
Vervolg Meester Victor SELLESLAGH
Vader Victor luisterde tijdens die oorlog ook naar een verdoken zender van de witte brigade. Eén van de kinderen moest dan buiten op wacht staan om zeker te zijn dat ‘de muren geen oren hadden’ en steevast eindigden die uitzendingen met de woorden : ‘en zonder er op te boffen, toch krijgen we ze wel die moffen’. Dochter Raf schreef een mooi essay over hun eerste radio. “Hij had een groen oog naast een jute bescherming die de luidsprekers afschermde. Een kaske hooguit 40 op 50 cm. Wanneer het zijn best deed en de lampen gingen gloeien was het spel warmgelopen en werd onherroepelijk de knop omgedraaid. Adieu enige ontspanning in de avondlijke huiskamer. Achter die jutebescherming luisterden we naar het Mariahalfuurtje van pater Leopold, karmeliet. Maar ook naar Wil Ferdy met zijn Peterke en Pepe. In onze radio zat naar het schijnt een bobijn met honderden meters koperen ijzerendraad, dat moest de werking van dat ding garanderen. Hubert Van Herrewegen was de geliefde wielercommentator van ons vader, ook als het ging over Louison Bobet, Jean Robic en Wim Van Est die ooit eens in een ravijn terecht kwam. Zijn hart had even stilgestaan, zijn Pontiacuurwerk niet. Dat was pas reclame. Toen later Stan Ockers verongelukte en hij die boodschap hoorde op onze knappe radio was het niet alleen ons vader die traande maar precies de luidsprekers eveneens !! De begrafenis werd rechtstreeks uitgezonden met de gekende emoties tot gevolg. Wie meent dat enkel duivenberichten, opgehaalde schotbalken of doorlaatkleppen te horen waren had het verkeerd voor. Tijdens de wintermaanden konden wij ook meegenieten van luisterspelen. Als toneelliefhebber plakte het oor van ons vader letterlijk en figuurlijk aan de jute bescherming van ons radioke. Zijn commentaar nadien was treffend, of we het nu geloofden of niet maar krakende sneeuw werd weergegeven door iemand die in de studio heel hard zat te knijpen in een zakje bakmeel. Paarden liet men draven door met een lepel ritmisch op een houten tafel te kloppen. Die vaststelling bracht hij over bij de toneelspelers van zijn geliefde groep ‘Rust Roest’ waar hij voorzitter van was. Als ons moeder in de winter de was te drogen hing was het wel even zoeken om dat ding terug te vinden. Het fameuze groene lichtje verstopt achter de schree van een of andere broek of vrouwenhemd, de kruisgewijze gespannen wasdraad met alles erop en eraan die de ganse keuken doorkruiste, maakte een zoekplaatje van ons radioke. Het was alleszins een hele verovering in de destijds moderne techniek. Later zoals dat gaat werd dat klein ding door een moderner exemplaar vervangen en stierf ons radioke een trieste dood op het stort van Leest. Aan de stenenbeek op de Juniorslaan ging ons bakske ter ziele. Requies cant inpache !!! Amen.”
Een welgekomen bijverdienste in de oorlog was het kooltjesziften. Voorzien van een zeef, schup, jute zakken en hun houten kruiwagen trok de hele familie naar de putten in Battel. Regelmatig werd daar kolenafval, afkomstig van treinen en boten uit Brussel en Antwerpen, gedropt. Men moest dan wel bij de zaak zijn om er het beste uit te halen. Soms lukte dat en kon de familie daarmee wat kolen uitsparen voor de verwarming in de winter. De naoorlogse vliegende bommen maakten drie slachtoffers in Leest en veel stoffelijke schade. Vele bezitters van een tuin in het dorp gingen over tot de bouw van een schuilkelder, liever nog dan op die plek in hun hof aardappelen te planten. Bij de familie Selleslagh was de schuilkelder gegraven achteraan in de tuin tussen de kriekelaars. De takken zouden het zicht benemen, dacht vader Victor. Meestal zagen ze de vliegende bommen over hun hoofd vliegen en vonden ze niet de tijd om naar die schuilkelder te vluchten. ’s Nachts sliepen ze in de kelder onder hun huis, gelukkig was het geen winter, want dan hadden ze af te rekenen met grondwater dat de kelder kwam binnengestroomd. Mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt kunnen het zich nauwelijks voorstellen maar de vrees dat zo’n bom elk moment kon neerkomen, beangstigend… Van de familie was niemand zo dapper als moeder Fien, als de moordwapens overvlogen ging zij steevast buiten kijken.
