Naar de inhoud

HUISMUSJE'S NESTJE

HIER LEG IK MIJN EI!
akke.beakke.be

64hy5v.jpg

Archief

HARD LABEUR

massage5wz3.jpg

Vandaag was het grote opknapbeurt.
Niet in het huishouden, maar de persoonlijke opknapbeurt.
Vrouwen weten waarom!

Ik ben daar niet zo fanatiek in, zou het liever niet doen, maar nood breekt wet zei de zeerover, en hij hakte erop los.
Zo ik ook dus.
Alle overtollige haartjes moeten eraan geloven.
Met het ouder worden zijn ze wat minder talrijk gaan verschijnen.
Maar ze schijnen ook vreemdere plaatsen op te zoeken.
Dus met die zoektocht ben ik al vlug een halfuurtje zoet.

Dan een lekker oliebadje.
Ik heb ooit in Groningen, toen knuffel daar nog woonde, in een reform winkel een flesje gekocht.
Onbekend merk, zelfs niet meer te verkrijgen, en dat is vreselijk jammer, want het is echt een weldaad voor je lichaam.
En het geurt…..man man man…. wat een heerlijke geur!
Een fraai zicht is het evenwel niet, want het lijkt of het het diepste van vuil uit je poriën trekt, en het badwater krijgt dan ook een vaal grijs kleurtje.
Verbeeld je daarbij het groene smeersel op mijn façade, en je zult begrijpen dat ik dit alles liever doe wanneer mijn allerliefste niet thuis is.

Na de grondige reinigingsbeurt is het tijd voor de opbouwwerken.
Een zachte bodylotion natuurlijk, ééntje die mij een fluwelenzachte huid belooft.
Een dagcrème die binnen de drie weken alle rimpels wegneemt, doch ik schijn rimpels te hebben met een uitgesproken vechtlustig karakter.
Kan ik natuurlijk het potje niet verwijten.

We zakken stelselmatig naar lagere regionen, en komen aan bij de voeten.
Als een volleerde pedicure ga ik aan de slag met eeltmesje, puimsteentje, nagelknipper etc., om te eindigen met een voetbalsem.
Deze beloofd je een vlinderlichte tred, en een gevoel dat je zwevend door het leven stapt.
En ik moet toegeven dat, wanneer ik mijn voeten neerzet op de tegels van de badkamer, ik met gemak in een spagaathouding kom.
Om weer vederlicht recht te komen evenwel, heb ik nog geen potje

Mijn kat die het allemaal ietwat van op afstand bekijkt, doet uiteindellijk met me mee, en begint zich uitgebreid te wassen.
En ik bedenk me even, terwijl ik mijn teennagels lak, dat hij het zoveel makkelijker heeft.
Dat ik nu op dit moment graag een kat zou zijn.

Ten eerste ben ik jaloers op zijn flexibiliteit.
Hij moet geen pilletje tegen de rugpijn wegens het stramme lijf in onnatuurlijke bochten te hebben gewrongen.
Zonder moeite kan hij tot bij de kleinste plekjes.
Je likt je haren weg, je vreet wat kattengras, je braakt je haarbal uit, het liefst op die zachte tapijt, en klaar is kees.
Geen talloze potjes dure creme!

Ik eindig met een manicure en een handlotion.
Straks de vingernagels nog lakken, maar eerst de rommel opruimen voor knuffel thuiskomt.
Want van sommige dingen heb ik graag de illusie dat ze geheim blijven.

Wanneer ik zo het ganse assortiment verzorgingsproducten bekijk, bedenk ik mij dat ze in de loop der jaren tamelijk uitgebreider zijn geworden.
Van de light youth producten, naar de harde middelen, het is een groot verschil op je plank, om maar niet te spreken over de hap uit je budget.
Ik hoop dan ook dat een vrouwelijke minister mijn probleem gaat ter harte nemen, en het pensioen drastisch gaat verhogen.

Maar voor nu ben ik weeral klaar.
En wanneer knuffel straks thuiskomt, en hij bij de eerste blik op mij niet het verschil ziet…..
dan is hij verdorie nog niet aan de nief patatten…….hij weze gewaarschuwd!

pagina19imgobj4nj5.jpg

4 reacties Reageer op dit bericht

DE VRIENDENDIENST

vriendendienstfo0.jpg

Een vriendendienst?.....Ja ja!
Ik ben er nog steeds niet uit of ik dankbaar moet zijn, voor de vriendendienst die mij, nu zo’n 25 jaar geleden, werd bewezen.

