Tragel...

Twee afbeeldingen van de Tragel (vroeger en nu...), gezien in de richting van Dendermonde-centrum...

Tragel...
Twee afbeeldingen van de Tragel (vroeger en nu...), gezien in de richting van Dendermonde-centrum...

Toch even verantwoorden...
U hebt wellicht al gemerkt dat wij de afgelopen weken af en toe eens op de kap van Aalstenaars zitten. Dit zal de komende weken zeker niet veranderen of verbeteren... De nakende Ros Beiaardommegang zal daar wel voor iets tussen zitten. Traditiegetrouw zal de Ommegang van 2010 weer voor een 'heropleving' van de rivaliteit tussen 'onze Dender- en Scheldestad' Dendermonde en de 'Denderstad' Aalst...
Vanonder de stèirt van 't Pèirt...

Nog attait ni véil nies. ‘k Em ier en doër man uër te louistere gelèit, mor d’r wèr niks gelost. ’t Is pessies of d’ organezoësse van de kommenden ommegangk is ‘top siekrèt’! Ik kan d’r pertang e poër van de gemintjeroët die-j-in kommetait zitte en die noga rap éiren tètter isj verbèiklappe, mor van déize kiër komt er niks ouit. Ik begin stillekesoën gon te geluëve dad’ onzem bèrremiëster die manne gebréinwasjt éit!
Anders, as iet wéite luëpe z’er binst ’t alvier méi te kuëp en van déize kiër kènde d’r gin alf waurt ouitkraige, daddis van dem balange ni normoël zènne.
Ne mènsj zouë beginne pèize dâ’t is omdâ de die van Oilsjt niks zouën te wéite komme, mor binsjt wéite wéir uëk niks nowô. Pertang téige mei mauge ze nâ véil vertèlle, ik kan vrie goe zwaige. Mor ’t zain vanèigest de die wordâ’k iet téige vertèl dad’ éirem bèbbel ni kènnen ave!
’t Wèr nâ toch stillekesoën tait dâ me toch van iet gon wéite nowô, ’t is mor goe twië joër nemiër en ’t is zuëvèir…
Piër van Tatjes.
Geschiedenis van de Gildereuzen - (voorlopig) slot.
Een reus betekent over het algemeen feestgenot, een hoofddoel of gewoon middel in een vurige viering, een prachtige processie, een statige stoet. En daar kunnen wij in Dendermonde wel over meepraten. Telkens wanneer onze drie 'Grote Mannen' verschijnen heerst een feestsfeer in de stad.
Het pijndershuis.

Het Pijndershuis was gelegen aan de Schel(de)straat (nu Franz Courtensstraat), nabij het Justitieplein. Op de onderste foto ziet u links de ijzerwinkel Heyvaert en daarnaast het voormalige pijndershuis met puntgevel. Het werd in 1880 openbaar verkocht.
Wikipedia leert ons hetgeen volgt...
Het pijndersambacht, ontstaan in de 14e eeuw, had het monopolie over lossen en laden van schepen en kelderen van wijn en bier. Vandaag zijn de pijnders de exclusieve dragers van het Ros Beiaard in de Ommegangen. De leden zijn verenigd in de gilde der Vrije Pijnders met aan het hoofd de gildedeken Jean Pierre De Jonghe.
De taak van de pijnders is niet te onderschatten. Als dragers van het Ros hebben zij een hoofdrol. Zij hebben niet alleen de verantwoordelijkheid over de veiligheid van de Vier Heemskinderen, maar de bewegingen van het Ros Beiaard moeten ook gesynchroniseerd gebeuren met de regie-aanwijzingen. Tempo en aangepaste snelheid zijn van hoofdbelang. Al die belangrijke details worden voor elke ommegang ingestudeerd.
Maandenlang wordt geoefend aan de kazerne waar het paard zijn rustplaats heeft. Het dragen van het paard is fysiek zeer zwaar daar elke pijnder meer dan 120kg moet dragen. Het is uiteraard niet het dragen op zich dat voor deze sterke kerels het grote probleem is, wel het steigeren van het paard en het lopen over een niet altijd even stabiele ondergrond waardoor de lasten niet altijd gelijk verdeeld zijn. Bij het steigeren van het paard moeten de pijnders vooraan in het paard heffen en gelijktijdig gaan de achterste dragers door de knieën.
Voor de heemskinderen wacht ook een zware taak. Zij moeten immers op de zeer brede rug van het paard plaatsnemen gedurende enkele uren. Dit geeft een enorm grote belasting voor de beenspieren, het bekken, de liezen en de onderrug. De heemskinderen krijgen dan ook begeleiding gedurende enkele maanden door een kinesist om de spieren en pezen te rekken tot een zo groot mogelijke spreidstand. Voor de heemskinderen een taak waar dagelijks op geoefend moet worden om klaar te zijn voor de grote dag. In 2000 was het bitter koud en voor zowel de pijnders als de heemskinderen een helse taak daar het gure weer zeker geen goede invloed had op de al zo zwaar belaste spieren.
Dijkstraat - Bogaerdstraat
Een aantal beelden op de hoek van de Dijkstraat en de Bogaerdstraat door de jaren heen... Het laatste beeld toont ons de huidige toestand.




