Naar de inhoud

VAN ALLES WAT.... EEN KIJKJE WAARD!

Mooie prenten, weerspreuken, kaarten, grapjes, weetjes ...
akke.beakke.be
L I NA R A glitter

Categorie: WEERSPREUKEN

WEERSPREUKEN MEI

De mooiste weerspreuken – mei

  • Scheert de zwaluw over water en wegen, dan komt of blijft er wind en regen.
  • De zonne in de meie, zet oude lieden aan het vrijen.
  • IJsheilige hebben koude koppen.
  • Als de eikels in mei gaan bloeien, zal alles volop gaan groeien.
  • Wie nu zijn koren zaait, voelt zich later niet bekaaid.
  • Het weer wat koel en ‘n buitje erbij, dat maakt in de mei de landman blij.
  • Een koude mei, een gouden mei.
  • Voor nachtvorst ben je niet beschermd, vóór Servatius zich over je ontfermt.
  • Is mei nat, een droge juni volgt zijn pad.
  • In mei een warme regen, betekent vrucht en zegen
  • Onweer in mei, maakt de boeren blij.
  • Meikeverjaar goed jaar.
  • Als het onweert in mei, valt er vaak hagel bij.
  • Is mei nat, een droge juni volgt zijn pad.
  • Pancras, Servaas en Bonifaas, ze geven vorst en ijs helaas.
  • Nachtvorst in mei, houdt jonge groen niet schadevrij.
  • Regen en wind in het midden van mei, maakt de boeren vast niet blij.
  • Als de Bij naar huis toe vlucht, zit er regen in de lucht.
  • Meiregen op het zaad, is goud op de plaat.
  • Hoe meer onweer in mei, zoveel minder in de herfst.
  • Kamillegeur in mei, brengt de zomer dichterbij.
  • Weest op uw hoede, en wacht nu wel, mei baart dikwijls kattenspel.
  • In mei nat, een droge juni volgt haar pad. Mei nat, spek in het vat.
  • Onweer in mei, gras in de wei.
  • Avonddauw en zon in mei, is hooi met karren op de wei.
  • Is het weer in Mei te mooi, dan krijgt de schuur maar weinig hooi.
  • Een natte mei geeft boter in de wei.
  • Mei niet te koud en niet te nat, vult de schuur en ook het vat.
  • Kan vriezen in mei tot de ijsheilige voorbij zijn.
  • Een bijenzwerm in mei, is een goed teken voor de wei.
  • Mei tot jubelmaand verkoren, heeft toch rijm achter de oren.
  • Het onweer in de schone mei, doet het koren bloeien op de hei.
  • Heden schupjes, morgen drupjes.
  • Als is Marmertus oud en grijs, houdt hij van vriezen en van ijs.
  • Roept de houtduif keer op keer, dan komt er vast en zeker mooi weer.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN

WEERSPREUKEN APRIL

  • April veel regen, brengt grote zegen. Het groen des velds het oog bekoort doch zelden houdt april haar woord.
  • Op één april geen zon, vaak water in de ton. (zon en wolken)
  • Hebben wolken rode randen, altijd is er wind en nats voorhanden.
  • Als het in april regenen wil, blijven de boeren niet stil.
  • Gras dat in april wast, staat in mei vast.
  • April maakt de bloem, en mei bekomt de roem.
  • Als in april kevers ontstaan, dan zal de mei van kou vergaan.
  • Valt in april veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat.
  • Verschaft april vele schone dagen,dan pleegt mei de last te dragen.
  • Als april lacht, boerke wees voor uw oogst bedacht.
  • April vult vele zolders, dankzij de vele donders.
  • Op een droge april volgt wel eens een droge zomer.
  • April mooi en rein, in mei zal het donker zijn.
  • Aprillezonne, doet water in de tonne.
  • Mocht het dauwen in april en mei, dan is de boer in sept blij.
  • April doet wat hij wil.
  • Nachtvorst met een Zuidenwind op kersenbloem, daar treurt de kweker om.
  • Aprillertje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.
  • April warm, Mei koel en Juni nat, vullen schuur en ook het vat.
  • April verandelijk en guur, brengt hooi en koren in de schuur.
  • Een grote zon en bleek van schijn, dan zal het regenachtig zijn.
  • In april heldere maaneschijn, zal voor de bloesem kwalijk zijn.
  • Broedt de spreeuw al in april, dan is een schone meimaand op til.
  • Verschaft april veel schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen.
  • Als de hoenders kakelen lang en goed, zal het regenen in overvloedt.
  • Is april schoon en rein, dan zal mei minder zijn.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 11:33 Reageer op dit bericht

