Een stukje groen...




Een stukje groen...



Vanonder de stèirt van 't Pèirt - 'Kerjéis'...


De Braderie...
Adhemar D’Herde nam het initiatief om een dekenij op te richten die een braderij zou organiseren in de buurt van de Bogaerdstraat, Dijkstraat en Werf (±1935). De dekenij kreeg de steun van het stadsbestuur en van de ‘Commissie voor Urbanisatie en Heropbeuring der stad’.
De buurt bruiste van activiteit doordat er heel veel winkels waren gevestigd en een aantal herbergen. Op een gegeven tijdstip waren er zo’n 20 herbergen in die buurt.
De braderij kende de meeste hoogtepunten in de vijftiger en de zestigerjaren, en de maandag was steeds de topdag! De reden hiervan moeten we wellicht zoeken dat tengevolge van de wekelijkse maandagmarkt vele bezoekers afzakten. WOII zou er voor zorgen dat enkele jaren geen braderij werd georganiseerd. In 1952 werd echter de draad opnieuw opgenomen en niet zonder succes.
Aan de bestuurstafel herkennen we ondermeer Clement Leybaert, Henrik de Ridder, Adhemar D'Herde, Marcel Moruanx. Verder zien we nog Arthur De Geest en Rudolf de Wachtelaere...
We doen een greep uit het programma van 1966…
-Autoshow
-Tentoonstelling Fotografische Kring Dendermonde
-Wipschieting op liggende wip
-Optreden Sint-Jorisgilde
-Volleybaltornooi door Sportverbond Politie en Rijkswacht, Brandweer en Defina
-Optredens van orkesten 'The Boa's', 'The Rascals', 'The 4 Spiders', 'The Layabouts'.
-Optreden van de New Orleans Jeggpap Jazzband
-Tombolatrekking door Terry Van Ginderen
Ook tijdens volgende edities bleef men inspanningen doen om het publiek te trekken

Links Hendrik De Ridder van het Braderie-bestuur en agent Ivo Van Lijsebetten.
In 1961 kwamen Hendrik De Ridder (Riddershoe) en Arthur De Geest met een voorstel aandraven om een ‘wijkreus’ te realiseren. Beeldhouwer Jos De Decker en mandenmaker Van Ranst lieten zich met dit karwei in en ‘Peke Rammekeszand’ werd een feit. Deze reus zou jaarlijks de braderij opfleuren met een rondgang. Enkele dragers van de Gildereuzen Indiaan, Mars en Goliath dansten met Peke doorheen de braderij. Ze werden veelal begeleid door een harmonie. ‘Peke’ zou zijn einde kennen als reus van de braderij in 1978. We vermelden hierbij dat hij een wederoptreden deed in 1980 ter gelegenheid van de ‘Peke Rammekeszandfeesten’.
In de zeventiger en tachtiger jaren kende de braderij een ietsje minder interesse. Er waren minder handelaars gevestigd en het aantal herbergen was ook deftig geslonken. Ook waren enkele pioniers verdwenen.
In de negentiger jaren kent de braderij een heropleving onder impuls van enkele handelaars uit de wijk. De activiteiten werden echter alleen op maandag gepland. Enkele jaren later zou de braderij teloorgaan

