De winter
Winter
======
De winter is gekomen snel en vlug.
Ieder jaar komt hij weer terug.
Als de zomer is in het land.
En men kampt met zonne-brand.
Wil men niet denken aan de sneeuw.
Het is nog zolang denkt men met een geeuw.
Dan in eens is alles wit het is zo mooi.
Zo zuiver en prachtig is die winter tooi.
Een jaargetij wat lijkt zo lang.
Zoveel sneeuw en kou maakt bang.
Wat als men niet kan stoken?
Als de stroom word onder-broken.
Men weet het nog van de oorlogs jaren.
Zoveel kou er was niets te sparen.
Hoe mooi de sneeuw ook mag zijn.
Een winter vergaat nooit zonder pijn.
De tintelende voeten en handen.
Bibberende en klapperende tanden.
Dit alles brengt een winter mee.
Doet men dromen van zon en zee.
Maar zoals alles in het leven.
Ook deze winter duurt maar even.
CvdB