WEERS¨REILE? %AART

WEERSPREUKEN MAART

  • Sint-Albijn (1 maart), verandert suiker in azijn.
  • Regent het op Sint-Albinus (1 maart) dat het giet, dan doet de boer dat veel verdriet.
  • Zoals het weer in de Veertig Martelaars (10 maart) vindt, zo blijft het veertig dagen met zijn wind.
  • Als vorst de Veertig Martelaars (10 maart) brachten, dan houden zij die veertig nachten.
  • Als het met de “40” niet vriest, de winter nog lange kniest!
  • Zoals het nu met de Veertig Ridders (10 maart) weent, het nog veertig dagen wederkeert.
  • Is het weer op Sint-Gregorius (12 maart) dol, dan kruipt de vos reeds uit zijn hol.
  • Maar is hij schoon en zonder vlagen, hij schuilt nog veertien dagen.
  • Zo de wind staat op Sint-Gregorius (12 maart), zo staat hij nog veertig dagen.
  • Sint-Mathilde (14 maart) komt uit drie hoeken, met hagelstenen bakt zij koeken.
  • Op Sint-Geertruid (17 maart), komt de warmte de grond uit.
  • Sint-Josef (19 maart) helder en klaar, geeft licht een vruchtbaar jaar.
  • Sint-Jozef sta ons bij, of de winter gaat niet voorbij.
  • Sint-Jozef (19 maart) schoon en goed, een vruchtbaar jaar verhopen doet.
  • Op Sint-Jonas (20 maart) komt dikwijls nog vuur van pas.
  • Met zuidenwind op Sint-Benooi (21 maart), neemt het weer een goede plooi.
  • Sint-Benooi (21 maart), de wind uit noord, blaast zo nog zeven weken voort. 
  • Op Onze-Lieve-Vrouwe-Boodschap keren steeds bij ons de zwaluwen were.
  • Is op Sint-Rupert (27 maart) de hemel rein, dan zal hij ‘t ook in juli zijn.
  • Is het op Sint-Rupertus (27 maart) helder en rein, zo zal ook de zomer zijn.
  • Droge maart, natte april, koele mei, vullen de schuur en de kelder erbij.
  • Die zichzelve wel bemint, wachte zich voor maartse zon en aprilse wind.
  • Komt men in maart onweer tegen, dan krijgt men in juli regen.
  • Donder in maart, vorst in april.
  • Een droge maart is goud waard, als het in april maar regenen wil.
  • Een droge maartse wind, maakt de boeren goed gezind.
  • Zoveel nevels in maart zich tonen, met zoveel onweer de zomer zal komen.
  • Mist in maart, water en vorst in mei.
  • Maart koel en nat, veel koren in het vat.
  • Waait de wind in maart te fel, veel fruit verwacht men wel.
  • Maartse regen brengt geen zegen.
  • Vochtige maart, de boeren zorgen baart.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 10:44 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN X