Met een toenmalige vriendin, beide bezig aan onze tweede jeugd, ga ik zo om de paar weken een avondje stappen.
Ik ben noodgedwongen een alleenstaande moeder van twee kinderen, en werk me te pletter om het huishouden draaiende te houden.
Vaag denk ik bij mezelf dat het met een man in huis zo veel makkelijker zou zijn, dat de kinderen misschien een “vader” missen, (iets wat achteraf, zo blijkt, helemaal niet het geval is geweest!.... Gelukkig!).
Dat we zoveel meer zouden kunnen verwezenlijken met z’n tweeën.
Trouwens, ik krijg nood aan affectie en liefde, aan genegenheid, aan troost en steun.
En laat ik nu op één van die uitstapjes een man ontmoeten!

Hij is razend knap, donkere haren, koolzwarte ogen, en wat belangrijk is voor mij, hij heeft mooie onderarmen en handen.
Wat zo nòg belangrijker is, hij is langer dan ik.
Iets dat helemaal niet zo evident is voor de mannen van mijn generatie.
Met mijn 1,75m lengte, (ondertussen 2cm gekrompen, helaas enkel in de lengte) lopend op naaldhakken van minstens 5cm hoog, steek ik ver boven de gemiddelde man uit.
Het maakt dat ik menige uitnodiging om een slow te dansen afsla.
Maar niet met deze man!
Zijn naam is Bruno, hij is architect bij “Bruggen en wegenbouw”, en hij is Fransman.
Dat laatste is een beetje een tegenvaller, want hij spreekt maar een mondjevol nederlands, en ik maar een mondjevol frans.
Evenwel, na du pain, du boursin, du vin… beaucoup du vin!.... verstaan we elkaar prima…..! A-hum A-hum, als u begrijpt wat ik bedoel!

Mijn hartsvriendin, die weliswaar gelukkig getrouwd is doch de belofte van trouw niet fanatiek in acht neemt, is razend jaloers.
Zij had hem immers eerst gezien, had haar oog al op hem laten vallen, en etaleerde dan ook ten volle haar verleidingskunst.
Helaas voor haar, Bruno houdt niet van opdringerige vrouwen, houdt niet van fuifnummers, en heeft enkel oog voor mij.

Vier maanden duurt onze relatie al, en we maken reeds plannen voor de toekomst.
Bruno heeft een jaarcontract in België, nadien gaat hij weer naar zijn thuisland, om dan opnieuw te worden uitgezonden naar weer een ander land.
”Of ik met hem meewil gaan?”
Ik twijfel, ben gehecht aan mijn stekje, en moet daarbij ook aan de kinderen denken.
De kinderen kennen hem nog niet, ik stel de ontmoeting telkens weer uit, waarom weet ik niet.
En dan komt de cruciale vraag waar ik waarschijnlijk zat op te wachten, “wil je met me trouwen?”
Het zou het achterlaten van de thuishaven veel makkelijker maken, het zou mij en de kinderen zekerheid bieden in de vreemden.

Ik vertel alles aan mijn beste vriendin, want dat doen vriendinnen nou éénmaal.
Even blijft ze stil…..! En dan vraagt ze me of ik zeker ben van zijn trouw?
”Waarom zou ik niet?”, vraag ik haar op mijn beurt, ietwat beduusd door haar vraag.
”Wel”, zegt ze me, “hij is een razend knappe man, verdiend goed geld, en jij bent tenslotte nou niet meteen een filmster he!”
”Komt bij dat je twee kinderen ten laste hebt, en dat je op materialistisch gebied niet veel te bieden hebt.”
”Je bent ‘maar’ een serveuse hè!”
”En ik durf wedden dat wanneer ik het wil, hij met me het bed induikt:”
Uren later zat ik nog steeds perplex te wezen door haar uitspraken.
Maar ik zette het van mij af, ik was gelukkig met Bruno, had geen reden om aan zijn trouw en eerlijkheid te twijfelen.
En stilaan begin ik te wennen aan het idee, om met deze man een nieuwe toekomst te bouwen.
Tot op een dag…..!