Geschiedenis van de Gildereuzen - deel 21.
Vanaf 1973 trekken de reuzen niet meer gezamenlijk door de straten. Ze krijgen elk apart een begeleiding die bij hun traditie past. Het middeleeuws wagenspel wordt afgevoerd om organisatorische reden. De reuzenommegang groeit telkenmale, nieuwe elementen zorgen voor een ander uitzicht zodat men niet elk jaar eenzelfde optocht te zien krijgt. De Dienst voor Cultuur en Toerisme (thans Dienst Stadspromotie) zorgt ervoor dat Katuit meer te bieden heeft en zonder enige twijfel zijn zij daar grandioos in geslaagd.
‘Ge kèntj in ’t stat op de koppe luëpe’ hoort men de Dendermondenaars al eens zeggen. Een menigte van duizenden mensen juichen de reuzen toe en dat zijn niet alleen stadsbewoners! Van einde en verre wordt de ommegang bezocht. Het Commissariaat-Generaal voor Toerisme riep zelfs de ommegang uit tot een ‘manifestatie van nationaal belang’ voor het Belgische toerisme.
Later werd telkens een thema ingevoerd waarrond de stoet werd gebouwd. Zo was er in 1978 de 90e verjaardag te vieren van het bezoek van Polydoor De Keyser en ook de Hellewagen bewoog mysterieus in de stoet.
In 1983 vierde men de verjaring van 750 jaar stadskeure, een passende hulde aan Robrecht van Bethune en zijn gevolg.
In 1988 werd het bezoek dat de Londense burgemeester (Lord Mayor De Keyser) bracht aan zijn geboortestad als thema genomen. Het was toen juist 100 jaar geleden.
De spotnamen van de Dendermondenaars staan reeds jaren centraal in de ommegangen, en dit om deze een eigen imago te geven en los te koppelen van de Ros Beiaardommegang.
Even een opsomming en een woordje uitleg…
De spotnaam ‘Makeleters’ dateert uit de 15e eeuw. Makel zou geen makreel zijn, maar wel een kleine riviervis. Zijn vorm zou sterk gelijken op deze van de brasem, doch zou hij iets platter zijn. In de ommegang wordt deze spotnaam uitgebeeld door een groep vissersvrouwen die gerookte vis uitdelen aan de kijklustigen.
‘Scheepstrekkers’ – deze spotnaam wordt uitgebeeld door de praalwagen ’t Schipken en verbeeldt de koophandel en de scheepvaart. Het schip zou de relieken van de stadspatronen hebben afgehaald in Dikkelvenne. In 1494 was ’t Schipke bemand door Sint-Ursula en haar elfduizend maagden, in 1560 spreekt men over ‘het schip van Charoon, de Helleschipper’. Vanaf 1652 zou het bemand geweest zijn met leden van het schippersambacht.
Dan zijn er de ‘Kopvleesfretters’. Dit wijst op een bepaalde karaktertrek van de Dendermondenaars waarmee ze in de streek geplaagd worden. De snoever, de kale pronker…
De knaptanden komen traditioneel voor in de ommegangen. Deze zouden ontstaan zijn naar een onbekende vis die in de Dender rondzwom. Een reusachtig gedrocht met vreselijke tanden, waarmee het vervaarlijk knapte. In de ommegangen wordt dit fabelachtig dier voorgesteld met een kop die geleek op een honden- of wolvenkop. Reeds enkele eeuwen zijn de knaptanden in de optochten aanwezig en krijgen soms de naam mee van ‘de politie van de ommegang’ of ‘de ordedienst’.
De spotnaam ‘Polydoorkes’ is een attentie van de Aalstenaars, die zinspeelt op de naam van Polydoor De Keyser, een geboren Dendermondenaar en later Lord Mayor van Londen. Hij werd op 26 augustus 1888 op luisterrijke wijze in zijn geboortestad ontvangen. De vreugde en de trots van de Dendermondenaars was groot, maar de spottende uitlatingen bleven niet achterwege.
Dan zijn er nog de ‘Flauzemakers’ of ‘Paffers’… omdat de Dendermondenaars steeds voor bluffers werden gehouden…
Op de pui...


Even tussendoor...
Geschiedenis van de Gildereuzen - deel 20.


Jubileum...
Enkele foto's genomen ter gelegenheid van het 60-jarig huwelijksjubileum van Leopold Ghyssels en Maria de Kimpe (jaartal onbekend). De 'voerman' van de koets is Georges Moens.


Biljartclub 'De Vier Poorten'.


De teller is terug ok!
As kintsj...

