Naar de inhoud

VAN ALLES WAT.... EEN KIJKJE WAARD!

Mooie prenten, weerspreuken, kaarten, grapjes, weetjes ...
akke.beakke.be
L I NA R A glitter

Categorie: WEERSPREUKEN

WEERSPREUKEN JULI

WEERSPREUKEN JULI

  • Is de eerste juli regenachtig, geheel de maand zal wezen twijfelachtig. 
  • In de Hooimaand moet gebraden wat in september moet geladen. (Voor een overvloedige oogst is een hete maand juli nodig) 
  • Als de maanden juli en augustus niet heet zijn, mislukt de wijnoogst. I
  • n juli zonnebrand, wenst ieder op het land. 
  • Juli met de warmste dagen, broedt de grootste donderslagen. 
  • Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen. 
  • Juli bakt ons vaak in het zweet, augustus is ook wel eens heet. 
  • Nog nooit was een boer arm, was juli vochtig en warm. 
  • Mistsluiers in de vroege nacht geven julidagen in volle pracht. 
  • Wil het in juli niet heten, zal men in augustus zweten. 
  • Wanneer juli verkeert in gloed, dan worden vrucht en wijnen goed. 
  • Is in juli de ochtend rood, ‘s avonds verkeert het weer in nood
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN JUNI

WEERSPREUKEN JUNI

  • Juni koud en guur, wordt alles duur.
  • Komt in mei en juni veel onweer opdraven, dan is dat goed voor de klaver.
  • Juni koud en nat, komt er weinig in het vat
  • Natte zomers, de klavers komen.
  • Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind.
  • Juni regen is Gods zegen. Komt de zon daarbij, dan maakt hij boer en stadslui blij.
  • Als het koud en nat in juni is, dan is de rest van het jaar ook mis.
  • Hoort men in juni de donder kraken, maakt de boer slechte zaken.
  • Blaast in juni in de noordkant, verwacht veel koren op het land
  • In juni weinig regen, voorspelt een grote zegen.
  • Juni meer droog dan nat, vult een goede wijn het vat.
  • Juni koud en nat, meest heel het jaar ellende brouwt.
  • Juni weer, december weer.
  • Leent noordenwind aan juni de hand, zo waait hij het koren in het land.
  • In juni dondergevaar, betekent een vruchtbaar jaar.
  • Juni niet te koel, niet te zwoel, niet te nat en niet te droog, juni vult de schuren hoog.
  • Te veel koude regens in juni aan de rok, schaden wijn en bijenstok.
  • Het gehalte van het gewas stijgt, als het weer naar droogte neigt.
  • Vlug gras, slecht gewas.
  • Een donderbui gaat zijn eigen gang, bij een mens duurt dat zijn leven lang.
  • Half juni schapenscheerders kan.
  • Mei koel en juni nat, is voor de oogst een ware schat.
  • Donderweer op junidagen, vult de korenaren.
  • Op het weer in juni komt het aan, of de oogst wel zal bestaan.
  • Als in juni vocht en koude kwelt, dat is voor het hele jaar niets goeds voorspelt.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN MEI

