Slaap...

Slaapwel goede nacht tot morgen 
Schaapjes tellen doen we niet meer
tot honderd tellen dat halen we niet meer
Slapen als een blok dat doen we vaak 
maar nu heb ik helemaal geen slaap
Slaap...
Slaapwel goede nacht tot morgen 
Schaapjes tellen doen we niet meer
tot honderd tellen dat halen we niet meer
Slapen als een blok dat doen we vaak 
maar nu heb ik helemaal geen slaap
Onze zondag
Hij kan zo mooi zijn 



Mijn blik gaat even over de keukentafel en wat is dat hier?
Een zeverlapje een mand met noten een tas halfvol met koffie, onze witte thermoskan met aan zijn teut enkele opgedroogde koffiedruppels een potje canderel en drie rijpe pruimen .
‘k Zal dat vlug eens veranderen, de pruimen die eet ik op, m’n thermoskan maak ik proper het zeverlapje plooi ik op en ‘k leg het in de kinderstoel, mijn tas drink ik leeg . De mand met noten mag blijven staan, voila al veel ordelijker zo .
Uit mijn verhaaltjes boek

Een halve eeuw geleden fietste ons moe en onze va samen met mij en m’n 2 zusjes naar ’t station in Herentals . Mijn zusjes en ikke hadden in ons leven nog nooit een trein gezien , en die dag gingen we met de trein naar de sjolozie (de zoo) . Bij ’t instappen kregen we hulp van een meneer met kepie . Nadat we zo een vijf minuten over de sporen bulderden kwam er een meneer met grijze snor en zwarte kepie onze treinkaartjes vragen , hij bekeek ze eens goed en ook wij werden goed bekeken . Hij knipte gaatjes in onze kaartjes en va had tegen ons gezegd dat ze schoon moesten blijven die kaartjes want straks moesten we met dezelfde kaartjes nog terug kunnen met de trein , dat kon nu niet meer want in alle drie zat een gaatje . Na ne keer of zeven stoppen kwamen we aan in ’t station van Antwerpen . Amaai zo’n groot gebouw en we moesten betalen om pipi te doen op een grote witte pot en als ik dan aan ‘t touwtje trok spetste er water op mijne pipi en dan verdween het tesamen naar de diepte . Daarna gingen wij langs de trappen naar beneden en ’t waren er veel heel veel , hoeveel ? dat weet ik niet meer maar toen heb ik ze zeker proberen te tellen want ik kon al tellen hoor ‘k zat in ’t eerste studiejaar . Rechts van ’t station daar moesten we zijn , onze va was hier vroeger al eens geweest met moemoe , hij kende de weg . Eerst moesten we kaartjes kopen en toen we binnen gingen scheurde die madam met haar grote neus ons kaartjes bijna doormidden . Bij de apen hebben we wel een uur gestaan , die ene dikke die heette Gust ik vond hem wel gelijken op onze gebuur , klein zusje die bleef dicht bij ons moe want die apen aapte haar na en dat was niet naar haar zin . De kindertuin die liep vol geiten enzo , ik heb daar heel Antwerpen bij elkaar gebrult want als er één beest is waar ik bang voor ben dan is het een geit . Mijn traantjes waren nog niet helemaal opgedroogd toen we aan de kooien van de leeuwen kwamen .
Maar ik fleurde helemaal op toen de koning der leeuwen langs het hek liep en vooraan bleef staan , hij keek mij aan en ‘k smelte gewoon vanbinnen , “va kunnen we die niet kopen ‘k zal er alle dagen voor zorgen en dan kun je thuis de geiten wegdoen want deze dikke poes heeft heel ‘t stal nodig “ Neen meiske das een wild dier en ’t is niet te koop , hij geeft geen melk en we kunnen dan geen kaas meer maken .” Oei mijn traantjes begonnen weer te branden achter mijn oogjes maar ik was grote zus en die schreeuwen niet had ons moe daarstraks nog gezegd . Zonder melk en kaas dat kon niet maar toch spijtig dat we die schoon poes niet konden kopen . Toen gingen we een ritje maken op de paardjes terwijl ons moe en onze va op een bank wachten . We kwamen weer terug en vertelden van die grote grijze beesten met vooraan een lange staart en vanachter een kleintje met floske aan , vier dikke poten en twee grote oren waar ze mee konden flapperen . Dat is een olifant wist onze va , we gingen die grijze kolossen nog eens goed bekijken . Een beetje verder stonden nog heel grote dieren met vier heel lange poten bruine vlekken op wit en een heel lange nek , ze plukten blaadjes van de bomen met hun lange tong . Dat waren giraffen . ‘k Weet ook nog dat er veel roze kalkoenen aan een grote plas stonden , ’t waren geen kalkoenen maar flamingo’s dat wist ik toen nog niet . Het rare was dat die vogels heel heel lang op ene poot konden staan . Mijn 2 zusjes gingen graag nog eens naar de kindertuin met ons moe voor we huiswaarts keerden onze va en ikke gingen vlug nog even naar de leeuwen kijken . We gingen terug naar ‘t station en onze va die wou geen nieuwe kaartjes kopen die van deze morgen zijn nog goed zei hij , was hij dan vergeten dat er in alle drie een kotteke was . We zijn op de trein gestapt en net voor we in Herertals waren heeft ons moe ons gedrie wakker gemaakt . We hebben die kaartjes nog heel lang bewaart ze hadden alle drie 2 gaatjes . Alle stoelen achter elkaar en dan reden we met onze trein rond de tafel(berg).
uit mijn gedachten boek

