze hebben een vrij pittige smaak maar zijn milder dan de zwarte rammenas. Rettich is er vooral in maart, april en augustus maar ook in mei, juni en juli.

En dan is er nog de daikon, ook oosterse of Japanse radijs genoemd. Het gaat hier om een Japans hybrideras van de rammenas dat bij ons vooral in juni, juli en augustus te vinden is. De plant groeit zowel boven- als ondergronds veel sterker uit dan de gewone rammenas. Het vruchtvlees van de daikon is in tegenstelling tot de zwarte rammenas zoet en zacht van smaak. In vulkanische streken van Japan teelt men een reuzenvariëteit: de Sakurajima mammouth, een ronde witte wortel die tot 45 kg kan wegen!

De wortels van de daikon zijn meestal wit, maar wegens de toenemende westerse belangstelling worden kleurvarianten geteeld. Red meat bijvoorbeeld is een ronde daikon met rood vruchtvlees, een witte schil en een groene kraag. De green meat variant is langwerpig met groene schil en lichtgroen vruchtvlees. De ronde tricolor heeft rood vruchtvlees en een groen-witte schil en de murasaki-shikibu is bovenaan paars, wit onderaan en heeft wit vruchtvlees.

Bij aankoop is het belangrijk dat de wortels van de rammenas stevig aanvoelen en niet gerimpeld zijn. Wanneer het lof nog niet verwijderd is, moet het een frisgroene kleur hebben. De zwarte rammenas bewaart het best buiten de koelkast, op een koele plaats (12°C) gedurende een tweetal weken. De rettich kan wel in de koelkast en is daar, zonder lof, zo’n 14 dagen houdbaar. Nadeel is dat deze groenten snel uitdrogen en dus best afgedekt bewaard of af en toe bevochtigd worden.

In de keuken
Daikon is zeer populair in de Aziatische keuken. Deze groente is voor Japanners wat de aardappel voor ons is. Je kan daikon rauw eten, gekookt in soepen of opgelegd in zoet-zuur. Tegenwoordig zijn de gekiemde zaden of daikonkers erg in trek.

Zwarte rammenas en rettich worden vooral rauw gegeten. In schijven tussen de boterham met wat peper, zout of gomasio (een mengsel van zeezout en gemalen sesamzout), als bijgerecht bij een warme maaltijd of geraspt in salades in combinatie met appel, biet, wortel of ananas. Wanneer rammenas gestoofd wordt met wat knoflook doet de smaak aan raapjes denken.

Rammenas wordt zelfs als medicijn gebruikt in de alternatieve geneeskunde, onder meer tegen hoest. Hiervoor wordt de top van de groente afgesneden en wordt er een gaatje dwars door de rammenas geboord. De groente wordt uitgehold, en er wordt een lepel honing opgeschept. Dan laat men de groente gedurende een nacht uitlekken boven een kopje of glas en ’s morgens is de hoestsiroop klaar.

 

36 reacties Reageer op dit bericht

Vergeten groenten Pompoen.

Vergeten groenten Pompoen,

 

Breng een reus in je keuken

 

 

In het herfstnummer 2002 van The Vegetarian, het tijdschrift van de Engelse Vegetarian Society, stond een reisverslag over een uitstap naar… België. Het voornaamste reisdoel was het "Festival van de pompoen en andere zeldzame, vreemde en vergeten groenten", dat sinds 1980 elk jaar wordt gehouden in Tourinnes-Saint-Lambert in Waals-Brabant. Hoogtepunt van dit evenement is de wedstrijd om de zwaarste pompoen van het jaar en om de mooist geklede pompoen, die dit jaar werd gewonnen door een Fransman die zijn exemplaar had verkleed als klok...


Reuzenbes

Botanisch hoort de pompoen niet thuis bij de groenten maar is hij een reuzenbes onder de watervruchten. Tegelijk is hij verwant aan de komkommerachtigen, waartoe eveneens meloen, augurk en courgette behoren. Van de pompoen bestaan er in de hele wereld wel 850 soorten, verschillend in vorm, kleur, grootte en smaak. In winkels en op markten zijn soms exemplaren te bewonderen van 50 kg. In het Guinness Book of Records worden pompoenen vermeld van 400 kg met stengels van 10 meter! Het exemplaar dat dit jaar winnaar werd op hogergenoemd festival woog ruim 120 kg. De niet eetbare soorten – die zich uit witte bloemen ontwikkelen – zijn als herfstdecoratie in het interieur of winkelraam een kleurrijke blikvanger die met succes een najaarssfeer weten te scheppen.
 

