bospad
de kiezelstenen schudden hun rug
bedauwd tussen de nevel
de zon wil de grijze opake lucht breken
ze klieven als luchtige spaander
een grote pad kruipt angstig weg
uit een donkere holte kruipt een regenworm
traag en kronkelend alsof
hij zich verloren voelt
buiten op de barre aarde
Uit een laag nest langs de heg
vliegt een lawaaierige merel
die een gevaarskreet uitstoot.
Wij meenden het bos muisstil
voelen ons ongenode gasten
bij deze dierenmanifestatie.
Bos is hun biotoop
wij de indringers en rustverstoorders
Zullen we rechtsomkeer maken ?
Wel nee, na onze doordacht
wordt alles weer natuurlijke orde.