DE MAAND MEI

  • In mei een warme regen, betekent vruchten zegen
  • Onweer in mei, maakt de boeren blij.
  • Is mei nat, een droge juni volgt zijn pad.
  • Mei koel en te nat, brengt koren in het vat.
  • Een koude maand mei, een gouden mei.
  • Avond dauw en zon in mei, is hooi met karren op de wei.
  • Is het weer in Mei te mooi, dan krijgt de schuur maar weinig hooi.
  • Een natte mei geeft boter in de wei.
  • Mei niet te koud en niet te nat, vult de schuur en ook het vat.
  • Kan vriezen in mei tot de ijsheilige voorbij zijn.
  • Een bijenzwerm in mei,is een goed teken voor de wei.
  • Het onweer in de schone mei, doet het koren bloeien op de hei.
  • Voor ijsheilige de bloemen buiten, veelal kan je daar naar fluiten, wacht of tot ze zijn voorbij, de bloemen zijn dan blij.
  • Roept de houtduif keer op keer, dan komt er vast en zeker mooi weer.
  • Scheert de zwaluw over water en wegen, dan komt of blijft er wind en regen.
  • Als de eikels in mei gaan bloeien, zal alles volop gaan groeien.
  • Wie nu zijn koren zaait, voelt zich later niet bekaaid.
  • Pancras, Servaas en Bonifaas, ze geven vorst en ijs helaas.
  • Regen en wind in het midden van mei, maakt de boeren vast niet blij.
  • Als de Bij naar huis toe vlucht, zit er regen in de lucht.
  • Mei regen op het zaad, is goud op de plaat.
  • Hoe meer onweer in mei, zoveel minder in de herfst..
  • Kamille geur in mei, brengt de zomer dichterbij.
  • In mei nat, een droge juni volgt haar pad.
  • Mei nat, spek in het vat.
  • Onweer in mei, gras in de wei.
  • Zingt de vink vroeg in de mei morgen, dan zal die dag voor regen zorgen.
  • Avond dauw en zon in mei, hooi met karren uit de wei.
  • Broedt de spreeuw vroeg in april, er is een schone mei op til.
  • Als het op Sint Filippus(1) regent, is de oost gezegend.
  • In mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet.
  • Een mei keverjaar is een goed jaar.
  • Is het weer in mei te mooi, ziet men maar weinig hooi.
  • Met de maand van mei blijft geen koebeest uit de wei.
  • Mei koel en nat, vreet paard en koe zich zat.
  • Mei tot jubel maand verkoren, heeft toch soms rijm achter de oren.
  • Als de koeien tezamen loeien, is er onweer aan het broeien.
  • De mei is nog wel eens stout en maakt de lente graag eens koud.
  • Krassen kraai en raaf verbolgen, weldra zal er regen volgen.
  • Het is een wenk, lang verjaard, maar het vriest even vaak in mei als in de maart. Het kan vriezen in de mei, tot de ijsheiligen zijn voorbij.
  • Is de mei een hovenier, de boer heeft dan plezier.
  • Koele mei, en dat is regel, brengt werk voor zeis en vlegel.
  • Zwaluw onder dak, geld in de zak.
  • Kruipen de padden uit hun hol, dan schieten de luchten vol en krijgt u regen op uw bol.
  • Mei koel, juni nat,dat is een grote schat.
  • Zeevogeld op de bouw, het weer blijft getrouw.
  • Einde mei is staartje winter.
  • Als eind mei de eikels bloeien, zal daar een vet jaar uit groeien.
  • Kraait de haan tot in de nacht, dan wordt ander weer verwacht.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 11:06 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN

WEERSPREUKEN APRIL

  • April veranderlijk en nat, brengt hooi en boter in het vat.
  • April veranderlijk en guur, brengt hout en koren in de schuur.
  • Als april blaast op zijn hoorn, is dat goed voor gras en koren
  • Geeft april veel regen, zo brengt hij het rijke zegen.
  • Aprilletje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.
  • April regen, boeren zegen.
  • April maakt de bloem, en mei bekomt de roem.  
  • Verschaft ons april mooie dagen, dan pleegt mei de last te dragen.
  • Een droge april, is niet de boer zijn wil.
  • Wil april toch niet vertrouwen, hij is en blijft de ouwe.
  • Nu lacht hij met zonnegloren en dan gooit hij met hagelstenen om de oren.
  • Broedt de spreeuw vroeg in april, een schone meimaand is op til.
  • Sneeuw in april geen nood, met zware nachtvorst veel meer dood.
  • Nooit aprilletje zo zoet, of het sneeuwt de herder op zijn hoed.
  • Bloeit april het eerst de kastanjeboom, de andere volgen dan met schroom.
  • Nachtvorst met zuidenwind op de kersenblom, daar treurt de kweker om.
  • In april de windjes uit het zuiden, een groen natuurdecor inluiden.
  • Is april met grasgroei laat, des te beter het in mei met de bloemen gaat.
  • Geeft april geen groei aan gras, in mei komen de bloemen ras.
  • Bedenk wel, de voorjaarszon bruint snel.
  • Ongehoorzaam zijn in de natuur, brengt onheil op den duur.
  • Aprilse regen is in de tuin veel aan gelegen.
  • Aprilse vlokjes brengen meise klokjes.
  • Laat het weer zijn zoals het wil, maar ontkleed u niet voor half april.
  • Mag het dauwen in april en mei, wij zijn in de oogst en in september blij.
  • In april heldere maneschijn, zal voor de bloesem schadelijk zijn.
  • Valt in april veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat.
  • April klaar en rein, mei zal des te wilder zijn.
  • Warme aprilse regen, is een grote zegen.
  • April guur en nat, geeft veel koren in het vat.  
  • Het mag vroeg of laat zijn, april wil kwaad zijn.
  • Regen in april en wind in mei, maakt de boerkens blij.
  • Snelle grasgroei verstikt de bloem, daar is het in de landbouw om te doen.
  • Goed gebouwd is beter dan slecht gemest.
  • Komt Pasen begin april, dan valt de vriezeman stil.
  • Al doet april ons mooi weer aanschouwen, het is net als een fortuin, we kunnen het niet vertrouwen.
  • Het groen in het veld ons het oog bekoort, doch zelden houdt april zijn woord.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN

Weerspreuken maart

  • Wil het in maart onweren, krijgt men in juli veel regen.
  • Koude in maart, dan een lente te paard, en vruchten in de haard.
  • De maartse nieuwe maand, brengt het kwaad weer aan.
  • Droogte of stof in maart, is de boer heel wat waard.
  • Droge maart, natte april, koele mei, vullen de schuur en kelder erbij.
  • De maand maart, heeft venijn in zijn staart.
  • Maart zonder bloemen, zomer zonder dauwe, brengen ons op het eind in het nauwe.
  • Nooit maart zo goed, of het sneeuwt een hoed.
  • Het is in het begin ofwel op het end, dat ons maart zijn gave zendt.
  • Als maart zacht is in wil, verwacht men een koude april.
  • Maarste sneeuw, doet de vruchten wee.
  • Maart roert zijn staart.
  • Mist in maart over de wei, komt water en vorst in mei.
  • Een droge maart is goud waard, als het in april maar regenen wil.
  • Stuift het stof in maart, het is de boer goud waard.
  • Donder in maart, april kou vergaart.
  • Als het lammetje danst in maart, pakt april het bij zijn staart.
  • Wil maart reeds donder, sneeuw is in mei geen wonder.
  • Maarste wind en aprilse regen, beloven voor mei veel zegen.
  • Maart niet te droog en niet te nat, vult de boer zijn kist en vat.
  • Zoveel nevels in maart zich vertonen, met zoveel onweer de zomer zal lonen.
  • Die zichzelf wel bemint, wachtte zich voor maarste zon en aprilse wind.
  • Een droge maand, een natte april, is de boer zijn wil.
  • Wat maart niet wil, doet april.
  • Wie grote bonen wil eten, moet maart niet vergeten.
  • Als in maart felle wind gaat komen, komt er veel fruit aan de bomen.
  •  Dondert het in de maand van maart, in mei dekt de sneeuw de aard.
  • Een inhoudende maart is geld waard.
  • Maart droog, mei nat, veel hooi en zaad in het vat.
  • Sneeuw in maart, voor vrucht en druiven nadeel baart.
  • Vochtige maart de boeren smarten baart.
  • Zo menig vorst in maart, zo menig dauw in april.
  • De eerste donder in maart, pakt de elft bij de staart (elft is zeevis).
  • Zijn in maart de wolken ijl en wijd, het gewas in de meimaand goed gedijt.
  • Een droge maartse wind, maakt de boer goed gezind.
  • Maartse regen is geen zegen.
  • Te vroeg op het land, schade aan alle kant.
  • Dondert het op Pasen bloken, zal het de hele zomer spoken.
  • Zaait niet te vroeg, er is nog tijd genoeg.
  •  Komt Pasen begin april, dan valt de vriezeman stil.
  • Pasen in maart, voor het jaar niks waard.
  • Pasen heel vroeg, het goede weer vroeg.
  • Pasen in maart, dan trekt het weer een slechte kaart.
  • Komt er in maart sneeuw van boven, is dat goed voor de ogen.
  • Dansen in maart de muggen in het rond, is voor de schapen niet gezond.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 11:22 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN

WEERSPREUKEN

  • Als het Driekoningen (6 januari) is in’t land, komt de vorst in het vaderland.
  • Als het vriest op Driekoningendag (6 januari), dan vriest het dertien weken lang.
  • Met Driekoningen lengt de dag zoveel een geitje springen mag.
  • Vriest het op de elfde nacht, zes weken vorst wordt er verwacht.
  • Als het op dertiendag (13de dag nà Kerstmis (6 januari)) vriest, ‘t vriest dertien weken lang.
  • Geeft Sint-Hilarius (13 januari) zonneschijn, weldra zal het kouder zijn.
  • Als het op Sint-Hilarius vriest, de boer zes weken niest.
  • Sint-Pauwel (15 januari) is de eerste der drie harde koppen.
  • Sint-Anthonius (17 januari) schoon en helder, vult het vat en ook de kelder.
  • Sint-Antoon (17 januari) en St. Sebastiaan (20 januari) komen met het hardste van de winter aan.
  • Maakt Sint-Teunis (17 januari) de ijsbrug, St. Sebastiaan (20 januari) slaat ze stuk.
  •  Sint-Pieterstoel (18 januari) bevroren, een droog jaar geboren.
  • Staat Sint-Pieters’stoel te Rome in de sneeuw of in het nat: d’r staat een vochtig jaar te komen, het kan niet missen dat.
  • Als het vriest op Sint-Sebastiaan (20 januari) dan is het op 2 januari met de vorst gedaan.
  • Sint-Sebastiaan, die ‘t were maakt, doet het vriezen dat het kraakt.
  • Sint-Vincentius (22 januari) met zonneschijn, geeft veel koren en ook veel wijn.
  • Is het op Sint-Paulus (25 januari) schoon en klaar, dan brengt het een gezegend korenjaar. Is het op Sint-Paulus (25 januari) sneeuw of regen, dan komt een mager jaar ons tegen. 
  • Als de schaatsliefhebbers op Sint-Sulpitius (29 januari) op de schaats staan, zal het weer in ‘t voorjaar van slag zijn. Geeft Sint-Sulpitius (29 januari) schoon ijs, dan is de lente goed en wijs.
  • Dooien op Sint-Aldegonde (30 januari), vult de kelder met een vloed van zonde.
  • Geeft januari een sneeuwtapijt, dan zijn we gauw de winter kwijt.
  • Valt in januari de sneeuw heel dik, dan is bij ‘t hooien de boer in zijn schik.
  • Heeft januari koude en droge dagen, dan zal in februari sneeuw u plagen.
  • Is het in januari zacht, dan krijgen lente en zomer veel groeiende kracht.
  • Januari zonder sneeuw maar met veel regen, brengt de boer geen zegen.
  • Als in’t louwmaand mistig is, wordt de lentemaand fris.
  • Nieuwjaarsnacht schoon en klaar beduidt een vruchtbaar jaar.
  • Schijnt de zon op nieuw jaar, dan komt er een goed appeljaar.
  • Als in januari de vorst niet komen wil, dan stellig in april. Brengt januari ons strenge vorst, dan lijden we ‘s zomers geen honger of dorst.
  • In januari moet het vriezen, de stenen uit de grond. De boer en zal niet kniezen maar vindt dat heel gezond.
  • Sneeuw en donder in januari, voelt men vaak het ganse jaar.
  • Valt in januari veel regen, dan brengt hij de vruchten zegen.
  • Draagt Nieuwjaarsmaand een sneeuwwit kleed, dan is de zomer zeker heet.
  • Als de kat in januari in de zon ligt, ligt ze in februari achter de kachel.
  • Als de dagen lengen, begint de winter te strengen.
  • Als in januari de muggen zwermen, dan kun je in maart de oren wermen.
  • Geeft januari een muggenzwerm, dan hoort ge in de Oogstmaand licht gekerm. Dansen de muggen in januaar, dan wordt de boer een bedelaar.
  • Gelijk januari, zo ook juli.
  • Nevels in januari opgestaan, brengt een natte lente aan. Op een milde januari volgt vaak een gure lente en een warme zomer.
  • Onweert het in januaar, dondert het gans het jaar.
  • Geeft januari géén wintervlagen, dan zal februari ons daarmee plagen.
  • Is het in januari nat, ledig blijven schuur en vat.
  • Is januari te warm, dat dan de hemel zich erbarm! Januari zonder regen, is voor de boerenstand een zegen.
  • Is januari mild en klaar, dan volgt een gure lente dit jaar. Knapt januari niet van de kou, dan zit men ‘s zomers in de rouw.
  • Stoot de mol in Januaar, kijk van kou in mei niet raar.
  • Staat groen en fris in januari het gras, het hele jaar geeft vaak een schraal gewas.
  • Als het gras groeit in januaar’, is het slecht voor ‘t ganse jaar.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 15:55 Reageer op dit bericht

WEERPRREUKEN

WEERSPREUKEN DECEMBER

  • Heeft men in december slechts vorst en slijk, dan worden de dokters rijk.
  • Blaast de noordenwind met december maan, dan houdt de winter 4 maanden aan.
  • December zacht en dikwijls regen, geeft weinig hoop op rijke zegen.
  • Is december afwisselend en zacht, dan wordt een winter als een kind verwacht.
  • Donder in decembermaand, belooft veel wind voor het jaar aanstaand.
  • December koud en wel besneeuwd, zo maakt maar grote schuren gereed.
  • Droge december, droog voorjaar, droge zomer.
  • Is december veranderlijk beste vrind, dan is heel de winter slechts een kind.
  • Decemberregen is geen zegen.
  • Waait de decemberwind uit het oost, hij brengt de zieken geen troost.
  • December koud en in sneeuwgewaad, een jaar vol vruchtbaarheid verraad.
  • Brengt december kou en sneeuw in het land, dan groeit er koren zelfs op zand.
  • December mist, goud in de kist.
  • Zijn er eind december al veel mollen, dan laat de winter met zich sollen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 10:07 Reageer op dit bericht