In de Dijkstraat waren vroeger verscheidene danszalen. Ook een aantal kleine en grote fabrieken waren er gevestigd zoals een zeepziederij, een brouwerij en een olieslagerij. Op het einde van de 19e eeuw werd hier de Akademie voor Schone Kunsten opgericht. Later werd op de hoek links de CM ondergebracht met tegen de straatkant de 'conciergewoning'. Thans vertoeven de diensten al enkele jaren in een volledige nieuwbouw.
Spotlied...

Een spotlied met een tekst van Jan De Ruyter. De muziek is van Armand Preud'homme. Het werd gemaakt rondom een spotnaam 'Draaiers' die naast 'Ajuinen' aan de Aalstenaars werd gegeven. De spotnaam verwijst naar een in de war geraakte stadsafgevaardigde die Keizer Karel moest ontvangen...
Reeds Keizer Karel wist het al
Hij noemde Aalst 'n erg geval!
De Schepen die hem moest begroeten
wist plots van blazen noch van toeten.
En Dendermonde werd steeds wijzer,
het had voorwaar een eigen Keizer,
een 'Keyser' Polydoor geheten,
ook die dwong Aalst ajuin te eten.
Zo bleef het tot op onze dagen,
ja, die van Aalst zijn te beklagen,
't zijn "repers" die alleen maar dwepen
met wat ajuin en oude repen.
En onze Keizer dacht:
"Och God, zij zijn slechts op ajuin verzot",
maar moet ik kiezen in het ronde
dan roep ik: "Leve Dendermonde!"
Laat daarom die van Aalst maar "draaien"
ze zijn al met een "reep" te paaien,
van balatum is er hun paard,
met veel ajuin onder zijne staart...
van balatum is er hun paard,
met veel ajuin onder zijne staart.
En die van Aalst,
die bleven kwaad!
De Sint-Jorisgilde...
De Dender aan de Sint-Jorisgilde anno 1906 en 2008...


Nem brief...

