Een ongeluk
Een ongeluk
==========
Hij was de enige zoon in huis.
Er waren wel nog twee zussen thuis.
Hij groeide op als een goed kind.
Door zijn familie werd hij heel bemind.
Leren kon hij ook heel goed.
Alles deed hij vol goede moed.
Dokter worden wou hij in zijn leven.
Veel leren en veel tijd moest hij geven.
Zelden of ooit was hij zelf ziek geweest.
Op een dag ging hij naar een feest.
Toen hij ging naar huis heel laat.
Was het niet meer druk op straat,
Heeft hij toen niet goed uitgekeken?
Of was zijn auto verkeerd uitgeweken?
Niemand kan het hem meer vragen.
Zijn familie moet dit leed dragen.
Hun zoon en broer is niet meer in hun leven.
Wie kunnen ze hiervan de schuld geven?
Nooit kunnen ze vergeten dit vreselijke leed.
Wat het ook was of wie het ook deed.
Een zoon kwam nooit meer thuis.
Nooit zal het meer zijn hetzelfde in huis.
Hoe moet je toch zo een leed dragen?
Blijven hun voor immer vragen.
CvdB


