In Batavia (Djakarta).
Vanuit het ziekenhuis de schuilkelders in, toen de bergen in, hotel in en uit, van het ene overvolle huis naar het andere, vervolgens in vreselijke interneringskampen, daar ziekenafdeling in, ziekenafdeling uit, de boot op, de boot af.
Nu waren we dan in het rustiger Batavia in een soort beschermde wijk aan gekomen. Wij moesten beschermd worden tegen Indonesische vrijheidsstrijders - die achteraf heel begrijpelijk - voor hun eigen onafhankelijkheid streden.
Mijn moeder en 3 van haar kinderen werden eerst opgevangen in een wijkje waar ook voor eten gezorgd werd.
De organisatie hiervan was, evenals de reis uit Ambarawa, verzorgd door of namens het Roode Kruis.
Vervolgens verhuisden we - zonder bezittingen - naar een garage in de Banjoewangistraat in Batavia.
Die garage hoorde bij een huis waar een Nederlandse familie woonde. Wij mochten de garage met de daarbij behorende voorgalerij gebruiken. Mijn moeder kookte op een kooktoestel op de voorgalerij.
Later mocht zij met mij, het jongste kind, een kamer in het huis bewonen, en mocht zij ook gebruik maken van de badkamer.
Inmiddels had de oudste zoon Egon, 13 1/2 jaar oud, die uit het jongenskamp in de regio Bandoeng kwam, zich bij ons gevoegd. De 3 oudste kinderen Lottie, Egon en Bennie woonden dus in de garage. Egon, die moederziel alleen, een verschrikkelijke tijd had meegemaakt in het jongenskamp, had bij terugkomst, een emmertje met twee marmotjes bij zich.
Grappig dat je zoiets blijft onthouden.
Inmiddels moesten alle schoolplichtige kinderen weer naar school. In dit geval de Ursulinenschool in Batavia.
Hoe gaat het verder in Batavia? Waar we nog geruime tijd zouden verblijven, omdat er niet genoeg schepen waren om de circa 80.000 évacuees naar Nederland te transporteren.



