De mooiste weerspreuken – februari

  • Als er met Lichtmis (2 februari) de zon door de boomgaard schijnt, zal het een goed appeljaar zijn.
  • Als met Lichtmis de zon schijnt op de toren, krijgt men nog zoveel sneeuw als tevoren.
  • Lichtmis, vroeg de zon aan de toren, dan gaat al het vlas verloren.
  • Als er te Lichtmis druppeltjes aan de doornhagen hangen, is ‘t schoon vlas te wegen.
  • Als op Lichtmis de zon schijnt door het hout, dan is het nog wel zes weken koud.
  • Lichtmis donker maakt de boer tot jonker.
  • Lichtmis helder en klaar, maakt de boer tot bedelaar.
  • Geeft Lichtmis klaverblad, met Pasen sneeuw op het pad.
  • Schijnt de zon met Lichtmis hel, komt vaak vorst nog streng en hel.
  • Brengt Lichtmis wolken en regen mee, is de winter voorbij en komt niet meer.
  • Drupt er met Lichtmis de hagedoorn, dan is het een goed jaar voor het koren.
  • Lichtmis klaar, goed roggejaar.
  • Met Lichtmis valt de sneeuw op een warme steen.
  • Schijnt de zon op Lichtmis… er komt meer ijs dan er reeds lag.
  • Als Lichtmis komt met blommen, zal Pasen met sneeuw en ijs kommen.
  • Als met Lichtmis de zon schijnt, gaat de vos nog zes weken naar zijn hol terug.
  • (winterslaap)
  • Water op Sint-Agatha (5 februari) is melk in de boerkarn.
  • Sint-Amaan (6 februari) doet het zaaikleed aan.
  • Op Sint-Romaldus (7 februari) storm en blazen, zal in mei het vee doen grazen.
  • ’t Is voor de oogst bijzonder goed, als’t op Sinte Appolonia (9 februari) waaien doet.
  • Dooi op Sint-Valentijn (14 februari), doet veel water in de wijn.
  • Is het klaar op de dag van St. Valentin, dan vriest het rad van de watermolen in.
  • Klaar weer op Sint-Silvijn (17 februari), het kan nog twee maanden winter zijn.
  • De nacht van Sint-Pieters’stoel (22 februari) duidt aan hoe veertig dagen ’t weer zal staan.
  • Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs, maar wil het ijs niet breken, dan vriest het nog zes weken.
  • Regen in Sinte Walburgisnacht (25 februari), heeft de kelder steeds vol gebracht.
  • Sint-Romanus (28 februari) hel en klaar, wijst ons op een vruchtbaar jaar.
  • Komt februari met goed weer, dan vriest het in ‘t voorjaar des te meer.
  • Is februari guur en koud, dan komt er een zomer waarvan je houdt.
  • Is februari zacht, dan brengt de lente vorst bij nacht.
  • Is februari zacht en stil, dan komt de noordenwind in april.
  • Als vroeg krokussen bloeien, dan zullen ze met de koude stoeien.
  • In februari ziet de boer liever een hongerige wolf, dan een man in hemdsmouwen.
  • In de korte maand regen, is vette mest een zegen.
  • Februari regen is voor de landman een zegen.
  • Is februari nat en koel, dan wordt juli dikwijls heet en zwoel.
  • Schijnt morgenrood je tegen, dan dreigt februari met regen.
  • Sprokkelmaands regen, is grasmaand zegen.
  • Kort maandeke is vaak ook het stort maandeke.
  • Ligt de wind in februari stil, dan komt hij zeker in april.
  • Februari is nooit zo goed, of het vriest wel een hoed.
  • Februari met vorst en wind, maakt weldra de Pasen blind.
  • Geeft sprokkelmaand de winter niet, hij is voor Pasen in’t verschiet.
  • In februari sneeuw en regen, betekent goddelijke zegen.
  • Een koude februari geeft een goed roggejaar.
  • Is februari kil en nat, dan geeft dat veel koren in het vat.
  • ’s Morgens wit berijpte daken, zal ’t gauw tot nattigheid geraken.
  • Als de muren uit gaan slaan, is het met de vorst snel gedaan.
  • Zoet weer in de korte maand, is niet gelijk ’t betaamt.
  • Komt februari met goed weer, dan vriest ’t in voorjaar des te meer.
  • Alle maanden van het jaar vrezen een mooie februaar.
  • Op schrikkeldag gaat de zon vaak overstag. Nooit is de schrikkelmaand zo fel of ze geeft haar vijf zomerse dagen wel.
  • Februari komt verklaren, dat men hout en kool moet sparen.
  • Februari mist, hooi in de kist.
  • Februari nat, vult schuur en korenvat.
  • Geeft februari muggendans, voor maart is er een slechte kans.
  • Is februari zacht, de lente brengt vorst bij nacht.
  • Zachte februari, ellende het ganse jaar.
  • Als het in februari niet sneeuwt, weet dan dat je later, in de zomer van hitte geeuwt.
  • In februari al de lente? Dat geeft broden zonder krenten.
  • Vliegt de mug in februaar, dan huivert men het ganse jaar.
  • Hagelt en dondert het in februari, dan mag men rekenen op een mooie herfst.
  • Als het dondert in februari, breng dan uw tonnen naar de zolder.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 19:12 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN JANUARI