Nâ kréige’k van de wéik nem brief i mam bus van iëne wordâ ‘k vroeger nog in ’t léiger méi gewéisd’ èm. d’ Iëste joëre noër dâ m’n afgezwouit woëre ieve me nog em bitsje kontakt, mor ’t was nâ toch van in vaifentzéiventeg léin dâ’k die nog isj g’uërd ouë. ‘k Moet er faitelaik bèivertèlle dâ’k diën in vaifenzéiventeg ouitgenuëdegt ouë vèr nor de Ros Bajjortstoet te komme kaike… Ik èm die vanèigest ne gillen dag luëpe sjaggernéire en ouitlache, datten ’t soëvest op ’t ranneken af van een Franse kolèire nor Oilsjt getrokken is. Ge kèntj dâ nowô…
Nodien èmme’k d’r niks nimmer va g’uërd of gezien…, tot van de wéik diëm brief.
A schréif:
“Beste kameraad uit het naburige Dendermonde, hopelijk gaat alles nog goed met u? Ge zult u zeker al aan het voorbereiden zijn op de komende Ros Beiaardommegang van 2010. Ik vernam die datum via de kranten. In de regionale bladzijden van onze krant hier in Aalst waren daaromtrent een drietal lijntjes verschenen, maar toch zijn deze mij niet ontgaan.
Ik dacht onmiddellijk terug aan de aangename dag die u mij bezorgde in 1975 toen u mij inviteerde voor het aanschouwen van de Ommegang in Dendermonde. Ik heb er toen waarlijk van genoten. In 1990 en in 2000 zijn de berichten omtrent die stoeten mij echter wél ontgaan, waar ik uiteraard geen grijntje spijt om heb.
Ik wil u dan ook laten weten dat ik van harte hoop dat enkele Aalstenaars opnieuw enig initiatief zouden nemen en nog eens zouden proberen om dat paard uit zijn stalling in de oude legerkazerne van Dendermonde te ontvreemden tegen de bewuste datum van 2010. Uiteraard zijn er nu al heel wat meer technische middelen voorhanden en zou het deze keer misschien wél lukken. Indien een dergelijke stunt zou kunnen plaatsvinden en het paard kan op die bewuste dag niet in de stoet verschijnen, dan pas zou het échte reklame zijn voor Dendermonde (hier zeggen wij Eiremonne…). Misschien moet gij u hierop wel enigszins voorbereiden. Men weet maar nooit!
In de hoop u op deze manier toch een beetje wakker te hebben geschud verblijf ik inmiddels met vriendelijke groeten.
De Fred van Aalst.”
‘k Emme’t effenaf twië kiëre geléize! Nâ bènne’k on ’t pèize of dâ’k mè diëm brief nor ‘t kommetait zouë stappe of ni. Is’t nâ zouiver zjiedasserèi of is’t een verwittegingk?
’t Is mor dâ ge mè die-j-Oilsjteneirs nondemiljaardevlammestedzjuë nuët ni-j-’n wètj wâ dâ g’ er on ’n ètj! Neig gerist en benne’k er toch ni-j-in!
De 'Barrage'...
Voor sommigen zal dit wel bekend in de oren klinken, voor anderen dan weer minder. De 'Barrage' is een benaming die gegeven werd aan de stuwsluis en het sas aan de Dendermonding op het einde van de Kasteelstraat (einde 19e eeuw). Enkele beelden...


Via het metalen brugje kon men het Keur bereiken.
Rechts, het huis van de sasmeester.
Links zijn op de achtergrond de huizen te zien aan de Papiermolenstraat.
De nieuwe Dendermonding...

Een stukje geschiedenis is toch wel het trekken van de nieuwe Dendermonding doorheen de Sint-Onolfspolder. Werken die duurden van 1968 tot 1978. Een beeld van het doorbreken van de Scheldedijk... 
Nostalgische beelden...
Verdwenen maar niet vergeten...
Passerel Bogaerdbrug
Bogaerdbrug (de Baugersbrigge)...
De Denderbrug (De dèjnnersbrigge)...
De Molenberg (De Méilembèireg)...
De Scheldebrug
of de Vèirbrigge, gelèk as dâ ge wiltj...
Geschiedenis van de Gildereuzen - deel 27.


Geschiedenis van de Gildereuzen - deel 26.

't Songfèsteval...
Alléi verouit, ’t is wèrral isj van dâ. De Bèlzje mauge wèrral ni méidoen on ’t Songfèsteval. ‘t Lieke was wèrral te schuën van tien néige. In alle geval ik èm d’r gië gebénedait waurt va verstoën. Ik èm bekan een gille mointj geprobéirt vèr dâ lieke uëk isj te zinge, mor dâ was giën avans. Ik kréig die waurde ni-j-ouit manne mont, en ik kan ’t nâ pertang réidelaik goed’ ouitlègge nowô!

