De oehoe is hier inheems maar misschien ook wel niet
door Rob Berends
.
Reuzenuil oehoe. foto Gejo Wassink
Jonge oehoes, mannetje en vrouwtje. foto's Oehoe Werkgroep Nederland ;Gejo Wassink met een jonge oehoe.
Jonge oehoes, mannetje en vrouwtje. foto's Oehoe Werkgroep Nederland ;Gejo Wassink met een jonge oehoe.
Gejo Wassink, dé oehoedeskundige van Nederland, kan geen Harry Potterfan zijn. De populariteit van de tovenaarsleerling leidde in Nederland tot een veel grotere belangstelling voor uilen, de favoriete postbodes van de tovenaars uit de films. Het aantal uilen dat particulieren kopen, is sterk gegroeid.
Wassink: "Maar op een gegeven moment is de lol eraf en vaak ontsnappen dergelijke uilen. Tamme oehoes die in het wild rondvliegen, gedragen zich heel vreemd. In Eindhoven zit een oehoe die doet alsof de stad zijn territorium is. Hij gaat op balkons zitten als hij verliefd is en maakt kabaal. Helaas kun je via internet gewoon oehoes kopen voor een euro of vijfhonderd. Het is ook heel makkelijk om de officiële regels te omzeilen. Ik hoop dat de Europese wetgeving hierover scherper wordt."
Wassink, die spreekt namens de pas opgerichte Stichting Oehoewerkgroep Nederland, zou graag zien dat de majestueuze vogels met spanwijdtes rond 1,60 meter, meer in Nederland voorkomen. Maar dan wel op een natuurlijke manier en niet als ontsnapt huisdier.
Of de oehoe een echt inheemse vogel is voor Nederland, is moeilijk te zeggen. De soort is de afgelopen eeuwen af en toe in Nederland waargenomen. Uit opgravingen is gebleken dat ze in de prehistorie al wel in Nederland voorkwamen, en ook in de Romeinse tijd en de middeleeuwen.
Maar lange tijd waren ze daarna afwezig in Nederland. In 1997 werd voor het eerst sinds lange tijd weer een broedend paartje aangetroffen, in Limburg. Wassink was toen nog geen oehoedeskundige en werd dat bij toeval. Hij was actief in de roofvogelwereld en werd door een vriend gewezen op een groot uilennest, ergens in de Achterhoek. Toen hij ter plekke ging kijken, ontdekte hij dat de bewoners geen ransuilen waren zoals werd aangenomen, maar oehoes. Sindsdien houdt Wassink zich bijna elke dag wel met de oehoe bezig.
Eigenlijk is Nederland geen land voor oehoes. De vogel is een bergbewoner en gedijt het beste in gebieden met steile berghellingen. Duitsland telde nog niet zolang geleden alleen maar oehoes in bergachtige streken, nadat de soort door de mens zo goed als uitgeroeid was. Maar het tij keerde en de Duitsers startten daarna een herintroductieprogramma. Oehoes werden grootgebracht in grote volières en in het wild uitgezet. Sindsdien blijken ze zich wonderwel te handhaven, ook in vlakke gebieden in Duitsland. De oehoes die in Nederland gezien worden, komen waarschijnlijk zonder uitzondering uit Duitsland.
Of het dier zich in Nederland net zo makkelijk aanpast, is maar de vraag. In Duitsland hebben de vogels een voorkeur voor steen- en zandgroeves, die er in Nederland amper zijn. Daarnaast gedijen ze goed in gebieden waar graan verbouwd wordt. Graan trekt houtduiven aan, het favoriete voedsel van de oehoe. Nederland heeft veel minder graanvelden dan Duitsland.
"We hebben nog een ander probleem. Oehoes eten graag ratten. Maar in Nederland vergiftigen veel boeren ratten op hun bedrijf. Niets vreemds, want ratten kunnen ziektes overbrengen. Een oehoe die een vergiftigde rat eet, kan niet veel gebeuren. En twee kan hij misschien ook wel hebben. Maar als het meer wordt, kan hij eraan doodgaan."
Als de oehoe op wat grotere schaal in Nederland terugkeert, wil Wassink waken voor kamsalamanderachtige taferelen. "Het laatste wat ik wil, zijn krantenkoppen als 'Oehoe houdt industrieterrein tegen'. Dat vind ik zulke slechte reclame. Een oehoe zit graag in de buurt van industrie. Maar als hij daar ontwikkelingen blokkeert, hang ik het liefst nestkisten wat verderop neer, om hem daarheen te lokken. Industrie blij, natuurbeschermer blij, oehoe blij."
Wassink en andere oehoe-enthousiastelingen hebben in de afgelopen jaren jonge oehoes uitgerust met zendertjes. Via gps zijn de vogels te volgen. Op dit moment vliegen er drie oehoes rond met een satellietzender op de rug. Belangrijkste vraag is: hoe verspreiden ze zich. Gaan ze op zoek naar zandgroeves of passen ze zich aan? Blijven ze in gebieden met hellingen of zoeken ze een plek in de periferie van de stad?"
Hoewel het nog wachten is op de uitkomsten van het onderzoek, verwacht Wassink uiteindelijk wel dat de uilen in Nederland terugkeren, vooral in de grensstreek. "Als je me vraagt in de toekomst te kijken, zeg ik dat er over 25 jaar zomaar dertig paartjes oehoes in Nederland kunnen zitten: tien in Limburg, tien in Brabant en Gelderland, een aantal in Twente. Dat zou moeten kunnen."
Op dit moment telt Nederland al zeven territoria.
- De jonge oehoes met zender zijn te volgen op http://oehoe.web-log.nl.
bron; gelderlander.nl