Weerspreuken januari

Vroeger was er veel belangstelling voor weerspreuken. Boeren kenden deze weerspreuken uit hun hoofd. Ze lieten zich leiden door weerspreuken en raadpleegden deze spreuken voor het zaaien en oogsten van hun velden. Weerspreken bevatten veel waarheid en kloppen meestal wel.

  • Als het Driekoningen (6 januari) is in’t land, komt de vorst in het vaderland. Als het vriest op Driekoningendag (6 januari), dan vriest het dertien weken lang. Met Driekoningen lengt de dag zoveel een geitje springen mag.
  • Vriest het op de elfde nacht, zes weken vorst wordt er verwacht.
  • Geeft Sint-Hilarius (13 januari) zonneschijn, weldra zal het kouder zijn. Als het op Sint-Hilarius vriest, de boer zes weken niest.
  • Sint-Pauwel (15 januari) is de eerste der drie harde koppen.
  • Sint-Anthonius (17 januari) schoon en helder, vult het vat en ook de kelder. Met Sint-Antonius (17 januari) lengen de dagen zoveel als het eetmaal van een monnik.
  • Sebastiaan (20 januari), koud en kil is’t in de kerken en bevroren ligt de baan.
  • Sint-Antoon (17 januari) en St. Sebastiaan (20 januari) komen met het hardste van de winter aan. Maakt Sint-Teunis (17 januari) de ijsbrug, St. Sebastiaan (20 januari) slaat ze stuk. Sint-Antoon (17 januari) en Sint-Sebastiaan (20 januari), hebben harde koppen aan.
  • Sint-Pieterstoel (18 januari) bevroren, een droog jaar geboren. Staat Sint-Pieters’stoel te Rome in de sneeuw of in het nat: d’r staat een vochtig jaar te komen, het kan niet missen dat.
  • Sint-Fabiaan (20 januari) en St. Sebastiaan (20 januari) doen het sap in de bomen gaan. Als het vriest op Sint-Sebastiaan (20 januari) dan is het op 2 januari. met de vorst gedaan. Sint-Sebastiaan, die ‘t were maakt, doet het vriezen dat het kraakt.
  • Sint-Vincentius (22 januari) met zonneschijn, geeft veel koren en ook veel wijn.
  • Is het op Sint-Paulus (25 januari) schoon en klaar, dan brengt het een gezegend korenjaar. Is het op Sint-Paulus (25 januari) sneeuw of regen, dan komt een mager jaar ons tegen. Sint-Paulus’Bekeringhe met zonneschijn, is goed voor vruchten, koren en voor wijn. Als Sint-Paulus (25 januari) zijn kapje in het droge draagt, dan wordt het een goed tarwejaar.
  • Als de schaatsliefhebbers op Sint-Sulpitius (29 januari) op de schaats staan, zal het weer in ‘t voorjaar van slag zijn.
  • Geeft Sint-Sulpitius (29 januari) schoon ijs, dan is de lente goed en wijs.
  • Dooien op Sint-Aldegonde (30 januari), vult de kelder met een vloed van zonde.
  • Geeft januari een sneeuwtapijt, dan zijn we gauw de winter kwijt.
  • Valt in januari de sneeuw heel dik, dan is bij ‘t hooien de boer in zijn schik.
  • Heeft januari koude en droge dagen, dan zal in februari sneeuw u plagen.
  • Is het in januari zacht, dan krijgen lente en zomer veel groeiende kracht.
  • Januari zonder sneeuw maar met veel regen, brengt de boer geen zegen.
  • Als in’t louwmaand mistig is, wordt de lentemaand fris.
  • Nieuwjaarsnacht schoon en klaar beduidt een vruchtbaar jaar.
  • Schijnt de zon op nieuw jaar, dan komt er een goed appeljaar.
  • Als in januari de vorst niet komen wil, dan stellig in april.
  • Brengt januari ons strenge vorst, dan lijden we ‘s zomers geen honger of dorst.
  • In januari moet het vriezen, de stenen uit de grond. De boer en zal niet kniezen maar vindt dat heel gezond.
  • Sneeuw en donder in januari, voelt men vaak het ganse jaar.
  • Valt in januari veel regen, dan brengt hij de vruchten zegen.
  • In januari veel regen en snee, doet aan ‘t gewas veel wee.
  • In januari veel regen en weinig snee, doet bergen, dalen en bomen wee.
  • Draagt Nieuwjaarsmaand een sneeuwwit kleed, dan is de zomer zeker heet.
  • Als de kat in januari in de zon ligt, ligt ze in februari achter de kachel.
  • Als de dagen lengen, begint de winter te strengen.
  • Als in januari de muggen zwermen, dan kun je in maart de oren wermen.
  • Geeft januari een muggenzwerm, dan hoort ge in de Oogstmaand licht gekerm.
  • Dansen de muggen in januaar, dan wordt de boer een bedelaar.
  • Gelijk januari, zo ook juli.
  • Nevels in januari opgestaan, brengt een natte lente aan.
  • Op een milde januari volgt vaak een gure lente en een warme zomer.
  • Onweert het in januaar, dondert het gans het jaar.
  • Geeft januari géén wintervlagen, dan zal februari ons daarmee plagen.
  • Is het in januari nat, ledig blijven schuur en vat.
  • Is januari te warm, dat dan de hemel zich erbarm!
  • Januari zonder regen, is voor de boerenstand een zegen.
  • Is januari mild en klaar, dan volgt een gure lente dit jaar.
  • Knapt januari niet van de kou, dan zit men ‘s zomers in de rouw.
  • Stoot de mol in Januaar, kijk van kou in mei niet raar.
  • Staat groen en fris in januari het gras, het hele jaar geeft vaak een schraal gewas.
  • Als het gras groeit in januaar’, is het slecht voor ‘t ganse jaar.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 11:20 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN DECEMBER

