Zalig zij


Zaligspreking van een bejaarde
Zalig zij, die begrijpen
Dat ik niet meer zo vlug kan stappen
En dat mijn handen beven.
Zalig zij die weten
Dat ik vandaag meer moeite heb
Om te horen en dat mijn ogen
niet zo goed meer zien.
Zalig zij die aanvaarden
dat mijn geest wat meer tijd nodig heeft
om te begrijpen.
Zalig zij die doen
alsof ze niet zien
wanneer ik aan tafel zit te morsen.
Zalig zij die glimlachend
even blijven staan voor een praatje
en me rustig laten vertellen
over de schone tijd van vroeger.
Zalig zij, die nooit zeggen:
”t is al de derde keer dat je
hetzelfde vertelt”.
Zalig zij,
die van mij een beetje blijven houden en
mijn laatste jaren verzachten.
(uit/ samen mens zijn.)


















