Naar de inhoud

VAN ALLES WAT.... EEN KIJKJE WAARD!

Mooie prenten, weerspreuken, kaarten, grapjes, weetjes ...
akke.beakke.be
L I NA R A glitter

Categorie: WEERSPREUKEN

WEERSPREUKEN FEBRUARI

WEERSPREUKEN FEBRUARI

Lichtmis valt op 2 februari en kondigde vroeger het einde van de koude winter aan. Doordat Maria Lichtmis in een periode valt waarin de dagen langer beginnen te worden.

  • Als met Lichtmis de zon schijnt op de toren, krijgt men nog zoveel sneeuw als tevoren. 
  • Als op Lichtmis de zon schijnt door het hout, dan is het nog wel zes weken koud.
  • Geeft Lichtmis klaverblad, met Pasen sneeuw op het pad.
  • Brengt Lichtmis wolken en regen mee, is de winter voorbij en komt niet meer.
  • Drupt er met Lichtmis de hagedoorn, dan is het een goed jaar voor het koren.
  • Lichtmis klaar, goed roggejaar. 
  • Als Lichtmis komt met blommen, zal Pasen met sneeuw en ijs kommen.
  • Water op Sint-Agatha (5 februari) is melk in de boerkarn.
  • Sint-Amaan (6 februari) doet het zaaikleed aan.
  • Op Sint-Romaldus (7 februari) storm en blazen, zal in mei het vee doen grazen.
  • ’t Is voor de oogst bijzonder goed, als’t op Sinte Appolonia (9 februari) waaien doet.
  • Dooi op Sint-Valentijn (14 februari), doet veel water in de wijn.
  • Is het klaar op de dag van St. Valentin, dan vriest het rad van de watermolen in.
  • Klaar weer op Sint-Silvijn (17 februari), het kan nog twee maanden winter zijn.
  • De nacht van Sint-Pieters’stoel (22 februari) duidt aan hoe veertig dagen ’t weer zal staan.
  • Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs, maar wil het ijs niet breken, dan vriest het nog zes weken.
  • Regen in Sinte Walburgisnacht (25 februari), heeft de kelder steeds vol gebracht.
  • Sint-Romanus (28 februari) hel en klaar, wijst ons op een vruchtbaar jaar.
  • Komt februari met goed weer, dan vriest het in ’t voorjaar des te meer.
  • Is februari guur en koud, dan komt er een zomer waarvan je houdt.
  • Is februari zacht, dan brengt de lente vorst bij nacht.
  • Is februari zacht en stil, dan komt de noordenwind in april.
  • Als vroeg krokussen bloeien, dan zullen ze met de koude stoeien.
  • In februari ziet de boer liever een hongerige wolf, dan een man in hemdsmouwen.
  • In de korte maand regen, is vette mest een zegen. Februari regen is voor de landman een zegen.
  • Is februari nat en koel, dan wordt juli dikwijls heet en zwoel.
  • Schijnt morgenrood je tegen, dan dreigt februari met regen. 
  • Ligt de wind in februari stil, dan komt hij zeker in april.
  • Februari is nooit zo goed, of het vriest wel een hoed.
  • Februari met vorst en wind, maakt weldra de Pasen blind. 
  • ’s Morgens wit berijpte daken, zal ’t gauw tot nattigheid geraken.
  • Als de muren uit gaan slaan, is het met de vorst snel gedaan.
  • Komt februari met goed weer, dan vriest ’t in voorjaar des te meer.
  • Alle maanden van het jaar vrezen een mooie februaar.
  • Op schrikkeldag gaat de zon vaak overstag.
  • Nooit is de schrikkelmaand zo fel of ze geeft haar vijf zomerse dagen wel. Februari komt verklaren, dat men hout en kool moet sparen.
  • Februari mist, hooi in de kist.
  • Februari nat, vult schuur en korenvat.
  • Geeft februari muggendans, voor maart is er een slechte kans.
  • Is februari zacht, de lente brengt vorst bij nacht.
  • Zachte februari, ellende het ganse jaar.
  • Als het in februari niet sneeuwt, weet dan dat je later, in de zomer van hitte geeuwt.
  • In februari al de lente? Dat geeft broden zonder krenten.
  • Vliegt de mug in februaar, dan huivert men het ganse jaar.
  • Hagelt en dondert het in februari, dan mag men rekenen op een mooie herfst.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN JANUARI