Ik krijg telefoon, het is mijn hartsvriendin.
Haar stem klinkt triomfantelijk.
”Ik heb gisteravond met “jou” Bruno een fantastische neukpartij gehad”, zo laat ze me weten.
”Heb het enkel gedaan voor jou, opdat je niet met je ogen open in je ongeluk zou stappen”.
”Beschouw het maar als een vriendendienst, want voor mij betekent hij niets.”
Neen, voor haar betekende een neukpartij met hèm niets, net zomin als met zoveel anderen, haar man incluis, maar voor mij stortte de wereld in.
Bruno ontkende de beschuldiging, maar de twijfel in mijn hart was gezaaid.
Tenslotte had hij alles mee om de wereld en de vrouwen te veroveren, en ik, ik was maar een simpele vrouw, niet eens erg knap.
Mijn zelfvertrouwen stond al op een laag pitje, en nu zat het helemaal aan de grond.
”Wat was ik blij dat mijn kinderen hem nooit hadden ontmoet”, dacht ik tussen twee huilbuien door.

We zagen elkaar steeds minder en minder, en hoewel Bruno me nog enkele keren heeft gevraagd om met hem verder te gaan, heb ik de relatie laten doodbloeden.
Ik heb nooit geweten wie van de twee de waarheid sprak, Bruno die ontkende in alle toonaarden, of mijn vriendin die pochte over haar verleidingskunsten met hem.
En tot op de dag van vandaag twijfel ik nog steeds aan haar motivatie voor deze “vriendendienst”.

3 reacties Reageer op dit bericht

WAT ETEN WE VANAVOND,SCHAT?

koelvriezer01pi5.gif

Deze week, hebben mijn allerliefste en ik, het noodlot getart.
Niet dat we kippenvel brengende stunts hebben uitgehaald.
Nee, we hebben veeleer een moordaanslag op onze ingewanden gepleegt.

Mijn diepvries moet hoogdringend ontdooit worden.
Ook al omdat (iemand?)de deur niet goed heeft gesloten, en zodoende er evenveel ijs aan de buitenkant van de laden zat, dan aan de binnenkant.
Wie aan dit feit schuldig is, zal voor altijd een raadsel blijven.
We zijn maar met z’n twee, maar IK was het niet, en HIJ ook niet! We moesten dus de vriezer leeg eten.
Makkelijker gezegd dan gedaan, zo merkten we al vlug.

Bij de aanvang van de opgave, gaat alles nog redelijk.
Soep gaat er altijd in, iets minder goed bij 30°, maar we klagen niet.
Na de soep zijn de combinatie’s ook nog doenbaar.
Spinazie en bloemkool gaat vrij goed samen.
Prei met kaaskroketten... ook nog doenbaar.
Maar dan komt het!

Frieten met een kerriesaus waar ui en champions doorheen zitten…..
Puree met een gemengd sausje van tomaten en saté saus, en spekblokjes.
Kalkoen rolade met spaghettisaus en deegwaren.
Dit om jullie een idee te geven van wat wij deze week al gegeten hebben.

Hoewel ik steeds een gezonde pot op tafel tracht te zetten, dit om ook een beetje aan de reeds zo geteisterde lijn te denken, deze week lukte mij dat niet.
Ook al omdat ik niets extra wou aankopen, vermits ik op het einde van de week naar NL vertrek.
Met al die vreemde combinatie’s vreesde ik toch om aan te komen.
Sauzen zijn boosdoeners, zo weet iedere vrouw.
Maar eender moet ik vrezen dat tegen zondag mijn twaalf rollen toiletpapier op zijn.

En nu zit ik echt met mijn handen in mijn haar!
Want hier laat mijn kookfantasie me in de steek.
Daarstraks opperde ik even om het resterende dat nog in de vriezer zat, om dat maar weg te kieperen, maar dat was buiten mijn hollandse zuinige allerliefste gerekend.
Wat heb ik nog over?
  1. Gesneden groene paprika
  2. twee rode pepertjes
  3. Een pak zuurkool
  4. Een pak bladerdeeg
  5. Pitabroodjes
  6. Een kliek aardappelen
  7. Een krentenbrood
Dat moet ik dus nog allemaal opmaken voor zaterdag avond!

