Wie waren de krachtpatsers die Stonehenge bouwden?

Stonehenge – het megalithische bouwwerk in het Verenigd Koninkrijk – is een raadselachtig monument waarvan nog vele mysteries opgelost moeten worden.
Nieuw onderzoek licht alweer een tipje van de sluier en omschrijft waar de bouwers van Stonehenge precies vandaan kwamen. Opgepast, want er volgt meteen al een spoiler: de krachtpatsers waren niet afkomstig van het Verenigd Koninkrijk. Uit DNA-onderzoek blijkt dat de voorouders helemaal van Anatolië, het huidige Turkije, kwamen. Ze bereikten het Verenigd Koninkrijk omstreeks 4.000 voor Christus. Zo’n 900 jaar later (3.100 voor Christus) begonnen hun nakomelingen aan het indrukwekkende bouwwerk.
Weet wel dat het Stonehenge-complex in verschillende fases gebouwd werd. In totaal zou men er zo’n 3.000 jaar aan werken. Omstreeks 2.500 voor Christus begonnen ze met de eerste blauwe hardstenen te sleuren waardoor het monument stilaan de vorm begon aan te nemen die we nu kennen. Voordat de voorouders van de bouwers het Verenigd Koninkrijk bereikten, legden ze een hele weg af. Ze reisden voornamelijk langs de kustlijn van de Middellandse zee en passeerden daarbij landen zoals Griekenland, Spanje en Portugal. Uiteindelijk bereikten ze enkele honderden jaren later het noorden van Groot-Brittannië. Onderweg deelden de Anatolische volkeren hun kennis.

Die kennis was tweeledig: ze deden aan landbouw terwijl er in de meeste Midden-Europese landen nog jager-verzamelaars woonden. Bovendien keken de andere volkeren toe hoe de krachtpatsers stenen monumenten – beter bekend als megalieten – bouwden.
De twee groepen, jager-verzamelaars en boeren, leefden gescheiden van elkaar. De eerste groep had een donkere huid en blauwe ogen, terwijl de tweede groep bleker was, zwarte haren had en donkere ogen. Na een tijdje maakten de primitievere volkeren plaats voor de landbouwers, landbouwers die graag indrukwekkende monumenten bouwden. Rond 2.400 voor Christus maakten de Anatolische volkeren alweer plaats voor nieuwkomers. De klokbekercultuur zou de plaatselijke bevolking volledig gaan vervangen. Zij herstructureerden de blauwe stenen, iets minder nauwkeurig dan de vroegere boeren deden. Omdat de stenen minder grondig in de grond verankerd werden, zouden sommige exemplaren doorheen te tijd beginnen te hellen.