Meer en meer begin ik zo te denken
in tegenstelling tot vroeger jaren
nergens kan ik beter of liever zijn dan thuis
uit huis ga ik zelden soms doe ik het wel eens
terug thuis ben ik blij er weer te zijn
en dat geeft mij telkens een goed gevoel
Maar is dit wel goed ? Zonder ik mij niet te veel af ?
Zo akelig om te denken nietwaar ? Maar 't is zo
in de toekomst ga 'k meer onder de mensen moeten komen
dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan , zeker weten .
uit mijn gedachten boek

Mijn gedachten nemen soms zo een loopje ’t ene moment is ’t goed het volgende zit 'k in ’t verleden en dan weet ik weer niet wat ik in ’t leven wil
‘k lig soms ganse nachten overhoop met m’n gedachten , er is geen lijn in te trekken het spookt er , ’s morgens ben ik er nog niet uit ,wat is ’t toch moeilijk om m’n gedachten te ordenen ze leven gewoon hun eigen verwarde gedachten bestaan
Lojoke
uit mijn gedichten boekEr was eens …zo begon het vroeger
wat was het makkelijk de eerste woorden
daar dachten we toen niet aan
nu zoeken we al starend op ons blad
met potlood stift of krijtje in ons hand
neer op ons lege blad zo af en toe
zetten we een droedel weet je wel
zo een krabbel die na ’t bestuderen
wel iets verteld over hoe we ons voelen
meestal als 't blad vol staat gekrabbeld
ga ‘k weg van m’n zware schrijftafel
loop naar de kast en pak een koekje
ja er was eens … zo was het vroeger .
Lojoke
droefheid in m'n hart

Als je verdrietig bent , kijk dan in je hart ,
Ik ben zo moe ,
Al wat ik vraag is een rustige slaap ,
En dromen over hen die ik liefhad .
Vader dit staat bovenaan de brief
Die meldt dat jij op 14 november ’07
Voorgoed afscheid van ons nam
Net als moeder op een woensdag (15 januari ’03)
Bij ons moeke zul je begraven worden
Samen , net als zij op maandag .
Als...een gedicht van LidaAls … (Lida)
Als je niet kunt vergeten het verleden
Als niemand meer je gevoelens deelt
Als je je voelt zo verlaten
Als je met niemand meer wilt praten
Als haat in je hart is getreden
Als bitterheid beheerst je leven
Als je denkt dat niemand van je houdt
Als het vanbinnen bij je is koud
Pak je pen en schrijf naar mij
M’n antwoord maakt je misschien dan blij
KlaagliedjeEr was eens een vrouwtje , net geen dwerg . Ze verzamelde dwergen in steen , daar ze niemand had om mee te praten sprak ze dikwijls tegen haar kabouters en die spraken haar nooit tegen ze zwegen gewoon . Kabouter Pirrewitje die kon op een dag niet meer zwijgen , hij zag haar komen met tranen in haar ogen en ze liep haar dwergjes zomaar voorbij . Ze zette zich op een steen en begon toen pas echt te snikken . Pirrewitje die het dichtste bij haar stond vroeg Vrouwtje kunnen wij u helpen bij jou grote verdriet ? Laat me doen laat me gerust ‘k wil helemaal niet huilen maar ’t is sterker dan mezelf . Alles wat fout gaat is mijn schuld een droogkast die haar warmte verloor ’t is mijn schuld . De tuin die vol netels staat ’t is mijn schuld , als ’t regent overal plassen op ’t plein ’t is mijn schuld . Een zoon die ‘k maar af en toe eens zie , hij werkt in ’t buitenland , ’t zal mijn schuld wel zijn een dochter met een pracht van een kind zonder zorgende vader ’t zal mijn schuld wel zijn . Alles loopt hier fout mijnheer is al 9 jaar thuis , ik werk doe ’t huishouden de was en de plas , maar ja wie niets doet kan ook niets misdoen en omdat ik alles doe ben ik het die voor alles wat fout gaat de schuld dragen zal.
Dank je Pirrewitje dat je naar mijn klaaglied luisterde
Hersenkronkels