WIE EEN SUGESTIE HEEFT..... PLEASE PLEASE DO!!!
6 reacties Reageer op dit bericht

DE TREIN

"Neem eens wat vaker de trein"
Dat is de slogan van onze NMBS.

Maar diegene die noodgedwongen elke dag de trein moeten nemen om naar hun werk te sporen, denken er wellicht anders over.
Voor hen is het immers elke dag dezelfde doffe ellende.
Overvolle treinen, maar vooral treinen die maar niet op tijd schijnen te kunnen komen.
Wat men deze  mensen ook maar mag  wijsmaken  over de reden van het te laat zijn der treinen.....Het zijn allemaal smoesjes.
Hieronder ziet u de werkelijke reden waarom u steeds op uw trein moet wachten.

dyn001original400309pjpeg8616c0c81df60a1d3f0402cbf721qg4.jpg



 


2 reacties Reageer op dit bericht

EEN STR**NTVERHAAL

Uit het dagboek van een moeder;
Een str**ntverhaal

showimageasprg3.jpg


Dat kinderen opvoeden geen sinecure is, dat weten alle moeders.
Zoveel kinderen, zoveel karakters.
En een handleiding krijg je bij de geboorte niet bijgeleverd.
Dus is het zoeken en aftasten.
Dat was het zeker voor mij, vermits ik nu niet bepaald een stichtend voorbeeld had gehad.
En dat je dan flaters slaat is vrijwel onoverkomelijk.
Gelukkig hadden mijn flaters geen nare gevolgen, maar een anekdote zijn ze wel waard.

Toen zoonlief nog in de luiers lag, had ik zo de gewoonte om telkens wanneer hij gepoept had, te zeggen “Ah ba, kaka”
Zonder nadenken natuurlijk, en op een liefelijke toon.
Toen kwam de dag dat hij op het potje ging.
Hij zat graag op het potje, en ik had steeds moeite om hem eraf te krijgen.
Zijn potje was zijn troon.
Wat was dan het probleem hoor ik jullie vragen……? Wel…..

Telkens hij van zijn potje kwam, en hij de inhoud bekeek, begon hij steeds onbedaarlijk te huilen als hij zijn poepje zag liggen.
Echte snikken deed hij, en ik had de grootste moeite om hem te kalmeren.
Tussen twee snikken door zei hij dan steeds “Ah ba kaka”, wees naar het potje, en stopte zijn snoetje diep in mijn rokken.
Ik stond voor een kompleet raadsel.
Wat ik ook deed of zei, het was steeds hetzelfde scenario.

Gelukkig krijgen moeders al eens een slimme ingeving, zo ook ik.
Het begon bij mij te dagen dat zoonlief vies was van zijn poepje.
Dat hij het verschrikkelijk vond dat zoiets uit hem kwam.
En als oplossing om hem minder vies te maken, begon ik zijn hoopje steeds op te hemelen.
”Oh, hoe mooi” en nog wat van dat kinderlijks.
Ik legde hem uit, zo goed en zo kwaad als je dat bij een kind van twee kan, dat zijn ‘kaka’ frietjes waren geweest.
Dat het dat lekkere koekje van daarstraks was, en nog zo van die dingen.
En stilaan haalde ik resultaat, al was het van mijn kant pure improvisatie.
Het was zoals ik al zei, aftasten en zoeken.
Een sprong in het ongewisse, een pure gok.
Maar het hielp.
Zoonlief ging op het potje, en het eindigde niet meer met een hysterische huilbui.

Op een dag zat hij weer op zijn potje, en daar profiteerde ik dan steeds van om even in de zetel te gaan zitten met een boek in m’n handen.
Wanneer ik lees ben ik steeds diep verzonken in het verhaal.
Ik had hem dus niet horen opstaan van zijn potje, tot hij voor me stond.
En trots als een pauw zei hij in zijn brabbeltaaltje “mama koekje?”
En petste daarbij midden op de bladzijde van mijn boek, een hoopje str**nt.
Met een glunderend gezichtje, een smile van oor tot oor.

Alles hing vol, mijn boek, zijn handjes, het potje en de vloer.
Probeer als moeder op dat moment je kind maar eens te prijzen!
Een, was en poetsbeurt later, besefte ik dat ik weer bij nul was aanbeland.
Dat ik hem weer diets moest maken dat het “Ah ba kaka was!”
Dat hij er niet met zijn handjes mocht inzitten.

