Sinds 1963 is de stad een imposante brede laan rijker (anderen noemen het een brede lompe laan), waar nieuwe complexen uit de grond rezen en oude woningen werden gerestaureerd. De Oude Vest, de Nieuwstraat, de Wijngaardstraat en de Mechelsestraat waren geschiedenis geworden.
Van geschiedenis gesproken…
Als we ons even verdiepen in de historie van de stad vinden we terug dat in de laatste jaren van de 12e en begin van de 13e eeuw een tweede stadsuitbreiding plaatshad waarbij een nieuwe gracht werd gegraven die de naam kreeg van ‘Veste’ (in het Latijn ‘Fista’ en later gekend als ’t Vestje) toen een deel van het grondgebied van Zwijveke bij de stad werd ingelijfd.
Over de ‘Veste’ lag de Mechelse brug, later de Augustijnenbrug genaamd naar het klooster de Augustijnen, dat sinds 1632 daar werd opgericht. Op die terreinen werd nadien de Academie voor Schone Kunsten ingeplant en ook de gebouwen van de Christelijke Mutualiteiten (vroeger de stadsschool voor meisjes > den ‘Aria’). Verder lag over de ‘Vest’, zowat ter hoogte van de Lindanusstraat, de Palingbrug. Deze brug werd ook het ‘houten brugske’ genoemd.

Voor de bewoners het Vestje als ‘stort’ gebruikten kwamen regelmatig binnenschepen het kanaaltje opgevaren, die kwamen lossen of laden aan ’t katholiek fabriek (LaDendre).

De levendigste buurt was de Nieuwstraat. In menige woonst werd dagelijks geruzied en talloze bewoners dreigden er ooit mee zich te gaan verzuipen in ’t Vestje… Weinigen zijn daar echter in geslaagd. Men kreeg er overigens de tijd of de gelegenheid niet voor om te verdrinken in die buurt. Zowat in iedere huisje stond als het ware achter de deur het nodige ‘reddingsmateriaal’ klaar. Het volstond dat men een doffe plons in het water hoorde om bliksemsnel een legertje ‘redders’ naar de boord van ’t kanaaltje te zien springen, voorzien van putemmers, koorden, ladders en stokken!

In die tijd zag men tussen de twee bruggen regelmatig zwemmers en ter gelegenheid van kermissen werden volksspelen ingericht of al eens een koers.
De witgekalkte geveltjes, de groene afgeschilderde luikjes en ietwat doorgezakte lage daken, de hobbelige straatkasseien en het Vestje waarin de zon scheen inspireerden menig schilder.
Onvergetelijk zijn de toenmalige zomeravonden in die buurt. Aan de huisjes op de vele ‘hofkes’ zat iedereen buiten omdat het binnen te drukkend was met een schare volk. Om de muggen weg te houden werden op de arduinen boordstenen van de waterloop vuren aangestoken, wat soms fascinerende beelden opleverde. Hier en daar werd door een bewoner de accordeon bovengehaald en er werd dan in koor meegezongen. Soms werden zelfs tafels en stoelen buiten gehaald die prompt in de Nieuwstraat werden neergezet. De dames gingen dan aan het ‘kiemen’. Bij het vallen van de duisternis werd de ‘kinké’ in gang gestoken. De mannen zaten ergens bij het licht van een gaslantaarn te kaarten of hielden zich bezig met een ander ‘gezelschapsspel’.
De sluiting van ’t katholiek fabriek zorgde weer voor miserie. De loskaai verdween, er legden geen schepen meer aan en het Vestje werd een ‘stort’… Er deden geruchten de ronde dat het Vestje ging verdwijnen…