De grote reis


Ga jij met me mee in de trein van de tijd,
Op die boeiende reis door de eeuwigheid
Dan ben ik niet bang voor wat gaat
of wat komt
Om het even hoe grillig de weg
ook kromt.
********
Ons bed ligt niet alle dagen gespreid,
Op die boeiende reis door de eeuwigheid
Soms geselt de hagel
ons recht in het gezicht
En helpt het niet
Al doe je het raam dan dicht.
********
Hier doe je wat op
en daar raak je wat kwijt
Op die boeiende reis door de eeuwigheid.
Vandaag kan het Lente zijn
zonnig en zacht,
En morgen valt plots'ling de winternacht.
********
Geen licht zonder schaduw,
geen dag zonder strijd.
Op die boeiende reis door de eeuwigheid.
Soms jagen wij rakelings
langs het ravijn,
En vraag je ontzet
Is dat onze trein?.
********
Een wondere mengeling
van vreugde en spijt
Op die boeiende reis door de eeuwigheid.
De bloem heeft zijn geur
En de vogel zijn lied,
Maar de mens weet op zoveel
het antwoordt niet.
*******
Ga jij met mij mee
in de trein van de tijd
Op die boeiende reis door de eeuwigheid.
Dan blijven we samen
voor eens en voor goed.
In het uur van geluk
en van tegenspoed.
********
Op geschreven juli 1984
gedicht van Jules de Corte


