WEERSPREUKEN DECEMBER

  • Decemberwind uit het oost, brengt de zieken weinig troost.
  • December zacht en dikwijls regen, geeft weinig hoop op rijke zegen.
  • Decembermist, goud in de kist.
  • Decemberwind van oost, brengt zwakken luttel troost.
  • Is december veranderlijk, beste vrind, dan is heel de winter slechts een kind.
  • Als Sinte Barbara wil, staat de vriezeman stil.
  • Donder in de decembermaand, belooft veel wind in ‘t jaar aanstaand.
  • December koel en nat, ledigt gans het korenvat.
  • Zoveel ijzelbochten in de winter, zoveel koren in de oogst.
  • Sinte Lucije, laat de dagen dijen.
  • Blaast de noordenwind met decembermaan, dan houdt de winter vier maanden aan.
  • Droge december, droog voorjaar, droge zomer.
  • Silvesterwind (31 december) met morgenzonneschijn, geeft zelden goede wijn.
  • Veel sneeuw op Oudejaar, veel hooi in ‘t nieuwe jaar.
  • Warme Kerstnacht, koude Pasen.
  • Zijn de bomen om Kerstmis wit van sneeuw, ze zijn in de lente wit van bloesem.
  • Sneeuw veel en lang, maakt de klaver niet bang.
  • Sint-Elooi, brengt geen dooi.
  • Een sneeuwjaar is een hooijaar.
  • Breng december kou en sneeuw in ‘t land, wast het koren zelfs in ‘t zand.
  • Veel sneeuw, veel brood.
  • Als de zon met Kerstmis schijnt op de toren, dan is het vlas verloren.
  • Als met Kerstmis de muggen zwermen, moet ge met Pasen uw gat wermen.
  • December koud en wel besneeuwd, zo maakt maar grote schuren gereed.
  • Zo hoog in de winter de sneeuw, zo hoog in de zomer het gras.
  • Sneeuwtapijt, ‘t groen bevrijd.
  • Is op Kerstmis de hemel klaar, verwacht dan vrij een vruchtbaar jaar.
  • Kerstnacht helder en klaar, geeft een gezegend jaar.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 18:15 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN NOVEMBER