WERSPREUKEN

WEERSPREUKEN NOVEMBER

  • Zwaait de winter in november zijn staf, zijn rijk zal vinden snel zijn graf.
  • November heeft op de loer gelegen, en komt meestal met veel regen.
  • Als het in november ’s morgens broeit, wis dat de storm ’s avonds loeit.
  • Donder in november, laat een goed jaar verlopen.
  • Dragen bomen lang hun blad, koude winter in het vat.
  • Vertoont november zich met snee, het zal vruchtbaar zijn voor het vee.
  • November streng en koud, niet lang zich staande houdt.
  • Staat in november de velde kaal, dan is het in de zomer voor de beurzen schraal.
  • Onweer laat in het jaar, vorst is nog niet klaar.
  • Brengt het najaar helder weer, het zal des winters stormen op het meer.
  • Wie houdt van wind, november mint.
  • November met zijn regenvlagen, brengt ook griep en andere plagen.
  • Als in november het water stijgt, in de winter gij ’t nog vaker krijgt.
  • Als in november het water stijgt tot aan de lippen, maak dan hogere stokken voor uw kippen.
  • November heeft maar 30 dagen, maar dikwijls veel wind en regenvlagen.
  • Bevriest in november al het watter, dan is januari des te natter.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN

WEERSPREUKEN OKTOBER

  • Als de bomen zich ontkleden, gaan de mensen zich meer kleden.
  • Wie veel noten kan klippelen, zal nog van de kou gaan trippelen.
  • Tot het vallen van het blad, geuren doet het duizendblad.
  • Worden de bladeren geel en krom, kijk dan maar naar de kachel om.
  • Oktober nat en koel, de winter zacht en zwoel.
  • Brengt oktober vorst en sneeuw, men hoort des winters klaaggeschreeuw.
  • Oktober met veel regendrang, maakt de sterke man nog krank.
  • Warme oktoberdagen, koude februarivlagen.
  • Blinkt oktober in zonnegoud, de winter volgt dan snel en koud.
  • Oktober is ook maarts weer.
  • Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.
  • In oktober veel vorst en sneeuw, geeft onbestendig winterweer.
  • Zo oktober zo ook maart, dat heeft zich immer wel bewaard.
  • Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn.
  • Maar in oktober nat en koel, is een zachte winter een voorgevoel.
  • Oktober met groene blaar, duidt een strenge winter daar.
  • Als noten vallen, bladeren lallen.
  • Verdwijnt de boer van de akker, dan worden hond en jager wakker.
  • Oktober heeft 31 dagen, maar vaak het dubbele aan storm en regenvlagen.
  • Een koude oktober, een zachte nieuwjaarsmaand.
  • Houden de bomen hun bladeren lang, wees voor een forse winter bang.
  • Ook een warmtefront, maakt het wel eens bont.
  • Najaarszon, inspiratiebron.
  • Als het waait en vriest in oktobernacht, dan verwacht wordt een januari zacht.
  • Zoals de weersheilige het eind oktober heeft gedaan, zo zal Allerheilige ermee verder gaan.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 15:55 Reageer op dit bericht

WEERSPREUKEN SEPTEMBER

De mooiste weerspreuken en gezegden – september

  • In september warme regen, brengt de boeren rijke zegen.
  • Is het 1 september heerlijk weer, de herfst zal mooi zijn evenzeer.
  • Trekvogels in septembernacht, ze maken de kersttijd zacht.
  • Een warme september, een droge oktober.
  • Warm in september, koud in december.
  • Blijven de zwaluwen lang, wees voor de winter niet bang.
  • Vallen de eikels al voor Sint-Machiel, dan snijdt de winter door lijf en ziel.
  • Schijnt de herfstzon met zomerkracht, maakt veelal de winter zacht.
  • Op de 5 de september wordt bewezen, wat het voor weer de hele maand zal wezen.
  • Als in september de donder knalt, met kerst sneeuw met hopen valt.
  • Vallen de bladeren vroeg, dan wordt de herfst niet oud.
  • Vorst in september, zacht in december.
  • Komen de pluimen aan het riet, bedenk het is nazomer en geniet.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Linara om 00:00 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van VAN ALLES WAT.... EEN KIJKJE WAARD!

↑ Terug naar de berichten