bruno putzeys
dat het gras, terwijl de dag
met uren groeit, geeuwend
zijn tenen telt,
duiven uit de bomen komen
vallen, van verveling
ingeslapen,
wolken, moe van 't zweven
te voet hun reizen verder zetten,
en ikzelf met ouwe zolen
de straatstenen voor de duizendste
keer gladslijp,
om op een onverdacht moment
omhelsd en gekust te worden.


