verstandig spelen


A is een aapje,dat eet uit zijn poot,
B is een bakker, die bakt voor ons brood,
C is een cactus, die eet chocolaat,
D is een dame, die danst op straat
E is een ezel, die eet op het land,
F is een freule met fruit in de hand,
G is een geitje en Gerda is er bij;
H is een hondje met een haantje aan zijn zij.
I is een inktpot, waar Ivo een uit schreef,
J is een jasje dat Jacob eens kreeg
K is een koopman, die koffie verkoopt,
L is een luiaard, die meer slaapt dan loopt.
M is een molen, die draait door de wind,
N is een naaister, die naait voor haar kind,
O is een otter, die zwemt in het meer
P is een papegaai, die pikt in een peer,
R is een rover, die radijzen steelt,
S is een schuitje, waar steven mee speelt,
T is een trommel, die moeder mij schonk,
U is een uiltje, dat huist in een tronk.
V is een visser, die vaart op een schuit,
W is een wagen, daar rijd ik mee uit,
IJ is een ijsbeer, die blank is van vel
Z is een zeeman, die zegt u vaarwel
uit: het Vlaams verzenboek

