As kintsj wazze’k véil op de Begainoflaan, bè mâ mètsje, manne paa zâ moeder. Die woeindege zjust nèffest de vellaumoëker Zjef Klaasses. Ik gingk gelèk as ne gruëte nor ’t schaul in de Marikolle. Den tèllevies was mô zjust ouitgevonne en ‘k zouë ni wéite wie datter in diën tait in de gebiere al iënen zouë g’at èmme. In de zaumer ’t soëvest was d’r in ’t stroët attait iet te doen. Alleman zat bouite gezèlleg wâ te babbele en te doen. Af en toe wirt er isj gekoitsjt mè de manne van Huau of de De Lauzekes…
Zjust nèffest mâ mètsje, den andere kant van de vellaumoëker woeindege Tanske en Pakéi. Pakéi was nen trommelèir mè de Gruëte Manne. Ik as klèine pagadder ouë uëk een trommelke gekréige en af en toe gavve’k d’r is e konsèir op, zuë goed en zuë koet as dâ’t gingk nowô. Op ne kier zei Pakéi téige mei: “Alléi verouit pakt an trommel we goën de Gruëte Manne loëten ouitgoën!”. ‘k Verstont dâ nâ wel ni zuë goet, want ik kost mè nâ moejelaik véirestèlle dâ de Gruëte Manne d’r in iëne kier zouën toekomme vèr ik d’r mè man trommelke véire te luëpe…
Al mè ne kier kwamp Pakéi bouite mè nem bollekeszakdoek ront zanne nek en em bokéike blomme in zan iën ant en â begost te danse gelèk as de Gruëte Manne… Ik kost vanèigest ni-j-anders as beginne te ramplamplamme… On den auverkant, téige dem Bastiong woeindege Zjang Van Der Véikes, den azjènt. Dië zat uëk bouite mè zam vraa en â déi tiëken dâ me rèzzekes moeste wachte. Zjang gingk binnen en derèkt kwampen vedrom bouite mè zanne kepie van de polies op zanne kop! A zèi: “As de Gruëte Manne ouitgoën moet d’r nen azjènt bèizain!”.
Alléi verouit we woëre weg. Pakéi danstege gelèk nen echte Gruëte Man en ik trommeldege man ziel ouit mâ laif… En Zjang den azjènt die liep er véire omdad’ alleman ouit de weg zouë goën. Den azjènt die bléif mor stappe en Pakéi die bléif mor danse en al mè ne kier woëre m’n al on den Aria. Die twië trokke ’t stammenéi ‘de Vier Puërte binne’, bè den Trip… Pakéi kwamp bouite en â gaf mè-j-e stik sjokkelat omdâ’k goe getrommeld’ ouë! As die manne d’r ne pot of vier vaif in éir zjakèt gegauten ouën koste me beginne on den twidden étap van onzen ouitstap. De mènsje die nog bouite zate plaktegen ammel as me passéirdegen. Wéir èmme nog ne kier of twië moete stoppe onder de boën want Pakéi ouë dèst van te danse en Zjang den azjènt die zâ dèst g’at èmme van ammel die-j-ottaus téige t’ ave zéiker?
In alle geval as me toekwampe op ons vertrèkploitsj uërdege’k dâ den azjènt zam vraa téigen èm zei: “Gei wètj uëk ni wâ dâ ge moet ouitvinne vèr op stammenéi kènne te krouipe nowô!”… Mor ik pèis nâ ni dâ’t die mènsj zam bedoelingk was zènne!
De Scheldebrug...

Geschiedenis van de Gildereuzen - deel 19.
We vonden enkele betaalstaten uit het begin van vorige eeuw. Het gaat om rekeningen die werden betaald voor 'de onkosten der reuzenommegangen ter gelegenheid van Katuit'...
De lijsten vermelden vaak een globale som die aan een verantwoordelijke wordt uitbetaald (vroeger meestal aan een politiebeambte, thans aan een stadsambtenaar). Andere zijn dan weer gedetailleerde rekeningnota's, die dan vermelden dat de uitbetaalde som werd besteed aan dragers der reuzen, trommelaars en fakkeldragers.
Niettegensstaande zorgvuldige opzoekingen vinden wij van dergelijke lijsten maar enkele exemplaren terug. Wij veronderstellen dat de verantwoordelijke de globale som van het stadsbestuur in ontvangst nam en dan op eigen initiatief een listing maakte teneinde zijn uitgaven te verantwoorden.
We tonen enkele bedragen die in het verleden werden uitbetaald als 'onkosten voor de Katuit':


Soms vinden wij bij de uitbetalingsstaten nota's terug van de vergoedingen van werkverlet. Voor 1968 waren de reuzen reeds in de namiddag op stap door de stad. Degenen die daaraan deelnamen dienden dus te verletten op het werk. Deze kosten werden dan door het stadsbestuur gedragen. Er zijn in de archieven attesten voorhanden die ons duidelijk maken dat het werd afgeleverd door de werkgever van de betrokkenen en waarop het uurloon wordt vermeld.
Ros Beiaard 1990.

Een foto van het Ros Beiaard genomen tijdens de ommegang van 1990 op de Oude Vest, ter hoogte van de kledingzaak 'Arista' (thans Daisy Shop).

Foto: Lieve Mathys (Dendermonde).
Ej' al onzem bajjort g'uërt?


De teller staat op 0000...
Geschiedenis van de Gildereuzen - deel 18.


Voetbal.


Pompiers...


Klasfoto...

