Tellen


Eén stoot met zijn teen,
twee vaart met zijn slee,
drie duwt met zijn knie,
vier ging naar Lier,
vijf snijdt een schijf,
zes, olie in de fles,
zeven verloor zijn leven,
acht heeft gepacht,
negen kwam me tegen,
tien heeft mij gezien,
elf klimt op de schelft,
twaalf drinkt als een kalf.
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven,
meisje waar ben jij zolang gebleven?
Hier en daar.
Je weet niet waar.
Ik geloof bij de vrouw van de molenaar.




















