WEERSPREUKEN NOVEMBER


WEERSPREUKEN
- Zwaait de winter in november al met zijn staf , zijn rijk vindt snel zijn graf.
- Een Allerheiligen met zonneschijn , geeft in de winter veel pijn.
- Als de bomen voor de tweede keer bloeien , gaat de winter zich met ons tot mei bemoeien.
- Als het in november ‘s morgens broeit , wis dat de storm ‘avonds loeit.
- Als in november ‘t water stijgt ,weet dat ge ‘t in de winter nog vaker krijgt.
- Na het feest van Sint Maarten , krijgt de winter schone kaarten.
- Is de hemel al te blauw , spoedig wordt hij dan weer grauw.
- Als ‘t vriest in november , sneeuwt ‘t in december.
- In November kom je tegen , harde wind en fikse regen.
- Bomen ontkleed , mensen gekleed.
- November laatste noot , vult altijd de sloot.
- Wie houdt van wind , November bemint.
- November heeft maar dertig dagen , maar dubbel wind en regenvlagen.
- Begin november al erg koud, zich niet lang staande houdt.
- Brengt het najaar helder weer , het zal des winters stormen op het meer.



