WEERSPREUKEN JANUARI 

  • Als het Driekoningen (6 januari) is in’t land, komt de vorst in het vaderland.
  • Als het vriest op Driekoningendag (6 januari), dan vriest het dertien weken lang.
  • Vriest het op de elfde nacht, zes weken vorst wordt er verwacht.
  • Geeft Sint-Hilarius (13 januari) zonneschijn, weldra zal het kouder zijn.
  • Als het op Sint-Hilarius vriest, de boer zes weken niest.
  • Sint-Pauwel (15 januari) is de eerste der drie harde koppen.
  • Sint-Anthonius (17 januari) schoon en helder, vult het vat en ook de kelder.
  • Sebastiaan (20 januari), koud en kil is’t in de kerken en bevroren ligt de baan.
  • Sint-Antoon (17 januari) en St. Sebastiaan (20 januari) komen met het hardste van de winter aan.
  • Maakt Sint-Teunis (17 januari) de ijsbrug, St. Sebastiaan (20 januari) slaat ze stuk. 
  • Sint-Pieterstoel (18 januari) bevroren, een droog jaar geboren.
  • Staat Sint-Pieters’stoel te Rome in de sneeuw of in het nat: d’r staat een vochtig jaar te komen, het kan niet missen dat.
  • Sint-Fabiaan (20 januari) en St. Sebastiaan (20 januari) doen het sap in de bomen gaan.
  • Als het vriest op Sint-Sebastiaan (20 januari) dan is het met lichtmis  met de vorst gedaan.
  • Sint-Sebastiaan, die ’t were maakt, doet het vriezen dat het kraakt.
  • Sint-Vincentius (22 januari) met zonneschijn, geeft veel koren en ook veel wijn.
  • Is het op Sint-Paulus (25 januari) schoon en klaar, dan brengt het een gezegend korenjaar.
  • Is het op Sint-Paulus (25 januari) sneeuw of regen, dan komt een mager jaar ons tegen.
  • Als Sint-Paulus (25 januari) zijn kapje in het droge draagt, dan wordt het een goed tarwejaar.
  • Als de schaatsliefhebbers op Sint-Sulpitius (29 januari) op de schaats staan, zal het weer in ’t voorjaar van slag zijn.
  • Geeft Sint-Sulpitius (29 januari) schoon ijs, dan is de lente goed en wijs.
  • Dooien op Sint-Aldegonde (30 januari), vult de kelder met een vloed van zonde.
  • Geeft januari een sneeuwtapijt, dan zijn we gauw de winter kwijt.
  • Valt in januari de sneeuw heel dik, dan is bij ’t hooien de boer in zijn schik.
  • Heeft januari koude en droge dagen, dan zal in februari sneeuw u plagen.
  • Is het in januari zacht, dan krijgen lente en zomer veel groeiende kracht.
  • Januari zonder sneeuw maar met veel regen, brengt de boer geen zegen.
  • Als in’t louwmaand mistig is, wordt de lentemaand fris.
  • Nieuwjaarsnacht schoon en klaar beduidt een vruchtbaar jaar.
  • Schijnt de zon op nieuw jaar, dan komt er een goed appeljaar.
  • Als in januari de vorst niet komen wil, dan stellig in april.
  • Brengt januari ons strenge vorst, dan lijden we ’s zomers geen honger of dorst.
  • In januari moet het vriezen, de stenen uit de grond.
  • De boer en zal niet kniezen maar vindt dat heel gezond.
  • Sneeuw en donder in januari, voelt men vaak het ganse jaar.
  • Draagt Nieuwjaarsmaand een sneeuwwit kleed, dan is de zomer zeker heet.
  • Als de kat in januari in de zon ligt, ligt ze in februari achter de kachel.
  • Als de dagen lengen, begint de winter te strengen.
  • Als in januari de muggen zwermen, dan kun je in maart de oren wermen.
  • Geeft januari een muggenzwerm, dan hoort ge in de Oogstmaand licht gekerm.
  • Dansen de muggen in januaar, dan wordt de boer een bedelaar.
  • Gelijk januari, zo ook juli.
  • Nevels in januari opgestaan, brengt een natte lente aan.
  • Op een milde januari volgt vaak een gure lente en een warme zomer.
  • Onweert het in januaar, dondert het gans het jaar.
  • Geeft januari géén wintervlagen, dan zal februari ons daarmee plagen.
  • Is het in januari nat, ledig blijven schuur en vat.
  • Januari zonder regen, is voor de boerenstand een zegen. Is januari mild en klaar, dan volgt een gure lente dit jaar.
  • Knapt januari niet van de kou, dan zit men ’s zomers in de rouw.
  • Stoot de mol in Januaar, kijk van kou in mei niet raar.
  • Als het gras groeit in januaar’, is het slecht voor ’t ganse jaar. 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN DECEMBER

