Dinsdag 1 maart 2011
WEERSPREUKEN MAART

Enkele algemene weerspreuken voor de maand maart:
• De maartse maan brengt het kwaad weer aan.
• Een droge maart is goud waard.
• 't Is in het begin of aan het end dat ons maart zijn gaven zendt.
• Daar is geen maart zo goed of 't sneeuwt op de boer zijn hoed.
• Danst het lammetje in maart, april vat het bij de staart.
• De eerste donder in maart pakt de elf bij de staart (vis die paart in maart).
• De maartse zon en aprilse wind schendt zo menig koningskind.
• Die zichzelve wel bemint wachte zich voor maartse zon en aprilse wind.
• Een droge maart en natte april dat is de boeren naar hun wil.
• Een natte maart geeft veel lijnzaad.
• Maart droog en april nat veel hooi en zaad zat.
• Maart guur betekent een volle schuur.
• Maart koel en nat, veel koren in het vat.
• Maart zonder blomme, zonder dauwe, brengen ons op het eind in 't nauwe.
• Maart pakt ze bij de staart, april met de bil.
• Maartse regen brengt geen zegen.
• Maart roert zijn staart.
• Maarte: een vuile taarte.
• Mist in maart, water of vorst in mei.
• Nooit is maart zo goed of hij sneeuwt wel een volle hoed.
• Maart heeft venijn (kruk, knepen, kuren) in zijn staart.
• Nooit is maart zo goed of hij sneeuwt een herder op zijn hoed.
• Of als hij komt, of als hij scheidt heeft de oude maart zijn gif bereid.
• Sneeuw in maart voor vrucht en druiven nadeel baart.
• Stof in maart is goud waard.
• Vochtige maart de boeren smarten baart.
• Voor oude lieden heeft maart kwaad in de staart.
• Wat maart niet en wil haalt zich in april.
• Wil maart reeds donder, sneeuw in mei is dan geen wonder.
• Zo menig vorst in maart, zo menig dauw in april.
• Zoveel nevel in maart zoveel regen na Pasen.
• Zoveel nevels in maart zoveel onweders in de zomer.
• Als de hoenderen kakelen lang en goed, het zal regenen in overvloed.
• Wie zichzelve wel bemint, hoede zich voort maartse zon en aprilse wind.
• Maart guur: volle schuur.
• Sneeuw en hagel en regen en wind, daarvan is maart een vrind.
• Zoveel nevels zich in maart vertonen met zoveel onweer zal de zomer komen.
• Donder in het groene hout, geeft een zomer nat en koud.
• Nooit is maart zo zoet, of hij sneeuwt een volle hoed.
• Een droge maart is goud waard.
• Natte maart, veel gras.
• Maartse buien die beduien dat de zomer aan komt kruien.
05 maart
• Op Sint Adriaan laat de hagel geen gras staan.
• Regen op Sint Adriaan laat niks meer droog staan.
09 maart
• Cisca, Cisca, schei, toch uit en schud al die brol niet uit.
10 maart
• Zoals het weer de 40 martelaren vindt, zo blijft het veertig dagen met zijn vrind.
12 maart
• Is het weer op Sint Gregorius dol dan kruipt de vos reeds uit zijn hol. Is het schoon en zonder vlagen, hij schuilt nog veertien dagen.
14 maart
• De eerste donder bromt als Sint Mathildis komt.
17 maart
• Op Sinte Geertrui komt de warmte uit de grond.
19 maart
• Sint Jozef schoon en goed een vruchtbaar jaar verhopen doet.
• Als het helder is op Sint Jozefsdag een goed jaar verwachten mag.
• Sint Jozef helder en klaar geeft ons zeker een goed jaar.
• Zoals de wind waait op Sint Jozef, zo waait hij een heel jaar.
• 21 maart ( LENTE)
• Met zuidenwind op Sint Benooi valt het jaar in een goede plooi.
22 maart
• Een spreeuw op het dak maakt de lente niet.
25 maart
• Als Maria Boodschap schoon en helder is voor zonsopgang, komt een vruchtbaar jaar.
27 maart
• Is het op Sint Rupert rein, zo zal het ook in juli zijn. •
Geschreven door Linara om 00:00
Reageer op dit bericht


