Soms weet ik het niet meer
Wat doe ik hier op mijn stoel
Moest ik nu niet wandelen gaan
Dan kijk ik op m’n voeten neer
Ze staan daar zonder een doel
Moest ik nu niet wandelen gaan
Daag ik stap maar eens op tot straks .
Hersenkronkels

Samen met een vrolijke Aziaat
hoorden we het lied van de nachtegaal
O! zo mooi en helemaal geen plagiaat
nadien genoten we van een baviaan
die alsmaar bedaard
zijn harige armen om zijn bedaagd vrouwtje sloeg .
Waren alle mensen maar zo behulpzaam
Onze bejaarden en de niet mobiele mensen
hebben 't recht om te bestaan ,
zij zijn niet beschaamt over hun bestaan
maar hebben die helpende handen
en onze lieve woordjes
die schouderklop
en onze liefde nu eenmaal nodig .
Lojoke
uit mijn gedichten boek
Thuis
Waar hebben we dagelijks ons brood
Waar kunnen we het met boter besmeren
Waar leggen we er toespijs bovenop
’t Is thuis waar we ’t allemaal kunnen
Waar hebben we drinkbaar water uit de kraan
Waar kunnen we dagelijks douchen of baden
Waar leggen we onze zorgen neer
’t Is thuis waar we ’t allemaal kunnen
Waar lopen we zomaar binnen zonder kloppen
Waar voelen we ons meestal geborgen
Waar praten we onze bekommernissen weg
’t Is thuis waar we ’t allemaal kunnen
Waar doen we met onze tijd wat we willen
Waar moeten we niets maar mag het wel
Waar trekken we zonder zorg gekke bekken
’t Is thuis dat we ’t allemaal doen
Lojoke
Een gedicht ???Een varkentje met twee pootjes
en twee armen zolang als van een aap
die zit boven op mijn stylo heen en weer te wippen
terwijl ik probeer een gedicht te schrijven
maar ‘k heb vandaag helemaal geen inspiratie
‘k kan niet op de woorden komen om zinnen te bouwen
’t varkentje heeft geen lange snuit maar ’t einde is nabij
Een varkentje met armen zolang als…een aap .
uit mijn gedichten boekDe zomer is weer voorbij
Voorzichtig loop ik door de plassen
ons tuintje krijgt weer water te veel
onder een dikke grijze lucht , staan m’n kabouters,
regen valt soms met bakken naar beneden ,
bestaat er nu helemaal geen zomer meer ?
ijzig koud is het niet maar alles kletsnat
is ’t nu zeker al wel genoeg
soms denk ik zomer was ’t in april
weken heb ik vol spanning afgeteld
eindelijk vakantie lekker niks moeten doen
eten op uur er tijd alles wat ik wil
regen tikt tegen de ruiten
dagen en dagen aan een stuk
iedereen begint er over te klagen
ergens hopen we vlug iets anders
zonneschijn van ’s morgens tot ’s avonds
onder een blauwe hemel liggen
met een spannend boek in de hand
en een zonnebril op ons neus
regen die mag vallen na middernacht
Lojoke
uit mijn gedichten boek

bedenking
Is ’t nodig om tot 65 jaar te werken ?
Om de pensioenkas te versterken ?
Zal ik dit doen op m’n gemak ?
En steek ‘k zo zelf ook iets in m’n zak ?
Zal ‘k mij kronkelen lijk een slang ?
Nog zeker wel tien jaar lang ?
Om dan een aalmoes te ontvangen ?
Als m’n schort aan de haak zal hangen ?
Weet je wat ik zeker niet ga doen ?
Schoenen kopen zeker niet voor de noen
‘k vraag aan de dokter een briefje
En ‘k voel me daarom toch geen diefje ?
‘k wil best nog even blijven werken
Om te sparen voor ons marmeren zerken
En dan zet ik mij voor ’t vensterraam
En zoek voor alles terug een naam .
Lojoke
uit mijn gedichten boek

