03 mei: Als het op Sint Filip regent, is de oogst gezegend.
10 mei: Pas op, pas op, pas op Sint Job, want hij steekt een vuurtje op.
• Als de zon schijnt op Sint-Gregoor, een goede oogst door en door.
• Als er schaapjes aan de hemel staan, kan men zonder paraplu wandelen gaan.
• Als het dondert in mei valt er dikwijls hagel bij.
• Als 't op Sint Philippus regent, is de oogst gezegend.
• Avonddauw en zon in mei, hooi met karren op de wei.
• Dauw in mei en april maken goede augustus en september.
• De eerste mei hebben alle vogels een nest of een ei.
• Donder in mei geeft gras in de wei.
• Donder in mei, zingt de boer : jochei !
• Een koude mei, een gouden mei.
• Een natte mei, brengt boter in de wei.
• Einde van mei, staartje van de winter.
• Geen rijmke na Sint Pancreas, ook niet na Bonifaas, geen vlokje na Servaas.
• Geen rijmpken na Servatius, geen vloksken na Bonifacius.
• Het onweer in de mooie mei, doet 't koren bloeien op de hei.
• Is het weer in mei zeer mooi, dan ziet de schuur maar weinig hooi.
• Is mei nat, de droge juni volgt zijn pad.
• Is met Sint Servaas geen rijm te zien, dan zal Bonifaas geen sneeuw ons bieen.
• Koele mei, goed geschrei.
• Mei, koel en nat, brengt koren in de schuur en spek in 't vat.
• Mei, koel en nat, vult de schuur en ook de zak.
• Mei, koel en wak, brengt veel koren in de zak.
• Onweer in mei is een vruchtbaar getij.
• Onweer in mei maakt de boeren blij.
• Pancraas, Servaas en Bonifaas, zij geven vorst en ijs, helaas.
• Regen en wind in het midden van mei, maakt de boeren niet erg blij.
• Regent het op Sint Urbijn, zo is er weinig wijn.
• Servaas moet verlopen zijn, voor de nachtvorst goed en wel verdwijnt.
• Veel onweer in mei, maakt de boeren blij.
• Voor nachtvorst ben je niet beschut voor Servatius zich over je beschermt.
• Voor Servatius geen zomer, na Servatius geen vorst.