SNEEUW


1. Sneeuw is niet wit.
Eigenlijk heeft sneeuw geen kleur. Net als ijs, is sneeuw doorschijnend. Alleen: omdat de kristallen in sneeuwvlokken werken als prisma's breken die het licht op in een veelheid van kleuren. Die kleuren botsen tussen de sneeuwvlokken, weerspiegelen en absorberen het licht en het resultaat is dat we wit zien.
2. Sneeuw is een mineraal, net als diamant en zout.
3. De gemiddelde sneeuwvlok bevat 180 miljard watermoleculen.
4. Te veel sneeuw kan je gek maken. Pibloktoq is een vorm van hysterie die voorkomt bij mensen die rond de Noordpool leven.
5. In het centrum van bijna elke sneeuwkristal zit een onooglijk stofdeeltje. Dat kan volkanische as zijn, maar ook een buitenaards partikeltje.
6. Wanneer een sneeuwkristal zich rond dat stofdeeltje vormt, wordt zijn vorm gewijzigd door vochtigheid, temperatuur en wind.
7. Zwarte sneeuw gezien? Het kan echt. Af en toe valt er zwarte, maar ook rode of gele sneeuw. Dat is vermoedelijk toe te schrijven aan pollen in de lucht, stof of as en roet.
8. Rode sneeuw kan je beter niet eten. De zogenaamde 'watermeloensneeuw', roodachtige sneeuw die naar verse watermeloen ruikt, verkrijgt zijn kleur door gepigmenteerde algen die in ijs groeien. De sneeuw smaakt heerlijk, maar je krijgt er geheid diarree van.
9. De meeste sneeuwkristallen zien er helemaal niet uit als de decoraties die je in de kleuterklas uit gevouwen papier knipte. Doorgaans zijn sneeuwvlokken hele groepen aaneengeklitte van die perfect symmetrische kristallen.
10. Geen twee sneeuwvlokken zijn gelijk? Ook dat is een fabeltje. In hun prilste groeistadium zijn heel wat sneeuwkristallen bijna identiek, en eens volgroeid zijn ze ook heel gelijkaardig.

12. Sneeuw zorgt voor stilte. De lucht in verse sneeuw kan geluidsgolven absorberen en gevangen houden. Maar van zodra het oppervlak van de verse sneeuw hard wordt, weerkaatst de sneeuw het geluid, waardoor het veel verder reikt.





