Wereldburger


Uit archeologisch onderzoek blijkt dat de prachtige geel-oranje kelkvormige bloemen van de pompoenplant al 10.000 jaar voor onze tijdrekening op de vruchtbare bodem van Zuid-Amerika de wildernis sierden. Bij opgravingen en in holen en grotten werden zaden van drie oude wilde pompoensoorten teruggevonden, vooral in de nabijheid van Oaxaca (Mexico). Voor de indianen van de Nieuwe Wereld vormden pompoenen samen met maïs en bonen het basisvoedsel en deze groente verdiende dan ook hun goddelijke verering.

Etnologische botanici stelden vast dat de Maya’s en de Azteken – de oerinwoners van Zuid-Amerika – de pompoen altijd samen met maïs en bonen verbouwden. Ook in andere regionen duikt dit combinatiepatroon op, waardoor specialisten van mening zijn dat de volkeren uit de pre-Columbiaanse tijd reeds intuïtief wisten hoe te voldoen aan de basisbehoeften van de menselijke voeding. Volgens de moderne voedingsleer verkrijgt men door de verbinding van verschillende koolhydraathoudende spijzen namelijk uitstekende plantaardige eiwitcombinaties.

Op de akkers van de Pawnees, een indianenvolk dat in het gebied van Kansas en Nebraska (V.S.) leefde, werden zeven soorten pompoenplanten verbouwd. Het zou de verdienste van de Pawneevrouwen zijn - die bekend stonden als bekwame tuiniersters - dat de pompoen zich van wilde plant tot cultuurplant heeft ontwikkeld.

Net zoals de tomaat en de aardappel heeft de pompoen zijn weg naar Europa gevonden. De Grieken en de Romeinen verwerkten pompoenzaden in amandelolie voor huidverzorging. Vanaf 1550 staat de reuzenpompoen (Cucurbita maxima) vermeld in de plantkundeboeken. In het 16de- en 17de-eeuwse Europa prijken pompoenen in stillevens van de Vlaamse schildersschool.
 

Oranje goud


Pompoenen leveren met 10 kcal per 100 g weinig energie maar hun vezels en zetmeelgehalte brengen een goed verzadigingsgevoel teweeg, wat voor zwaarlijvige mensen op dieet erg welkom is.

Hun voornaamste pluspunt is het gehalte aan bètacaroteen (provitamine A). Met 2 mg per 100 g is pompoen na wortels en spinazie de caroteenkampioen: 200 g pompoen levert reeds de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid caroteen. De felst gekleurde diep-oranje soorten zijn de rijkste caroteenbronnen. Gezien provitamine A een belangrijke rol speelt bij het neutraliseren van vrije radicalen is ze van groot belang voor het immuunstelsel.

Verder zijn nog de vitamines E, C en die van het B-complex vertegenwoordigd. Wat mineralen en spoorelementen betreft, komt kalium op kop met 323 mg/100 g vruchtvlees. Verder zijn nog calcium, magnesium, ijzer, fosfor en silicium aanwezig.

Aan te stippen valt dat pompoen nitraat-arm is en geen purine bevat.

Pompoen bevat 80-90% water, wat samen met de ideale natrium-kalium verhouding van deze groente een waterafdrijvend middel vormt met ontzurend karakter. Goed nieuws dus voor jicht- en reumapatiënten. Ook bij nier- en hartkwalen die gepaard gaan met waterophoping kan pompoen in de voeding goede diensten bewijzen.

Pompoenpitten


Pompoenpitten zijn in de volksgeneeskunde een eeuwenoud middeltje tegen blaas- en nierklachten en tegen goedaardige prostaatproblemen. Reeds in het oude China noemde men de pompoen de “keizer van de tuin”. De fascinerende werking van zijn zaden berust op het samenspel van waardevolle nutriënten. Fytosterolen en alkaloïden helpen bij prostaatvergroting; kalium en vitamine E versterken de blaasspieren; selenium zorgt bij sporters voor celbescherming bij intensieve belasting; zink versterkt het immuunsysteem en het vitamine B-complex zorgt voor een probleemloze stofwisseling. Bovendien zijn pompoenpitten een efficiënt middel tegen darmparasieten.

Pompoenpitolie is zeer aromatisch, dik en bruin, en het is even wennen aan haar sterke smaak. Ze wordt verkocht in donkerkleurige glazen flessen of blikken bussen van hoogstens een halve liter. De olie moet beschermd worden tegen het licht opdat ze niet ranzig zou worden. Op de lijst van olieën staat ze hoog gerangschikt met 64% onverzadigde vetzuren, waarvan 28% enkelvoudige en 53% meervoudige. Pompoenpitolie bevat het kankerremmende mineraal selenium, wat niet direct synoniem is voor “genezing” maar voor “vertraging” of eventuele preventieve bescherming. Ze wordt eveneens aangeraden ter versterking van het spier- en bindweefsel omdat ze magnesium en vitamine E bevat. Uitwendig gebruikt verzacht ze brandwonden.
 

