Naar de inhoud

Oorlogskind op Java

Van Soebang tot Batavia 1942-1946.
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

De Sibajak



234880-9ffdd63a180727ffde85f225ab556775.jpg

234880-297120266fb5681a0e5ef7df0265084e.jpg

Het troepentransportschip de "Sibajak" bracht ons ondermeer naar Ataka in Egypte.
Daar gingen wij aan land en werd ons bij vertrek aldaar een verdere Goede Reis toegewenst.
Reageer op dit bericht Stuur door

Met de SIBAJAK naar Nederland

In mei 1946 kreeg mijn moeder van de autoriteiten het advies om koffers te gaan kopen voor onze schamele bezitttingen.  De reden was dat het vertrek uit Batavia en het vervoer naar Nederland er aan zat te komen. En zo vertrokken wij op 6 juni 1946 met z'n vijven naar de haven van Batavia. In het massagraf in  Javaanse bodem moesten wij onze vader achterlaten.


In de haven lag aangemeerd  de  SIBAJAK, een Nederlands passagiersschip dat tot troepentransportschip was omgebouwd.   Dit betekende dat er bijna geen scheepshutten aan boord waren voor de meer dan 1300 passagiers. Wel waren er zalen voor ongeveer 20 personen met hangmatten, waarin geslapen kon worden. Onder die hangmatten waren tafels aangebracht.
Zelf ben ik als 4-jarig kind een keer 's nachts uit zo'n hangmat gevallen op de stalen vloer. Er kwam geen dokter aan te pas. Wel een steward.  Die maakte een kast leeg, waarin de reddingsvesten waren opgeborgen. Vanaf toen moest ik in die kast slapen :!:
Lottie vierde - op 8 juni -  een paar dagen na ons vertrek uit Batavia haar 16e verjaardag aan boord van het schip.
Egon was op 7 juni 14 jaar geworden.
Op de Sibajak werd eveneens een grote groep jonge Hollandse  weeskinderen vervoerd. Zij werden begeleid door de nonnen (waren het weer de zusters Ursulinen ?).
Lottie kreeg evenals de meeste van haar leeftijdgenoten weer te maken met corveediensten aan boord. Zo moest zij de kleine weeskinderen in bad stoppen en aankleden en  samen en onder begeleiding van de nonnen, verder verzorgen. De kleintjes noemden haar "tante zuster".  Maar een echt  ontspannen bootreisje was het niet voor haar.
Onze Bennie van 8 jaar, was een echte belhamel aan boord van het schip. Samen met een vriendje klom hij steeds in alle scheepsmasten en haalde voortdurend kattekwaad uit. De bemanning had er heel wat mee te stellen. En mijn moeder werd er ook steeds op aangesproken.

Halverwege de bootreis kwam het schip aan in het Suezkanaal. Vandaar gingen we met z'n allen in een treintje door de woestijn naar het plaatsje Ataka in Egypte.
Daar was tijdelijk gevestigd een een grote hulppost van het Amerikaanse en Nederlandse Rode Kruis. Wij kregen daar kleren en dekens voor de koude Nederlandse winters. En de kinderen kregen snoep; voor mij was dat voor het eerst van m'n leven.
Mijn moeder kreeg een groot aantal dozen chocola, die zij in Nederland nog als geschenk aan familie en bekenden heeft rondgedeeld. Die chocola was uiteraard voor militairen bestemd geweest, om energie op te doen  in oorlogsituaties.

Op 1 juli 1946 kwam de Sibajak, na een voorspoedige reis in de haven van Rotterdam aan.
Nadat de nodige formaliteiten vervuld waren, werden wij met een gecharterde bus, die onderweg overal mensen dropte, uiteindelijk afgezet in het Gelderse plaatsje EDE.
Daar aan de Park Paasberg in Ede stapten we uit de bus
De bus reed verder.
En wij zouden, berooid en zonder have en goed, en met een geruïneerde gezondheid, aan een nieuw hoofdstuk in ons leven beginnen.