WEERSPREUKEN NOVEMBER

  • Als ’t in November ’s morgens broeit, wis dat de storm ’s avonds loeit.
  • November heeft maar dertig dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.
  • Rijp aan boom en plant, houdt geen drie dagen stand.
  • Volgt de eerste sneeuw opregen, dat houdt een harde winter tegen.
  • November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen.
  • Is de hemel al te blauw, spoedig wordt hij dan weer grauw.
  • Maakt de spin in ’t web een scheur, dan klopt weldra de stormwind aan de deur.
  • Als ’t in november ’s morgens bloeit, wis dat de storm dan ’s avonds loeit.
  • Als in november het water stijgt, gedurende de winter gij ’t nog vaker krijgt.
  • Na helder weer nu sombere mist, heeft zeker ook nog vorst in de kist.
  • November warm en fijn, het zal een strenge winter zijn.
  • Donder in november, laat een jaar goed verlopen.
  • Als het vriest in november, dan volgt er sneeuw in december.
  • Zwaait de winter in november al met zijn staf, zijn rijk is van korte duur voor straf.
  •  Als het met Allerheiligen (1-11) sneeuwt, leg dan vast uw pels gereed.
  • Met Allerheiligen vochtig weer, sneeuwbuien volgen keer op keer.
  • Houden de kraaien voor Allerheiligen (1-11) al school, zorg dan voor hout en kool.
  • Brengt Allerheiligen (1-11) winterweer, tien dagen duurt het zeer.
  • Sneeuw op Allerzielen (2-11), voorspelt een zacht voorjaar. Het weer op Leonardusdag (6-11), blijft gewoonlijk tot de Kerstdag.
  • Een zuidenwind op de dag voor St. Martijn (10-11), dan zal het een zachte winter zijn.
  • Is er een donkere lucht op St. Martijn (11-11), zo zal het een zachte winter zijn. Maar is de dag op St. Martijn(11-11) helder, de vorst dringt dan door tot in de kelder.
  • Als op St. Martijn de ganzen op het ijs staan,moeten ze met Kerst door het slijk gaan.
  • Als het nevelig is op St. Martijn(11-11), dan zal de winter niet koud zijn.
  • Maar heeft St. Martijn(11-11) een witte baard, dan blijft ons sneeuw noch ijs gespaard.
  • Is er met St. Martijn(11-11) nog loof aan de bomen, dan mag men van een strenge winter dromen.
  • St. Elisabeth (19-11) doet ons verstaan, hoe de winter zal vergaan.
  • De dag aan St. Cecilia (22-11) gewijd, is de maatstaf voor de wintertijd.
  • Wintert het op St. Klemens fel, dan wordt de lente klaar en fel.
  • Vriest het op St. Katrien (25-11), dan vriest het nog 6 weken nadien.
  • IJs op de dag van Saturijn (29-11), het weer maakt daarna korte mette met dit venijn.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN OKTOBER

