
De gastvrouw Anna Achmatova
In die ene kamer heeft
eerst een toverknol geleefd ,

Ik kan nog haar schim zien gaan
in de nacht voor nieuwe maan .
Van de hoge dorpel kijkt ,
Net alsof ze mij ontwijkt ,
Maar toch ook met strenge blik ,
Deze vrouw mij aan . Maar ik
Ben niet erg gevoelig voor
Andermans magie , ‘k behoor
Immers zelf …Trouwens , om niet
Noem ik mijn geheimen niet .