Weerspreuken en gezegden – december

  • Is op Kerstmis de hemel klaar, verwacht dan vrij een vruchtbaar jaar.
  • Kerstnacht helder en klaar, geeft een gezegend jaar
  • Silvesterwind (31 december) met morgenzonneschijn, geeft zelden goede wijn.
  • Veel sneeuw op Oudejaar, veel hooi in ’t nieuwe jaar.
  • Warme Kerstnacht, koude Pasen.
  • Zijn de bomen om Kerstmis wit van sneeuw, ze zijn in de lente wit van bloesem.
  • Als Sint-Eligius met ijs begint, wil hij drie maanden dat tot vrind.
  • Sneeuw veel en lang, maakt de klaver niet bang.
  • Sint-Elooi, brengt geen dooi.
  • Een sneeuwjaar is een hooijaar.
  • Breng december kou en sneeuw in ’t land, wast het koren zelfs in ’t zand.
  • Veel sneeuw, veel brood.
  • Als de zon met Kerstmis schijnt op de toren, dan is het vlas verloren.
  • Als met Kerstmis de muggen zwermen, moet ge met Pasen uw gat wermen.
  • December koud en wel besneeuwd, zo maakt maar grote schuren gereed.
  • Zo hoog in de winter de sneeuw, zo hoog in de zomer het gras.
  • Sneeuwtapijt, ’t groen bevrijd.
  • Decemberwind uit het oost, brengt de zieken weinig troost.
  • December zacht en dikwijls regen, geeft weinig hoop op rijke zegen.
  • Decembermist, goud in de kist.
  • Decemberwind van oost, brengt zwakken luttel troost.
  • Is december veranderlijk, beste vrind, dan is heel de winter slechts een kind.
  • Als Sinte Barbara wil, staat de vriezeman stil.
  • Donder in de decembermaand, belooft veel wind in ’t jaar aanstaand.
  • December koel en nat, ledigt gans het korenvat.
  • Zoveel ijzelbochten in de winter, zoveel koren in de oogst.
  • Sinte Lucije, laat de dagen dijen.
  • Blaast de noordenwind met decembermaan, dan houdt de winter vier maanden aan.
  • Droge december, droog voorjaar, droge zomer.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN NOVEMBER

weerspreuken en gezegden – november

  • Zwaait de winter in november al met zijn staf , zijn rijk vindt snel zijn graf.
  • Een Allerheiligen met zonneschijn , geeft in de winter veel pijn.
  • Als de bomen voor de tweede keer bloeien , gaat de winter zich met ons tot mei bemoeien.
  • Als het in november ’s morgens broeit , wis dat de storm ‘avonds loeit.
  • Als in november ’t water stijgt ,weet dat ge ’t in de winter nog vaker krijgt.
  • Na het feest van Sint Maarten , krijgt de winter schone kaarten.
  • Is de hemel al te blauw , spoedig wordt hij dan weer grauw.
  • Als ’t vriest in november , sneeuwt ’t in december.
  • In November kom je tegen , harde wind en fikse regen.
  • Bomen ontkleed , mensen gekleed.
  • November laatste noot , vult altijd de sloot.
  • Wie houdt van wind , November bemint.
  • November heeft maar dertig dagen , maar dubbel wind en regenvlagen.
  • Begin november al erg koud, zich niet lang staande houdt.
  • Brengt het najaar helder weer , het zal des winters stormen op het meer.
  • Houden de bomen hun bladeren lang , wees voor een strenge winter bang.
  • Allerzielen zonder vuur , spaart geen brandhout uit de schuur.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN OCTOBER

