Poes overleeft vijftig kogels

Poes overleeft vijftig kogels
Vijftig kogels in je lijf en nog niet dood: het tweejarige katje Rosie uit het Britse Guisborough moet wel een heel speciale engelbewaarder hebben.
De ellende begon toen enkele leeghoofden er niets beters op vonden dan het weerloze diertje te martelen met een luchtgeweer. "Zoiets heb ik nog nooit gezien", aldus baasje Tracey Homan. "Ze was helemaal onder het bloed en sleepte haar achterste pootjes over de vloer. Van de vijftig kogels wist de dierenarts er twintig uit haar lichaam te halen, de rest zit er nog altijd in. En dat voor de rest van haar leven. Ik ben zo kwaad, ik kan er gewoon niet bij dat iemand een dier zo wreed kan behandelen."
Onderzoek gestart
De politie is intussen een onderzoek gestart. "Als dit het werk was geweest van een kat of een hond had ik er nog mee kunnen leven. Maar dat een mens zoiets doet, en dan nog in deze buurt? Onvoorstelbaar", raast Tracey verder.
De dierenarts in kwestie heeft er goede hoop op dat Rosie volledig zal herstellen. "Ik ben nog maar een jaar bezig, maar dit is de eerste keer dat ik met een neergeschoten kat te maken kreeg", aldus Clare Turner. "Vijftig schotwondes is een hele hoop, ze mag zich gelukkig prijzen dat ze er nog is." (svm)
bron; demorgen.be









Mien Ruys was een internationaal gerenommeerde tuinarchitecte die zelfs in eigen land tenvolle werd geapprecieerd. Ook haar vader was overigens een bekend tuinier. Hij lanceerde bij onze noorderburen als eerste het concept van de borders. In 1973 schreef Mien Ruys een boek waarin niet zozeer de ordening van de planten in de tuinen de aandacht voor zich opeisten, maar wel de tuinplanten zelf. Het werd een gigantisch succes en Mien Ruys paste haar ideeën ook zelf toe in haar eigen tuin, waar ze in 1925 aan begon en die ze steeds verder uitbreidde. Verwacht u hier dus niet aan een strak geplande opbouw, wel aan een ongedwongen feest van kleuren en vormen. In feite is het een opeenvolging van 28 proeftuinen waarin Mien experimenteerde en alle combinaties en materialen uitprobeerde. Ze geven als het ware een chronologisch overzicht van de tuinarchitectuur van de 20ste eeuw, gecombineerd met de evolutie die Mien Ruys zelf onderging. De nieuwste tuinen worden nog voortdurend verder ontwikkeld, de oudere worden bewaard zoals vroeger. De verwilderingstuin is de oudste, maar ook de oude proeftuin met de grote border, de watertuin met stapelmuurtjes of de verdiepte tuin met spoorbielzen zijn interessante klassiekers. 