WEERSPREUKEN OKTOBER

  • Is oktober warm en fijn, ’t zal een scherpe winter zijn: maar is hij nat en koel, ’t is van ’n zachte winter ’t voorgevoel.
  • Brengt oktober vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.
  • Oktober met groene blaân (bladeren), duidt een strenge winter aan.
  • Een koude oktober, een zachte Nieuwjaarsmaand
  • In oktober veel regen , voor het kerkhof altijd zegen.
  • Een warme oktober, een koude februari
  • Brengt oktober wind en kou , dan is januari lauw.
  • Als het waait en vriest in de oktobernacht, dan verwachten wij een januari zacht.
  • Veel vorst en sneeuw in oktober geeft een onbestendige winter.
  • Oktoberweer komt in maart terug Oktober vijs, november grijs, december ijs.
  • Blinkt oktober in zonnegoud, de winter volgt dan snel en koud.
  • Als de R is in de maand, is het weer niet altijd meegaand.
  • Oktober met veel regendrang , maakt de sterkste man nog krank.
  • Oktobermaand met dichte mist , brengt zeker vorst al in de kist.
  • Als de bomen zich ontkleden, gaan de mensen zich meer kleden.
  • Wie veel noten kan klippelen, zal nog van de kou gaan trippelen.
  • Tot het vallen van het blad, geuren doet het duizendblad.
  • Worden de bladeren geel en krom, kijk dan maar naar de kachel om.
  • Oktober nat en koel, de winter zacht en zwoel.
  • Brengt oktober vorst en sneeuw, men hoort des winters klaaggeschreeuw.
  • Warme oktoberdagen, koude februarivlagen.
  • Blinkt oktober in zonnegoud, de winter volgt dan snel en koud. Oktober is ook maarts weer.
  • Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.
  • In oktober veel vorst en sneeuw, geeft onbestendig winterweer.   
  • Maar in oktober nat en koel, is een zachte winter een voorgevoel.
  • Verdwijnt de boer van de akker, dan worden hond en jager wakker.
  • Oktober heeft 31 dagen, maar vaak het dubbele aan storm en regenvlagen.
  • Een koude oktober, een zachte nieuwjaarsmaand.
  • Houden de bomen hun bladeren lang, wees voor een forse winter bang.
  • Als het waait en vriest in oktobernacht, dan verwacht wordt een januari zacht.
  • Zoals de weersheilige het eind oktober heeft gedaan, zo zal Allerheilige ermee verder gaan.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 10:47 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN SEPTEMBER

WEERSPREUKEN SEPTEMBER

  • In september warme regen, brengt de boeren rijke zegen.
  • Is het 1 september heerlijk weer, de herfst zal mooi zijn evenzeer.
  • Trekvogels in septembernacht, ze maken de kersttijd zacht.
  • Een warme september, een droge oktober.
  • Warm in september, koud in december.
  • Blijven de zwaluwen lang, wees voor de winter niet bang.
  • Vallen de eikels al voor Sint-Machiel, dan snijdt de winter door lijf en ziel.
  • Schijnt de herfstzon met zomerkracht, maakt veelal de winter zacht.
  • Op de 5de september wordt bewezen, wat het voor weer de hele maand zal wezen.
  • Als in september de donder knalt, met kerst sneeuw met hopen valt.
  • Vallen de bladeren vroeg, dan wordt de herfst niet oud.
  • Vorst in september, zacht in december.
  • Komen de pluimen aan het riet, bedenk het is nazomer en geniet.
  • Is het 1 september heerlijk weer, de herfst zal mooi zijn evenzeer. (REGEN)
  • Is het weer in september in een goed humeur dan dragen de bladeren in oktober volop kleur.
  • September is altijd mooi: Het is de meimaand in herfsttooi.
  • Die zijn onkruid een jaar laat staan, kan zeven jaar uit wieden gaan.
  • Schijnt de herfstzon met zomerkracht dat maakt veelal de wintermaand ook zacht.
  • Draagt de haas nog lang zijn zomerkleed dan is de winter nog niet gereed.
  • Hangen er nu veel noten aan de twijgen dan gaan we een strenge winter krijgen.
  • Schijnt herfstmaands zon met zomerkracht, maakt veelal wintermaand ook zacht. 
  • Als de R is in de maand, is het weer niet altijd meegaand. Donder in september, sneeuw in maart.
  • Is het op St. Egidus (1-9) heet, het geeft een schone herfst met zweet.
  • Op de 5e september wordt bewezen, wat het voor weer de hele maand zal wezen.
  • Mooi weer op Maria’s geboorte (8-9), dit weer gaat nog vier of acht weken zo voort.
  • Op de dag van Ludmilla (16-9) een zeer vroom kind, blaast vaak een forse wind. 
  • Met Lambertus (17-9) zonneschijn, het zal een droog voorjaar zijn.
  • Op Mattheus (21-9) storm en wind, bestaat de kans dat men met de komende Pasen nog de winter vindt.
  • Is het op St. Mauritius (22-9) helder, dan gaan er veel schepen naar de kelder. (er worden dan veel stormen verwacht).
  • Vallen de eikels al voor St. Machiel (29-9), dan snijdt de winter door lijf en ziel. 
  • Trekken voor St. Machiel (29-9) de vogels niet, geen winter is nog in het verschiet.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN AUGUSTUS