Gelukkig is het bij die éne keer gebleven.
Al was lezen tijdens de “potjesmomenten” er voor deze mama niet meer bij voor enige tijd.
De oplossing was kinderklei.
Daar kon hij dan koekjes mee maken, en het poepje mocht het toilet in.
Er zijn zo van die probleempjes waar je als moeder komt voor te staan, en waar men je niet kan voor waarschuwen.
Gelukkig was dit probleempje vlug opgelost, en het enige dat we er aan overhielden was een vieze vlek in mijn boek, en een leuke anekdote.

5 reacties Reageer op dit bericht

DOKTER PEETERS

Uitzonderlijk dit schrijven op een zaterdag.
En een ode aan een, voor mij althans, groot man.
Omdat ik er ontsteld over ben, omdat ik er verdorie van heb wakker gelegen.
Wederom geen wereldnieuws, nee in feite dicht bij mijn bed.

Gisteren zat ik met een half oor en oog te luisteren en te kijken naar het nieuwsbulletin.
En opeens viel er in dat nieuws een voor mij bekende naam.
Dokter Raymond Peeters.
Naar het schijnt was de man al enkele weken aan het dolen langs de straten.
En gisteren had men hem teruggevonden.
Men liet ook weten dat de man al enkele jaren verslaafd was aan pillen en alcohol.
En dat nieuws ontstelde mij, want ik heb de man van heel dichtbij meegemaakt.

In 2003 moet ik onder het mes.
Drie dagen ziekenhuis werd me gezegd,maar…..
Alles dat kon mislopen, liep ook mis.
Een ziekenhuisbacterie!
Slechte doorbloeding door de aanwezigheid van littekens van vroegere operatie’s
Allergisch voor de hechtdraad, zo werd mij althans gezegd, al had ik dat bij vorige operatie’s nooit ondervonden.
En ik ben vaker aaneengenaaid dan Frankenstein himself.
Heb vaak willen vragen om maar gelijk een tirette (Rits) te plaatsen.

Enfin, resultaat van die operatie in 2003 was…, wat een fijn sneetje moest zijn werd een gat, zeg maar krater, waarbij je mijn darmen kon zien werken, door necrose.
Afgestorven zenuwen, en doorgesneden spieren tot gevolg
Twee keer heeft men mijn navel moeten herplaatsen.

Vier operatie’s en negen maanden later was het gat eindelijk dicht, en mijn buik een landkaart met bergen en dalen.
 En die vier operatie’s heeft Dr.Peeters op me uitgevoerd.
Hij heeft de blunder van een ander gecorrigeerd.
Elke week moest ik bij hem thuis op consultatie om het dode weefsel te laten weg te snijden, of om gebroken draad en niet verteerde draad, uit mijn wonde te halen.
Het was een hel, en op een gegeven moment was ik er zeker van dat ik zou sterven.
Maar Dr. Peeters pepte mij telkens weer op.
Vaak met een kwinkslag, maar ook met een uitleg in degelijke en verstaanbare taal voor leken zoals ik.
Dr. Peeters was een dokter voor het volk, zoals wij Antwerpenaren dat zo mooi zeggen.
Daarmee willen we zeggen dat hij, niettegenstaande zijn hoge intelligentie, evengoed kon praten met de man in de straat, als met hoogbegaafden.

Wanneer ik de verpleegsters van de thuiszorg hoorde praten over Dr. Peeters, waarvan ze nog les hadden gehad in wondverzorging, dan waren ze het er allen unaniem over eens, hij was uiterst streng, alles moest tot in de puntjes juist zijn, anders brulde hij hen de daver op het lijf.
Zo vertelde de ziekenhuisverpleging het ook, bij Dr. Peeters kon, mocht je geen steekje laten vallen.
Maar ik heb in het ziekenhuis ook patiënten van hem gesproken, en die waren het ook allemaal eens, Dr. Peeters was een lieve zorgzame dokter.
En vooral was hij een tovenaar met gouden handen.
Want zijn specialiteit was brandwonden.
Geen sinecure, maar zoals ik al zei, hij kon toveren.
Was ook hoofdarts op de brandwonden afdeling van het ‘Stuivenbergziekenhuis’
Het was zijn ziel en zijn leven.