Een lieveheerbeestje …
Laatst kwam ik hem onverwachts tegen
Zomaar op mijn eigen grijze tuinpaadje
Zat hij zijn vleugeltjes netjes te poetsen
Draait dan rond en deed het nog een keer
Liep dan over mijn pas gelakte plank
En in schoonschrift loopt hij het volgende
Liefde is ’t mooiste in ons bestaan
Och lieveheerbeestje wat is liefde ?
Het is niet iets wat je ziet
En vastnemen dat kan ook niet
Praten kan ’t beestje niet
Dus liep hij weer over m’n plank
Liefde daar wordt je warm van
Liefde maakt je blijen zonder liefde
Kan zeker een mens niet gelukkig zijn
Sinds die dag komt het lieveheerbeestje
En gans zijn familie geregeld over m’n paadje
Als ik hen zie gooi ik een kushandje
Want liefde is ’t mooiste in ons bestaan
Lojoke
Een verhaaltje ...

Verhaaltje …
Er was eens een meisje van net geen vijf jaar ,
ze vond het niet erg om eventjes alleen te zijn
met haar speelgoed op haar gezellig kamertje .
Ze vond het helemaal niet erg omdat ’t egeltje
vreselijk goed verhaaltjes kan vertellen
Hij begon : ssst … heel lang geleden woonde
ik op een hoge berg samen met m’n moeke .
Toen op zekere dag moeke niet meer terug kwam
van ’t dorp beneden , moest ik haar wel gaan zoeken .
Waar was ik aan begonnen , ‘k ontsnapte maar nipt
aan een kwade boer , hij begreep niet dat ook egeltjes
wel eens trek hebben in een vers kakel-ei , ‘k was nog
maar net in ’t kiekenkot als hij kwam aangestoven
met een viertand met vlijmscherpe punten in z’n hand .
’t Eitje was nog niet eens gebroken en ‘k had
het zeker nog niet leeggezogen .
Maar ik vluchtte zo vlug ik kon langs de kippen
en den haan naar voor mij veiliger oorden .
Niet veel verder moest ik een weg oversteken , niet simpel
voor een egeltje hoog uit de bergen , al goed dat als ’t
echt moet ik heel vlug kan wezen .
Want voor ik de overzijde had bereikt moest ik 2x tussen
de wielen door , de laatste keer was ’t maar nipt ,
gelukkig stopte de truckchauffeur net voor ik onder
het zware wiel kwam zitten .
Bij ’t verder afdalen van de berg kwam ‘k een witte poes
tegen ze was wel twee keer zo groot als ik maar…
we werden beste maatjes , ze was reeds aan haar
tweede leven bezig , want weet je alle poezen hebben
zeven levens .
Dus wij twee egeltje en poesje trokken verder
naar beneden op zoek naar mijn moeke .
Zowat half weg beleefde ik de schrik van m’n leven ,
‘k trok m’n kop in mijn buik zodat ik een
bolletje stekeltjes was, want een beest wel tien keer
groter dan mijn poezenvriendje kwam blaffend
op ons af .
Poesje blies zo hard dat het blaffend beest met zijn
staart tussen zijn poten al jankend rechtsomkeer maakte en ons rustig verder liet gaan .
‘k Weet nog heel precies waar ‘k mijn moeke vond .
Op een klein gezellig kamertje zat ze heel alleen
en luisterde naar mijn verhaaltje .
uit mijn gedichten boek

Sinds onze huwelijksdag
Op een schone septemberdag
Moet ik er aan denken
Steeds maar weer
Nergens konden we beter zijn
Overal voelden we ons thuis
Onder de appelboom en bessenbossen
Langs het tuinpad , op de bank van ’t prieel
Twee aan twee wij twee
Achter ons liep een engel in ’t wit
Lichtjes in het gouden haar
Twee aan twee wij twee
ijzig stil liepen we achter het engeltje
Dromen kunnen o zo ontspannend zijn .
uit mijn gedichten boek

Wijn is goed voor elk
Waar hebben we dat nog gehoord
ijsjes eten als ontbijt is ook niet slecht
niemand wordt er slechter van
iedereen , ja toch , drinkt
soms zelfs een glaasje wijn
goed , goed maar niet overdrijven
ook niet te veel , twee is voldoende
enkel thuis kan je ’t riskeren om meer …
denk er wel aan ’t schaad je gezondheid
voor je ’t weet wordt het een gewoonte
ongenoegen in ’t huiselijk leven is ’t gevolg
ons teer beminde , sluit je ogen
riskeer toch nooit je eigen leven
een glaasje zo nu en dan
ledig af en toe met twee een fles
ken je maat , wijn is goed voor elk .
Lojoke