OCTOBER 

  • Brengt oktober wind en kou , dan is januari lauw.
  • Het laatste weer van oktober , reikt november de hand.
  • In augustus zure druiven , in oktober zoete wijn.
  • Oktober met veel regendrang , maakt de sterkste man nog krank.
  • Oktober vijs , november grijs , december ijs.
  • Oktober brengt ons wijn en zonnige dagen , maar ook jicht en andere plagen.
  • Maar is oktober nat en koel , dan is een zachte winter een voorgevoel.
  • Brengt oktober veel vorst en wind , zo zijn januari en februari zeer mild.
  • Als het waait en vriest in de oktober nacht , dan verwachten wij een januari zacht.
  • In oktober nat en koel , wordt de winter zacht en koel.
  • Als het in oktober dondert , komt er een kwakkelwinter.
  • Oktobermaand met dichte mist , brengt zeker vorst al in de kist.
  • In oktober veel regen , voor het kerkhof altijd zegen.
  • Is oktober warm en fijn , het zal een scherpe winter zijn.
  • Maakt oktober veel gedruis , is het met de wijn niet pluis.
  • Oktobermaand met dichte mist , brengt zeker vorst al in de kist.
  • Oktober heeft eenendertig dagen , maar vaak het dubbele aan storm en regenvlagen.
  • Blinkt oktober in zonnen goud , de winter volgt dan snel en koud.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN SEPTEMBER

weerspreuken en gezegden – september

  • In september warme regen, brengt de boeren rijke zegen.
  • Is het 1 september heerlijk weer, de herfst zal mooi zijn evenzeer.
  • Trekvogels in septembernacht, ze maken de kersttijd zacht.
  • Een warme september, een droge oktober.
  • Warm in september, koud in december.
  • Blijven de zwaluwen lang, wees voor de winter niet bang.
  • Vallen de eikels al voor Sint-Machiel, dan snijdt de winter door lijf en ziel.
  • Schijnt de herfstzon met zomerkracht, maakt veelal de winter zacht.
  • Op de 5 de september wordt bewezen, wat het voor weer de hele maand zal wezen.
  • Als in september de donder knalt, met kerst sneeuw met hopen valt.
  • Vallen de bladeren vroeg, dan wordt de herfst niet oud.
  • Vorst in september, zacht in december.
  • Komen de pluimen aan het riet, bedenk het is nazomer en geniet.
  • In september warme regen, brengt de boeren rijke zegen.
  • Septemberregen komt de druiven gelegen 
  • Was het weder in september warm, dan krijgen wij een winter arm.
  • Als de R is in de maand, is het weer niet altijd meegaand. 
  • Warm in september, koud in december.
  • Als het in september dondert, leveren granen wel honderd.
  • Schijnt de herstmaandszon met zomerkracht, maakt veelal de wintermaand ook zacht.
  • September regen, komt de druiven gelegen.
  • Heerst in september avond vree, dan brengt dat spinnenkoppen mee.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 09:05 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN AUGUSTUS

De mooiste weerspreuken en gezegden – augustus

  • Is het heet op St. Domijn (4 aug.) dan zal’t een strenge winter zijn.
  • Op Sint-Laurentius (10 aug.) een regenvlaag, zes weken lang duurt die regenplaag.
  • Als Sint-Laurens (10 aug.) het hoofd goed staat, houdt men mooi weer.
  • Laurens (10 aug.) en Bartel (24 aug.) schoon, de herfst een gouden kroon.
  • Laurentius met veel zonneschijn, beduidt een jaar vol goede wijn.
  • Met Laurentius van het klooster ligt gans de wereld op een rooster.
  • Het weder van Sint-Cassiaan (13 augustus), houdt meerdere dagen aan.
  • Vliegen bijen uit hun hokken, al is het mistig en betrokken, wees rustig en bedaard, het is zo opgeklaard.
  • Geeft augustus zonneschijn, zeker krijgen we gouden wijn.
  • Gelijk Bartel (24 aug.) waar, zo ook het ganse najaar.
  • Is het warm en voorspoedig weer, brengt augustus de eerste peer.
  • Noordenwind in augustus opgestaan, brengt standvastig weder aan.
  • Regen op Maria Hemelvaart ( 15 aug.) is weinig wijn en slecht van aard.
  • Zo de eerste week van Oogst is heet, dan staat een lange winter gereed.
  • Als Sint-Dominicus (4 aug.) gloeit, een strenge winter bloeit.
  • Is het heet op Sint-Domijn, het zal een strenge winter zijn.
  • Aanhoudend hanengekraai in de vroege morgen, gaat ons mooi weer bezorgen.
  • Noordenwind in augustus opgestaan, brengt standvastig weder aan.
  • Is de eerste week van de oogstmaand heet, maakt zich de winter gereed.
  • In d’oogstmaand augustus veel dauw, dan blijft de hemel schoon en blauw.
  • Voelt men in augustus de wind uit zuidwest met felle stoten, een witte kerst is zeker nog niet uitgesloten.
  • Menigeen heeft het ondervonden, wervelwinden zijn aan het augustusweer verbonden.
  • Is vijftien augustus goed en klaar, het wordt een goed bijenjaar.
  • Valt in augustus veel regen, is dat voor het bos een zegen.
  • Worden de zomernachten koud, zwijgen de vogels in het woud.
  • Steeds ontstond de beste wijn, door de heetste zonneschijn.
  • Waren de Hondsdagen (19 juli tot 18 augustus) schoon en klaar, beloven een voorbeeldig jaar.
  • Na de hondsdagen wachten, de eerste kille nachten.
  • Zoals Bartholomeus (24 augustus) is, blijft het ook heel de herfst gewis.
  • Sint-Barthelsdag ons vaak vermeldt, hoe het in de herfst zal zijn gesteld.
  • Valt in augustus veel regen, dan is dat voor het bos een zegen.
  • Als de wespen ons komen plagen, volgen regen en onweer in vlagen.
  • Blijven de zwaluwen na de Heilige Lodewijk (25 augustus) lang, wees dan voor de winter niet bang.
  • Sint-Augustijn (28 augustus) stopt de zomer in bed, tot de winter is gered.
  • Na Sint-Augustijn, zullen de onweders over zijn.
  • Als de bliksem reeds gestorven is, leven de wervelwinden nog een maand.
  • Als het veel regent op Sint-Jans Onthoofding (29 augustus), dan bederven de noten.
  • Mist na regen, brengt geen zegen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 23:57 1 reactie Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN

WEERSPREUKEN JULI

Is de eerste juli regenachtig, geheel de maand zal wezen twijfelachtig.

 In de Hooimaand moet gebraden wat in september moet geladen. (Voor een overvloedige oogst is een hete maand juli nodig)

 Wat juli en augustus aan de wijn niet koken, dat zal er september niet aan braden. (als de maanden juli en augustus niet heet zijn, mislukt de wijnoogst)

 In juli zonnebrand, wenst ieder op het land.

 Juli met de warmste dagen, broedt de grootste donderslagen.

 Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen.

 Juli bakt ons vaak in het zweet, augustus is ook wel eens heet.

 Nog nooit was een boer arm, was juli vochtig en warm.

 Mistsluiers in de vroege nacht geven julidagen in volle pracht.

 Wil het in juli niet heten, zal men in augustus zweten.

 Wanneer juli verkeert in gloed, dan worden vrucht en wijnen goed.

 Is in juli de ochtend rood, ‘s avonds verkeert het weer in nood

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN JUNI

WEERSPREUKEN JUNI

  • Is juni nat en guur, dan wordt alles slecht en duur.
  • In juni dondergevaar, dan is het een vruchtbaar jaar.
  • Wie nu zijn vel niet brandt, staat straks als een bleekscheet op het strand.
  • Als de noordenwind in juni staat, komt het onweer veel te laat.
  • Boeren maaien nu hun grasjes, stedelingen pakken hun terrasjes.
  • In juni te veel regen in de nok, schaadt de bij en de bonenstok.
  • Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.
  • Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind.
  • Blaast juni uit de noorderkant, verwacht veel koren op het land.
  • Donderweer in juni maakt het koren dik.
  • Zware onweers baren dikke korenaren.
  • Juniweer meer droog dan nat, vult met goede wijn het vat.
  • Op juni komt het aan, of de oogst zal bestaan.
  • Als het koud en nat in juni is, dan is het heel het jaar ook mis.
  • Hoort ge in juni de donder kraken, dan maken de boeren goede zaken.
  • In juni koude en een regenvlaag, ziet het boerke niet zo graag.
  • Zo heet het is in juni, zo koud het is in december.
  • Is de zomeravond mistig, dan is het weer met gaven kwistig.
  • Wat St. Medardus 1 juni, geeft droog of nat, zes weken duurt het dit of dat.
  • Heeft Magriet 10 juni geen zonneschijn, dan zal het een natte zomer zijn.
  • Regen op Sint Barnabas 11 juni, dan zwemt de oogst in de waterplas.
  • Regen met Sint Veith 1 juni,dan regen het zes weken in de tijd.
  • Het weer van St. Jan 24 juni, houdt dertig dagen aan.
  • Met St. Jan de wind uit het noorden, het goede weer is geboren.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van VAN ALLES WAT.... EEN KIJKJE WAARD!

↑ Terug naar de berichten