Vaak hebben Wim en ik ons afgevraagd hoe de man dat helse ritme kon volhouden.
Elke dag van de vroege ochtend tot de avond opereren, en dan ’s avonds bij hem thuis nog consultatie houden.
Zeker weet ik het niet, maar ik geloof dat hij reeds voor de derde maal was gehuwd.
Zijn huidige vrouw is een stuk jonger dan hem, was een verpleegster op zijn afdeling, en hij heeft bij haar nog een dochtertje.
Hij liet ons eens weten dat hij slechts vier uur sliep, maar dat hij dan ook sliep als een dode.

En gisteren hoorde ik dus dat deze geniale chirurg, deze zeer begaafde dokter, maar o zo menselijk man, dat deze man het noorden kwijt is.
Dat pillen en drank hem hebben geveld.
En dat hield mij uit mijn slaap.
Want ik heb in mijn leven talloze dokters en chirurgen de revue zien passeren, maar niet één die een dergelijke indruk bij me heeft achtergelaten zoals Dr. Raymond Peeters.

Natuurlijk ken ik niet gans het plaatje, tot zijn naaste vriendenkring heb ik nooit behoord.
En er zullen waarschijnlijk talloze mensen en collega’s zijn die de man anders bekijken.
Maar waar ik stellig van overtuigd ben is dat ontelbare ex-patiënten, er dezelfde mening op nahouden dan ik.
Daarom hoop ik, voor zijn kinderen en zijn vrouwtje, maar in de eerste plaats voor zichzelf, dat hij terug op de goede weg komt.
Dat hij in alle rust kan genieten waar hij jaren keihard voor heeft gewerkt.
Zoals oa zijn prachtige Porsche, want hij houdt van snelle wagens.
Ik gun het hem van harte, en ik wens het hem toe met heel mijn hart.
Want hij verdiend het!!!

Zo, dat moest ik effe kwijt, want ik kreeg het verslag in het nieuwsbericht maar niet uit mijn hoofd.
Uitzonderlijk op een zaterdag, een dag waarop ik anders niet aan mijn blogjes werk.
Maar voor Dr. Raymond Peeters was elke dag, ook een werkdag, zelfs op zon en feestdagen stond hij aan je bed.
En omdat ik er heilig van overtuigd ben dat ik zonder hem nu geen blogje zou hebben.

7 reacties Reageer op dit bericht

HET GROENE BOEKJE

taaldi1uw6.jpg

Het meervoud van slot is sloten,
maar toch is het meervoud van pot geen poten.
Evenzo zegt men altijd: één vat en twee vaten,
maar zal men zeggen: één kat en twee katen?
Wie gisteren ging vliegen, zegt vandaag: ik vloog,
dus zegt u misschien van wiegen: ik woog.
Nee, pardon, want ik woog is afkomstig van wegen.
Maar... is nu ik voog een vervoeging van vegen?
En dan het woord zoeken vervoegt men: ik zocht
en dus hoort bij vloeken misschien ook: ik vlocht.
Alweer mis, want dat is afkomstig van vlechten,
maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten.
Bij roepen hoort riep, maar bij snoepen geen sniep.
Bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
En evenmin hoort bij slopen, ik sliep.
Want dat is afkomstig van het schone woord slapen.
Maar zet nu niet weer: ik riep bij het rapen.
Want dit komt van roepen en u ziet het terstond:
zo draaien we vrolijk in het kringetje rond.
Van raden komt ried, maar van baden geen bied.
Dit komt weer van bieden, ik hoop dat u het ziet.
Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood.
U ziet de verwarring is akelig groot.
Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven
want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven.
Men spreekt van: wij drinken, wij hebben gedronken,
maar niet van wij hinken, wij hebben gehonken.
't Is: ik weet en ik wist, zo vervoegt men dat.
Maar schrijft u niet bij vergeten, vergist.
Dat is een vergissing, ja moeilijk, dat is 't.
Het volgende geval, dat is bijna te bont,
bij slaan hoort, ik sloeg, niet ik sling of ik slond.
Bij gaan hoort: ik ging, niet ik gong of ik gond.
En noemt u een mannetjesrat soms een rater?
Dat gaat wel op bij een kat en een kater…

Snap jij het nog?

 

6 reacties Reageer op dit bericht

Meer van HUISMUSJE'S NESTJE

↑ Terug naar de berichten