De familie Selleslagh-De Wit was ook zeer devoot. Weer dochter Raf : “Ooit kwam er aan het paternoster bidden een gans onverwacht einde toen we pas gestart waren. ’t Was op een Leestse winterkermisavond. Onze patroonheilige Sint Niklaas werd gevierd op 6 december, hartje winter. Leest kende toen zijn jaarlijkse koude winterkermis. Eens ’s avonds allen thuis moest de kermisvreugde plaats maken voor de dagelijkse rozenkrans. Schorseneren met rosbief was telkens kermiseten. Misschien kan je de gevolgen al raden ? Weer dicht bij mekaar rond de warme leuvense stoof geschaard, maakte ons vader samen met ons allen in alle ernst het kruisteken. Doch die ernst veranderde in een ietwat verdoken lach voor het ganse gezin. De schorseneren deden hun werk !! Ne knal van de scheet die van tussen iemands billen gleed, maar vader bad gewoon verder, 1ste mysterie, patat een tweede schot. Herbeginnen zei onze Va en in alle ernst. In de naam des vaders en des zoons en des heiligengeestes. Iedereen zei amen, en er volgde een derde schot en een vierde en een vijfde ! Het leek wel weer oorlog. Waren de Duitsers weergekeerd ? Diep christelijk als wij waren kon er met het rozenkransje niet gespot worden. Vader stak in een Franse coleire zijn Paternoster in zijn Vlaamse broekzak. De dag nadien stond er rijst op het menu, en moesten er ’s avonds twee Paternosters gebeden worden. En toch hadden we daags voordien aan vaders gezicht gezien dat hij het ons kon vergeven. Ha ja, zoekt dat maar uit in ne nest van zeven.”
Meester Selleslagh was zeer actief in het Leestse verenigingsleven, vooral in de culturele sector. Zo was hij o.a. medestichter van de toneelvereniging Rust Roest bestuurslid van het Davidsfonds en erelid van de Bond van het Heilig Hart en van verscheidene godsvruchtige broederschappen. Hij was ook een goed zanger en acteur en als de buren om een vers verlegen zaten bij één of andere viering wisten ze hem te vinden. Hierna een bloemlezing ons bezorgd door zijn dochter Raf :
“Alle jaren een nieuw ministerie, dat is verduiveld grote mizerie. Maar alle vijfendertig jaar een nieuwe pastoor, dat kan er nog al door. Proficiat Z.E.H. Coosemans, bestuur uw schapen menig jaar zoals den ouden E.H. Beuckelaer.” (deze tekst was geplaatst aan zijn woning ter gelegenheid van de aanstelling van pastoor Coosemans) “Jef van den dries en zijn gezin, Gustje Van Caster en zijn Josefien, wensen den E.H. Coosemans met veel plezier en menig getier, welkom in ons midden hier.” (tekstje voor buur Jozef Fierens) “Fientje, haar zeven schakes en hun chef, begroeten met vreugde E.P. Jef. Hij nog steeds van Gods wegen vergezeld, in het verre toekomstige missieveld.” (Bij de stoet en eremis van de zoon van zijn neef Jozef Selleslagh. ‘Schake’ was de bijnaam van meester Selleslagh, die had hij meegekregen bij zijn huwelijk. Achteraan het geboortehuis van Fien op de Oostdijk stond een enorme schouw, restant van een vlasverwerkingsfabriek…)
Op 20 oktober 1963 overleed, te Leest Ere-Onderwijzer Victor Jozef Selleslagh. “Dierbare vader, omringd van de liefde uwer ontroostbare vrouw en kinderen, van de kinderlijke genegenheid uwer kleinkinderen, van de gehechtheid uwer familieleden , zijt gij de eeuwigheid ingegaan. Later slechts, wanneer de eerste droefheid enigszins zal zijn gelenigd, wanneer de rouwtranen zullen zijn gedroogd, dan zal het verlies worden beseft dat wij bij dit afsterven ondergaan, dan zal de leemte worden aangevoeld, die de onverbiddelijke dood heeft gebracht, dan zullen wij beseffen, welk edelmoedig hart ons is ontnomen. Bij het begin van de rozenkransmaand heeft de H. Missie die gij van op uw ziekbed zo schoon meebeleven mocht, U de zoetste troost geschonken en de weg naar de hemel voor U voorbereid. Moge God u de beloning schenken voor uw vroom geloof en vurige christenliefde. Uw voorbeeld en nagedachtenis zal voor immer in ons voortbestaan.” Beklijvende woorden uit zijn gedachtenisprentje.
Zijn weduwe, Delphine De Wit (°Tisselt 19/8/1894) zou hem bijna 32 jaar overleven, zij overleed een maand voor haar 101ste verjaardag te Leest op 13 juli 1995.
Foto’s :
-Het gezin Selleslagh-De Wit na de oorlog. V.l.n.r.: Raymond, Hubert, moeder Fien, Raf (voor moeder), Maria (voor Raf), Irma, Vader Victor en voor vader Cyriel en voor deze laatste staat Frans.
-Zijn doodsbrief.
-Zijn doodsprentje, hier staat foutief zijn overlijdensdatum vermeld, niet 20 oktober maar 22 oktober was de exacte dag van zijn heengaan.
-De laatste rustplaats van Victor en Fien op het kerkhof van Leest.
-Nog een laatste foto van een mens om fier op te zijn.
Met dank aan dochter Rafke voor de foto’s en teksten.


















































