Folklore


Op de vooravond van Allerheiligen wordt in Groot-Brittannië en in de Verenigde Staten een feest van Iers-Keltische oorsprong gevierd: Halloween. Van uitgeholde pompoenen worden met wat snijwerk een soort lantarens gemaakt waarin men kaarsen laat branden. De lampions sieren tuinen en vensterbanken. Kinderen verkleden zich in heksen, tovenaars, spookjes en roepen “trick or treat!” aan alle deuren. Ook bij ons is het gekend.

Naast Halloween komt in de V.S. de pompoen ook voor op Thanksgiving, op de vierde donderdag van november. De laatste jaren zijn door de groeiende belangstelling voor vegetarisme talrijke alternatieven voor de gevulde kalkoen in tijdschriften en kookboeken te vinden (onder meer de befaamde Tofurkey of kalkoen – turkey – van tofu!). De traditionele pompoengerechten (zout en zoet) blijven hun traditionele plaats in het menu behouden.

Pompoenen kweken, oogsten en bewaren

De pompoenfamilie omvat zoveel soorten, verschillend in vorm, grootte, kleur en gebruiksmogelijkheden, dat het kiezen van het zaad de moeilijkste opgave is. Bij de pompoenen (Cucurbita maxima en Cucurbita moschata) bestaan verschillende rassen: gele reuzen, Golden Debut, Butterball, Lunga di Napoli, Ponca, Gold Nugget, Table King… Bij de courgettes (Cucurbita pepo of mergpompoen) vinden we onder meer de rassen Elite Blackini, Kussa, Clarita, Tondo di Piacenza, Greyzini, Eldorado, Gold Rush en de spaghettipompoen. Onder de pattisons met hun merkwaardige ronde vorm, lichtjes afgeplat met gelobde randen, onderscheiden we Patty Pan, White Bush, Peter Pan, Custard Yellow, en Sunburst.

Het kweken van pompoenen is niet arbeidsintensief – een echte vrijetijdshobby. Wie geen tuin bezit kan kleinere soorten houden in bloempotten of -bakken. De grotere exemplaren vragen wat meer ruimte voor hun rankende takken. Het liefst groeit pompoen op humusrijke grond - vandaar dat een plant soms spontaan opduikt op een composthoop uit een gekiemd zaadje. Hoewel hij afkomstig is uit regionen met tropische temperaturen, gedijt hij goed in onze Midden-Europese zomer. Het is een plant met een enorm aanpassingsvermogen. Op een zonnige plek met een buurplant die hem af en toe wat schaduw verschaft is hij best tevreden. De groei van pompoenen wordt zelfs nog bevorderd als ze allemaal samen in een bed staan.

Bij de grote exemplaren is het nuttig een vlakke steen, tegel of plankje onder de zware vrucht te leggen om ze tegen het rotten op de natte aarde te beschermen. Pompoenen zijn vorstgevoelig. Wees niet verwonderd slakken rond je pompoenen te vinden, want die trekken ze aan. In droge periodes veel water geven.

Pompoenen oogsten doet men het best als ze volledig rijp zijn - dus als de stengel houtachtig is geworden en de vrucht een hol geluid voortbrengt wanneer men erop tikt. Je bewaart de groente bij voorkeur in een koude, droge ruimte (10-13°) - een vochtige kelder is niet geschikt. De bewaarperiode verschilt volgens de soort, maar de reuze-tuinpompoen kan men toch houden tot de eerste vorst dreigt. Wie een eerste poging wil wagen, vindt specifieke aanwijzingen op de zaadzakjes in de handel.
 

Culinair


En nu is het de hoogste tijd om de pompoenen de keuken binnen te rollen. Pompoen op het menu is geen garantie voor een smakelijke maaltijd als je niet een beetje thuis bent in de kruidenkeuken. Op zich is het vruchtvlees flets, zowel rauw als warm bereid. Geraspte pompoen als deel van een rauwkostschotel kan met om het even welk sausje op smaak gebracht worden. Bij de warme bereidingen heeft men de keuze tussen een Aziatisch (koriander, piment, kardemom, gember, kerrie) of een Europees (muskaatnoot, oregano, paprika, knoflook, kaneel, kruidnagel, peper) kruidenarsenaal. In een ideale mix domineert het ene kruid het andere niet. Blijf er uiteraard vooral op letten dat het gerecht nog naar pompoen smaakt!

 

27 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Fjak@

↑ Terug naar de berichten