IJsheiligen


IJsheiligen (11 - 12 - 13 - 14 mei)
De drij santen van de koude
tweejonge en ene oude,
gingen tezamen door het land,
elk met koud goeds al in de hand.
De ene met een balleken sneeuw,
den tweeden met een kegelken ijs,
den derde die was grijs en wijs,
en droeg niemandalle, dalle
geen kegels en geen sneeuwballen.
Sante, sante mee de krone,
maakt ons rap het weder schone.
Den eerste zei: "k Zal d'eerste zegenen,"
en hij die deed het regenen, regenen.
Den tweede zei:"Beniest, 'k ga niezen"
en hij deed het vriezen, vriezen.
De derde, di zei niemandalle
en hij was het braafst van allen.
Sante, Sante mee de krone
maakt ons rap het weder schone.
En ze kwamen langs Fiel Ariaan,
zijn schone doeninge gedaan,
hij tapte hulder daar bier van 't vat,
en alle drij zij werden zat,
en daarna zijn ze voldaan
weerom naar 't hemelrijk gegaan.
Sante Sante mee de krone,
maak ons rap het weder schone.





%20Margreet%20Zw.%20.jpg)














