De Nar



Ik zag een Nar,
Ik zag zijn mooi gelaat
Bij een gondel,in een waterstraat
De vreemde glimlach,
van zijn dode zwarte ogen
heeft mij tot in mijn hart bewogen
****************
Hij is het dwaalspoor van verlangen
met zijn bolle gouden wangen.
Achter het kajuitsraam van zijn boot,gevangen
peilt hij de diepte van de stad
****************
Het is geen gemis
dat ophoudt op het water,
Hij kijkt en ziet het nu en later
en spot met al die gekheid
in vergane dingen,
in dromen zacht,
van hoop
en herinneringen.
*********************
Neem alles met je mee
vaar door Venetië,vaar over de zee
en tel de sterren,
die aan de hemel staan.
alvorens je lach als een schim zal vergaan.
*****************
Ronny Castelein.




































