LEVEN IN DE OCEAAN - HONGER 4

- Bord leegeten!
De zee is rijk aan voedsel, maar de lekkernijen zijn niet evenredig verdeeld. De hoeveelheid leven hangt af van diepte, weer, wind, temperatuur en stromingen.
De ongelijke voedselverdeling betekent dat sommige dieren contant kunnen eten en dat andere genoegen moeten nemen met oneetbare dingen ... of met één maaltijd in hun hele leven.
-Walvissen filteren 3000 liter water. Plankton, algen en diertjes die in het water ronddrijven vormen de grootste voedselbron in zee. Grote walvissen overleven door met open bek rond te zwemmen en 2000 tot 3000 l water te filteren. Zo houdern ze honderden kilo's plankton over. Met zijn tong perst de walvis het water door de baleinen zijn bek uit. De baleinen filteren alle diertjes. Hij laat zijn tong rondgaan en slikt het voedsel door.
- De grootbekaal is een diepzeevis die een prooidier door kan slikken dat groter en langer is dan hij zelf. Hij heeft een enorme bek, en een maag die kan uitrekken tot een aantal keer zijn normale grootte. Als hij eet, is het een hele bek vol. Zodra hij volwassen is, is dat nog één keer. De maaltijd moet dus veel energie bevatten.
- Een zeewolf eet wat andere dieren niet lusten: prooien met dikke schubben. Om die te kunnen verbrijzelen heeft de zeewolf grote, stompe tanden en krachtige kaakspieren. Het gebit slijt snel en moet twee keer per jaar gewisseld worden.