Manne gebier zam vraa dâ was ewwâ d’anders! As ze dâ lieke spèldege op de raddejau, tèn was z’attait on’t méizinge ouit volle bèst, en ik kan â verzéikere z’éi ne vriën tèttazjèir zènne! Ik èm nâ wèl attait getwaifelt of dâ ze de waurde wel zjust zongk, want zuë ’n vrië slimme is dâ nâ-j-uëk ni zènne!
Langst den iëne kant was dâ nâ pessies gië slecht vuëzeke want as ge dâ ne kiër of drèi-j-uërdege tèn koste dâ méidoen. Mor langst den andere kant zat er waineg achter nowô! ‘k Em et â dikkes gezèit, mor ze wille mè ni geluëve… Stierd’ Eddie Wallie of Laura Lien nor gintjer en ’t is in orde…

Mor die twië-j-èmme d’r giënen tait véir gilzéiker, want den iëne zitj gestoëdeg in Améirika en die-j-ander zitj gedierig in Ollant bè de Frans.

Ne mènsj kan ewwâ téigekomme...

De wéike die gepasséirt zain, die moete uëk nimme vedrom komme … Ge maugd’ iërlaik woër geluëve dâ ne mènsj toch ewwâ kan téigekomme zènne. En as g’ iënen téigeslag ètj tèn komme d’r nog nowô! Dad’ éi n-aj-isj ’t iën op ’t ander gewéist. Begin van de mèimontj ouë’k zes poeintje op de lottau mor ‘k ouë mannem bulletèi ni binne gedoën! Drèi doëge nodien wazze’k mè manne vellau on ’t rontrèin, ‘k moet frèine vèr een stomme kat die’t stroët auverlupt en ‘k verstouik manne poeilsjt. De wéik dorrop bènne’k in den of mè manne gebier zanne klèine on’t voetballe gelèk as een aa glaure van den Aavéidéi en ‘k verstoik manne gruëten tiën… Nog giën wéik loëter moete’k op den teknissen dinsjt van ’t stat zain, dor op ’t nief statouis op ’t iëste verdiep en in ’t nor bauve goën schèffere’k dor van diën trap! Mâ lings biën gillegans den bast af! Den dag nodien zitte’k bè den ouisdoktaur vèr manne drèimojndelaikse kontrol. D’r zat ne man of vier véire mèi. Ik pèisdegen i man èige, ‘k zal dor em boekske van die toëfel pakke en ewwâ léize, tèn goë ten tait wâ rapper verouit. Gelèk azze’k mè dor em bitsje rèk vèr dâ stom boekske te pakke, sloëg manne stoel onderouit en ligge’k d’r mè man sjokkedaize talve dië vloer van die wachtzoël… Nen dikke knie !!! ‘k Ang achteriën mor vèr den èlft nimmer oniën… Mor mannen doktaur éi gezèit da’k vèr de rest ni mag kloëge want da’k nog réidelaik gezont bèn.
Tèn éige’t e poër doëge kalm gewéist… Giën aksedènte, giën mizéire… mor ’t éi vanèigest ni langk gediert…
‘k Was op nen oëvet isj gon wandele on de Forte. Ze zain dor al nen tait béizeg on den Aria te verandere en ‘k was d’r isj gon kaike. Op ’t iëste zicht vonte’k et goed. Prauper gedoën, mor ‘k kost mè vanèige ni loëte van isj op die wèiref te goën en isj binne te kaike déir een vainsjter, want ’t wirt azuë wâ schéimerdongker… Ge goëge’t ni geluëve nowô, mor ik sikkel d’r toch wel in ne pit zéiker!!! Bouite nen dikken ellembaug, nen dikke knoessel en een dik ant, mangkéirdegeke niks! Azze’k dorméi bè den doktaur kwamp zèi dië mènsj… Mè-j-em bitsje korrozje zal dad’ammel wel béitere!!! Ne schuënen truëst!
Piër van Tatjes
Het station...
Beelden van het station door de tijd...




Dendermondse eend...
De Dendermondse eend duikt regelmatig op in de geschiedenis van de andere inlandse eendenrassen. Het is wellicht het oudste Belgische eendenras en wordt aangehaald als de voorouder van de Merchtemse eend, de Huttegemse eend en de eend van Vorst.
Geschiedenis van de Gildereuzen - deel 25.



Stationsplein...
Het Dendermondse Stationsplein in het verleden... Een aantal beelden.



