WEERSPREUKEN DECEMBER


WEERSPREUKEN DECEMBER
- Decemberwind uit het oost, brengt de zieken weinig troost.
- December zacht en dikwijls regen, geeft weinig hoop op rijke zegen.
- Decembermist, goud in de kist.
- Decemberwind van oost, brengt zwakken luttel troost.
- Is december veranderlijk, beste vrind, dan is heel de winter slechts een kind.
- Als Sinte Barbara wil, staat de vriezeman stil.
- Donder in de decembermaand, belooft veel wind in ‘t jaar aanstaand.
- December koel en nat, ledigt gans het korenvat.
- Zoveel ijzelbochten in de winter, zoveel koren in de oogst.
- Sinte Lucije, laat de dagen dijen.
- Blaast de noordenwind met decembermaan, dan houdt de winter vier maanden aan.
- Droge december, droog voorjaar, droge zomer.
- Silvesterwind (31 december) met morgenzonneschijn, geeft zelden goede wijn.
- Veel sneeuw op Oudejaar, veel hooi in ‘t nieuwe jaar.
- Warme Kerstnacht, koude Pasen.
- Zijn de bomen om Kerstmis wit van sneeuw, ze zijn in de lente wit van bloesem.
- Sneeuw veel en lang, maakt de klaver niet bang.
- Sint-Elooi, brengt geen dooi.
- Een sneeuwjaar is een hooijaar.
- Breng december kou en sneeuw in ‘t land, wast het koren zelfs in ‘t zand.
- Veel sneeuw, veel brood.
- Als de zon met Kerstmis schijnt op de toren, dan is het vlas verloren.
- Als met Kerstmis de muggen zwermen, moet ge met Pasen uw gat wermen.
- December koud en wel besneeuwd, zo maakt maar grote schuren gereed.
- Zo hoog in de winter de sneeuw, zo hoog in de zomer het gras.
- Sneeuwtapijt, ‘t groen bevrijd.
- Is op Kerstmis de hemel klaar, verwacht dan vrij een vruchtbaar jaar.
- Kerstnacht helder en klaar, geeft een gezegend jaar.






























