appelboom
van toen appelbomen
mijn zielsverwanten leken.?
bij de laagstam Borovicky vierde ik het feest
van licht en bloei
hun bloemblaadjes verwaaiden
als engelenveren in de wind
de rode astrakan was me deelgenoot
in schuld en schaamte
Wij bloosden met de dezelfde kleur
op onze wangen de warmte
de Signe Tillisch was de hofdame
die me afstandelijk bekeek
wanneer ik op haar takken klom
de uitkijkpost over de grote tuin.
Goudrenetten met hun gerimpeldee schil
de grootmoeders van de boomgaard
omarmde ik in het verhaal.
op een bank
onder de grote transparant de croncel
vond ik de slaap
in deze levende herinnering.
Ik danste speelde en lachte
huilde en stampvoette bij al deze bomen
als hun liefste appelvriendje.
Ingrid Lenaerts

