Donderdag 19 juli 2007
moeten
ik besmet met het moeten?
nee, daarvoor is mijn levensgang te traag
niets heeft zoveel pit als de vrucht van mijn pen
niets heeft zoveel pit als
de vrucht van mijn pen
soms geraakt men blind door de schittering van de eigen ogen
soms geraakt men blind door
de schittering van de eigen ogen
waarom takel ik voortdurend af en de vrouw van mijn dromen niet
waarom takel ik voortdurend af
en de vrouw van mijn dromen niet
mijn eerste zin was ta ta het is er sindsdien niet eenvoudiger op geworden
mijn eerste zin was ta ta
het is er sindsdien niet
eenvoudiger op geworden
de plank voor mijn kop wordt door de dood niet weggenomen
de plank voor mijn kop wordt
door de dood niet weggenomen
kiezen voor een geliefde is kiezen voor een lijdend voorwerp
kiezen voor een geliefde
is kiezen voor een lijdend voorwerp
ieder gedicht heeft zijn eigen gewicht, heeft een eigen gezicht, zo ook de mens
ieder gedicht heeft zijn eigen gewicht,
heeft een eigen gezicht,
zo ook de mens
de weg naar de liefde is een repeterende breuk
de weg naar de liefde
is een repeterende breuk
ik sprak met een dichter ik ben een illusie lichter
ik sprak met een dichter
ik ben een illusie lichter
het is niet zo dat ik word miskend, men kent mij niet
het is niet zo dat ik word miskend,
men kent mij niet
reflectie: een subjectieve sectie
reflectie:
een subjectieve sectie
niets spiegelt zo sterk als het eigen onvermogen
niets spiegelt zo sterk
als het eigen onvermogen
het volmaakte verdwijnt de wijsheid verschijnt
het volmaakte verdwijnt
de wijsheid verschijnt
ik ben de nietsnut tot nut van het algemeen
ik ben de nietsnut
tot nut van het algemeen
ik geloof in God Hij ook in mij
ik geloof in God
Hij ook in mij
icke kenne mieselfe in toekomende maete ende ontdeckte immer meer kaesegaete
icke kenne mieselfe in toekomende maete
ende ontdeckte immer meer kaesegaete
ik sterf aldoor aan de liefde en kom ter wereld door de dood heen
ik sterf aldoor aan de liefde
en kom ter wereld door
de dood heen
ik herken mijzelf in de ander de ander niet in mij
ik herken mijzelf in de ander
de ander niet in mij
de diepte van de ziel is een schaduwrijke bloem
de diepte van de ziel
is een schaduwrijke bloem