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Juli 1946, aankomst in Nederland

Foto van de Park Paasberg in Ede in de veertiger jaren. Daar stapten wij uit de bus in juli 1946. En vanaf 1948 zouden wij daar ook gaan wonen op het adres Park Paasberg 15.  Na eerst 2 jaar in Pension Roosdorp aan de nabij gelegen Arnhemseweg 16 te hebben gebivakkeerd.

35-162dd409f6073a7363678136bd4b79ff.jpg

35-c9f8614d138a35f08052c9f4e68f9f30.jpg         
De 4 Langeraartjes in juli 1946. Terug in het vaderland.
Na vier jaar van ontberingen.
-----------------------------------------------------------------

Nadat ik zelf bijna 4 jaar onder het bed had gezeten als onderduikertje, èn diverse malen IN ziekenhuisbedden had gelegen was nu dan de tijd aangebroken om gewoon naar de kleuterschool te gaan. De door de oorlog verloren tijd van 4 jaar en de opgelopen achterstanden waren echter niet meer in te halen.
Mijn zuster Lottie had grote achterstanden opgelopen in haar schoolopleiding. Gelukkig wist ze die met behulp van diverse leraren van de middelbare school, toch nog in te lopen. Wel moest zij geruime tijd behandeld worden in het sanatorium op Hoekelum in verband met in de oorlog door vitaminegebrek ontstane tropenziektes.
De broers Bennie en Egon hadden eveneens schoolachterstanden opgelopen door hun gevangenschap in diverse interneringskampen. Bovendien duurde het lang voordat  hun gezondheid zich weer had hersteld.
Mijn moeder zou nog vele jaren last hebben van malaria en van andere tropische ziektes en van de gevolgen van voedsel en vitaminegebrek. Verder duurde het ongeveer 15 jaar  voordat zij zich geestelijk en mentaal over de oorlogsperiode in de Japanse kampen en wat daaraan vooraf ging, had hersteld.

2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Shoji Toshishige prosecuted in Hong Kong, Singapore and Batavia (Djakarta)

Between 10-3-1947 and 17-3-1947 the warcrime trial of Shoji Toshishige took place in Hong Kong at the British Military Courts of Hong Kong.

Shoji was held responsible, during the invasion of Hong Kong island in december 1941, for crimes against sick and wounded POWs and against medical personel. Ill treatment and killing of (about 200) British, Canadian, Chinese and Indian troops and Red Cross personel after they had been taken POW. Shoji was acquited on the grounds "no case to answer". (see:Hong Kongs War Trials Collection)

On 28-8-1947 Shoji Toshishige was flown to Singapore. To stand trial for the Australian War Crimes Section (which was established in Singapore in Dec. 1945). Shoji was charged with responsibility for atrocities committed againts Australian and other allied troops in and around Batavia (Djakarta). There are no records available of this Trial. But it is believable that in Singapore there were no witnesses of these warcrimes.

In 1948 and 1949 Shoji had to appear for the Temporaire Krijgsraad (Dutch Military Court martial) in Batavia (Djakarta) for the massacre in and around Soebang (Java) between 1st and 8th March 1942. After his company landed on 1st March at Ertan Wetan on Java. He was held responsible for the killing of about 20 patients and the medical personel (4 nurses) of the Soebang hospital, a private hospital belonging to the Pamakoekan and Tjiassemlanden in Soebang. And  in which hospital I was born about two weeks earlier,  in Febr. 1942.   Furthermore he was held responsible for the massacre of a great number of Pows at the nearby Triaterpas.

On 26-1-1949 the death penalty was demanded by the Dutch Military Court (Temporaire Krijgsraad). Shoji claimed that he had not seen any Pow's that were killed.   The Court found that a mendacious statement.

On  17-7-1949 Shoji was found guilty and received the death penalty. This was the last case of the Temporaire Krijgsraad (Military Court)

After that and in he last month's of 1949 the Dutch government left the Dutch East Indies.    


1711557-5c3f2d2919573957dbbc17ab5502faff.jpg


Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Oorlogskind op Java

↑ Terug naar de berichten