germain droogenbroodt
de spiegeling
dient ontspiegeld
het woord herwoord
verlaat de weg
tot aan de grens
van het zwijgen
waar geringer groter is
het woord als waarheid
weer onderkomen vindt.
germain droogenbroodtde spiegeling
dient ontspiegeld
het woord herwoord
verlaat de weg
tot aan de grens
van het zwijgen
waar geringer groter is
het woord als waarheid
weer onderkomen vindt.
jovozwermen vogels verzamelen
zuidwaarts bestemd
mijn koffer ongepakt
jannah loontjesde avond hangt stil boven de stad
bewegingloos als op een foto,
een filter van lila schemer
verkorrelt het panorama,
dringt erin door
als losse thee
in kokend water
en verkleurt het leven
zoals de dingen
op een oude polaroid
die mij nog later,
wanneer ik hoop te vergeten,
zal herinneren
aan verliefdheidsvlagen
waarin jouw naam wappert
als een verloren sjaal
op schuwe winterdagen
masnawi-i-maulanaik stierf als mineraal en werd een plant;
ik stierf als plant en verscheen weer als dier;
ik stierf als dier en werd een mens;
waarom zou ik dan bang zijn?
wanneer werd ik minder door te sterven?
de volgende keer zal ik als mens sterven
opdat ik vleugels krijg als een engel.
en ook van hieruit moet ik pogen verder te komen:
op vleugels zal ik verdergaan,
boven de engelen mij verheffen;
wat ik dan zal worden,
ik kan het me niet voorstellen.
naar william butler yeatswhen you are old and grey and full of sleep,
and nodding by the fire, take down this book,
and slowly read, and dream of the soft look
your eyes had once, and of their shadows deep;
how many loved your moments of glad grace,
and loved your beauty with love false or true,
but I loved the pilgrim soul in you,
and loved the sorrows of your changing face;
and bending down beside the glowing bars,
murmur, a little sadly, how love fled
and paced upon the mountains overhead
and hid his face amid a crowd of stars
j.c. bloemik open het raam en laat het najaar binnen,
het onuitsprekelijke, het van weleer
en van altijd. als ik één ding begeer
is het: dit tot het laatst beminnen.
er was in dit leven niet heel veel te winnen.
het deert mij niet meer. heen is elk verweer,
als men zich op het wereldoude zeer
van de miljarden voor ons gaat bezinnen.
jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd
hunkren naar onvergankelijke beminden,
en eenzaamheid is dan gemis en pijn.
dat is voorbij, zoals het leven haast.
maar in alleen zijn is nu rust te vinden.
en dan: 't had zoveel erger kunnen zijn.
jovo
teder herfstblad
spoedig val je
groeikracht voor nieuw leven
jovo
rutger koplandintussen huist ze al zo lang in mijn hoofd
en al zo bijna overal - maar wie ze is
een zinloze vraag, je zoekt in je herinneringen
naar iets onvoorstelbaars, ik weet het, maar
ook zinloze vragen vragen een antwoord
eigenlijk is ze nog steeds die jonge vrouw
die ik ooit toevallig ergens tegenkwam
- maar wie ze is- in mijn hoofd
vind ik haar niet terug
er zijn momenten dat ik ineens weer weet
dat de mens eenzaam is, ook ik
dat ik naar haar kijk en denk: zij daar
dat is ze, zo zichtbaar, zo sterfelijk
annemieke de ruiterik kus
voor jou
de hemel
en de aarde
en alles ertussenin
voor wanneer je alleen bent
of bang
ik kus
voor jou
de hemel
en de aarde
opdat je morgen denken zal
wat doet die warmte op m'n wang
gerrit achterbergaan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad.
roel houwinkde leegte is groot
tussen mijn hoofd en mijn hart
een weids niemandsland
waar driftig het onkruid groeit
en de steekmuggen thuis zijn
marc graneller komt een dag,
zonnig en rustig als deze,
waarop je met
volkomen onschuld
het begin van het
einde kent, de
eenzaamheid van alles
die jou, in je verslagenheid,
omringt.
en dan ontwaar je
een naamloze
dagdagelijkse geur,
een dof gerucht dat je voordien
niet hoorde.
en je wordt overvallen
door een lichtende schim
die de einder
verbrandt.
hannah kuipers
als het winter wordt
snoei ik mijn dromen
op bruikbare lengte
met elfenverstand tot kaboutermaat
weg het weerbarstige wilde
het wulpse weelderige
en woeste woekerende
wat overblijft is standaard
orde en regelmaat
kastklaar gepakt met een smaak van kamfer
doe ik de luiken dicht
maar hoe sterk is de lente
de geur van hamamelis
de kleur zonder kleur
van helleborus en vrouwenmantel
ik barst uit mijn knoppen
en word opnieuw geboren
met dromen zoeter dan ooit tevoren
niet te verteren
hoogstens te genieten
wat een leven
jean-pierre rawiede hemelboog wordt sedert weken
slechts door jouw sterrenbeeld beheerst,
en of ik nimmer had gekeken,
zie ik de wereld voor het eerst
ik heb de straten en de stegen
waarvan ik elke tegel weet
om jouwentwille liefgekregen
en met betekenis bekleed
en alle nooit van mij geweken
en steeds ondragelijker druk
verliest zijn dreiging vergeleken
met dit onmogelijk geluk
wat is geweest is om het even,
wat wordt van geen belang, zolang
ik zulke liefde nog kan geven
en zulke liefde nog ontvang
ik weet niet of dit nieuwe teken
mijn noodlot wel of niet vervult,
maar hart, ik sta voor deze weken
voor eeuwig bij je in de schuld.
johan van cauwenberge
even beeft de nacht.
wilde hazen zijn wij
die door de ochtend scheuren,
het opgeschrikte wild
door het geblaf der honden.
een mistig vlies tussen de bomen
trilt.
elk schiet zijn eigen weg
naar een ander leger;
wat heeft ons geraakt?
wie is er gewond?
wanneer jij bent verdwenen
hangt jouw geur nog in mijn vacht,
mijn zinnen in jouw vel gesneden,
de struikelwoorden genesteld
in de holte van jouw arm;
weg, en toch nooit weg,
naar een wereld waar nog niemand kwam
luuk gruwezhet sierlijkste is niet de zwaan, maar het water
waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt
en de rimpeling van vriendelijke huiver
die zij door haar stil bewegen weeft
het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel
waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt
(en rimpels toont als rimpelen in water)
en hoe een hand ontastbaar haast
verschuift over je huid
en hoe een streling dan
als een omhelzing van zichzelf
op jouw lichaam liggen gaat
terwijl mijn blik die niet blijvend
vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,
zoals wie ééns genodigd tot genot
daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.
xkwetsbaar
is elk gedicht
gevoel verpakt
in enk'le zinnen....
keerzijde
van m'n gezicht
emoties uitend
diep van binnen.......
anna malibran
dan opeens
de knotwilg
eenzaam
in het landschap
mijn oude vriend
met zijn gewrongen torso
en rechte tenen
mandhout
en ik word stil
streel de verweerde schors
die niet ruw schraapt
maar zachtjes ademhaalt
ik leg mijn hoofd
even
ertegen
ik kijk de holte in
rose ausländermaak weer water
uit mij
stromen wil ik
in de stroom
in de zee opnieuw
uitmonden