WEERSPREUKEN AUGUSTUS

  • Is het heet op St. Domijn (4 aug.) dan zal’t een strenge winter zijn.
  • Op Sint-Laurentius (10 aug.) een regenvlaag, zes weken lang duurt die regenplaag.
  • Als Sint-Laurens (10 aug.) het hoofd goed staat, houdt men mooi weer.
  • Laurens (10 aug.) en Bartel (24 aug.) schoon, de herfst een gouden kroon.
  • Laurentius met veel zonneschijn, beduidt een jaar vol goede wijn.
  • Met Laurentius van het klooster ligt gans de wereld op een rooster.
  • Het weder van Sint-Cassiaan (13 augustus), houdt meerdere dagen aan.
  • Vliegen bijen uit hun hokken, al is het mistig en betrokken, wees rustig en bedaard, het is zo opgeklaard.
  • Geeft augustus zonneschijn, zeker krijgen we gouden wijn.
  • Gelijk Bartel (24 aug.) waar, zo ook het ganse najaar.
  • Is het warm en voorspoedig weer, brengt augustus de eerste peer.
  • Noordenwind in augustus opgestaan, brengt standvastig weder aan.
  • Regen op Maria Hemelvaart ( 15 aug.) is weinig wijn en slecht van aard.
  • Zo de eerste week van Oogst is heet, dan staat een lange winter gereed.
  • Als Sint-Dominicus (4 aug.) gloeit, een strenge winter bloeit.
  • Is het heet op Sint-Domijn, het zal een strenge winter zijn.
  • Aanhoudend hanengekraai in de vroege morgen, gaat ons mooi weer bezorgen.
  • Noordenwind in augustus opgestaan, brengt standvastig weder aan.
  • Is de eerste week van de oogstmaand heet, maakt zich de winter gereed.
  • In d’oogstmaand augustus veel dauw, dan blijft de hemel schoon en blauw.
  • Voelt men in augustus de wind uit zuidwest met felle stoten, een witte kerst is zeker nog niet uitgesloten.
  • Menigeen heeft het ondervonden, wervelwinden zijn aan het augustusweer verbonden.
  • Is vijftien augustus goed en klaar, het wordt een goed bijenjaar.
  • Valt in augustus veel regen, is dat voor het bos een zegen.
  • Worden de zomernachten koud, zwijgen de vogels in het woud.
  • Steeds ontstond de beste wijn, door de heetste zonneschijn.
  • Waren de Hondsdagen (19 juli tot 18 augustus) schoon en klaar, beloven een voorbeeldig jaar.
  • Na de hondsdagen wachten, de eerste kille nachten.
  • Zoals Bartholomeus (24 augustus) is, blijft het ook heel de herfst gewis.
  • Sint-Barthelsdag ons vaak vermeldt, hoe het in de herfst zal zijn gesteld.
  • Valt in augustus veel regen, dan is dat voor het bos een zegen.
  • Als de wespen ons komen plagen, volgen regen en onweer in vlagen.
  • Blijven de zwaluwen na de Heilige Lodewijk (25 augustus) lang, wees dan voor de winter niet bang.
  • Sint-Augustijn (28 augustus) stopt de zomer in bed, tot de winter is gered.
  • Na Sint-Augustijn, zullen de onweders over zijn.
  • Als de bliksem reeds gestorven is, leven de wervelwinden nog een maand.
  • Als het veel regent op Sint-Jans Onthoofding (29 augustus), dan bederven de noten.
  • Mist na regen, brengt geen zegen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van VAN ALLES WAT.... EEN KIJKJE WAARD!

↑ Terug naar de berichten